Ministeriële regeling · BWBR0007621
Regeling vaste autokostenvergoeding burgemeesters 1996
Gelet op artikel 33, tweede lid, van het Rechtspositiebesluit burgemeesters 1994;
Besluit:
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
’s-Gravenhage30 oktober 1995De Minister van Binnenlandse Zaken, H. F. DijkstalDe vaste vergoeding bedoeld in artikel 33, tweede lid, van het Rechtspositiebesluit burgemeesters 1994, wordt berekend op basis van een jaarlijks per eigen auto af te leggen aantal kilometers van:
2.000 in gemeenten met een oppervlak tot 5.000 hectaren;
3.000 in gemeenten met een oppervlak van 5.000 tot 10.000 hectaren;
4.500 in gemeenten met een oppervlak van 10.000 tot 15.000 hectaren;
5.500 in gemeenten met een oppervlak van 15.000 hectaren en meer.
De vaste vergoeding is gelijk aan het product van het in het eerste lid bedoelde aantal kilometers en het bedrag, genoemd in artikel 2, eerste lid, van de Reisregeling binnenland.
De vaste vergoeding wordt per maand voor 1/12 deel uitbetaald, voor zoveel nodig naar boven op een veelvoud van vijf gulden afgerond.
Voor de burgemeester van meer dan één gemeente geldt voor de toepassing van deze regeling het totale oppervlak van de gezamenlijke gemeenten.
Voor de burgemeester die gebruik maakt van een dienstauto en daarnaast regelmatig de eigen auto gebruikt, geldt voor de toepassing van deze regeling de helft van het in artikel 1 van deze regeling genoemde aantal kilometers.
De Regeling autokostenvergoeding burgemeesters van 28 april 1993 (Stcrt. 1993, nr. 89) wordt ingetrokken.
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 1996.
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling vaste autokostenvergoeding burgemeesters 1996.