Wijzigingen Officiële bron
Typekeuringsregeling verwarmingstoestellen luchtverontreiniging stikstofoxidenTypekeuringsregeling verwarmingstoestellen luchtverontreiniging stikstofoxidenDe Ministers van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en van Economische Zaken;

Gelet op artikel 1, eerste lid, onder h, van het Besluit typekeuring verwarmingstoestellen luchtverontreiniging stikstofoxiden, juncto artikel 17 van de Wet inzake de luchtverontreiniging, alsmede de artikelen 2, eerste lid, onder b, en 5, eerste en derde lid, van het genoemde besluit;

Besluiten:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage21 december 1995De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,Margaretha deBoerDe Minister van Economische Zaken,G.J.Wijers

In deze regeling wordt verstaan onder:

a.verwarmingstoestel:

cv-ketel, luchtverwarmer of voorzetbrander;

b.besluit:

Besluit typekeuring verwarmingstoestellen luchtverontreiniging stikstofoxiden;

c.verbrandingsgas:

mengsel van gassen en vaste of vloeibare stoffen, dat bij het verbruik van brandstoffen vrijkomt.

Als keuringsinstantie als bedoeld in artikel 1, eerste lid, aanhef en onder h, van het besluit wordt aangewezen GASTEC Certification BV te Apeldoorn.

Gesloten verwarmingstoestellen worden bij de keuring voorzien van een luchttoevoerpijp en een verbrandings-gasafvoerpijp die beide een lengte hebben die overeenkomt met de kortste lengte, vermeld in het desbetreffende installatievoorschrift. Daarbij monden de luchttoevoerpijp en de verbrandingsgasafvoerpijp in hetzelfde vlak uit.

Voorzetbranders worden ter keuring geïnstalleerd op een daarvoor bestemde stookbuis van de instantie waar de keuring plaats heeft.

De keuring wordt uitgevoerd bij een nominale spanning van 230 V.

Indien het verwarmingstoestel is ontworpen voor aardgas, wordt het verwarmingstoestel tijdens de keuring aangesloten op Gas 25, onder een druk van 25 mbar of onder een druk als vermeld in het desbetreffende installatievoorschrift.

Indien het verwarmingstoestel is voorzien van een warmtapwaterbereider, wordt de keuring uitgevoerd voor de situatie waarin het verwarmingstoestel slechts warmte levert voor ruimteverwarming.

De keuring van voorzetbranders die zijn uitgerust met externe verbrandingsluchtrecirculatie wordt uitgevoerd met het in het installatievoorschrift opgegeven percentage gerecirculeerd verbrandingsgas, uitgedrukt als een percentage CO2 of O2 in het mengsel verbrandingsgas/verbrandingslucht en met de in het installatievoorschrift opgegeven ten hoogste toegelaten temperatuur van de gerecirculeerde verbrandingsgassen.

Bij open en gesloten verwarmingstoestellen, die zijn uitgevoerd met een parallelaansluiting bestemd om aan te sluiten op een luchttoevoer- en verbrandingsgasafvoersysteem, wordt het gehalte aan NOx en de temperatuur van het verbrandingsgas gemeten met behulp van een afzuiginrichting die voldoet aan de omschrijving van figuur 1, opgenomen in de bijlage bij deze regeling.

Bij gesloten verwarmingstoestellen met een concentrisch luchttoevoer- en verbrandingsgasafvoersysteem wordt het gehalte aan NOx en de temperatuur van het verbrandingsgas gemeten met behulp van een afzuiginrichting die voldoet aan de omschrijving van de figuren 2 en 3, opgenomen in de bijlage bij deze regeling.

Ingeval een verwarmingstoestel is voorzien van een ronde uitlaat wordt de meetsonde over een afstand die gelijk is aan de middellijn van de uitlaat, in de uitlaat ingebracht en wel zodanig dat de meetsonde verticaal naar boven wijst.

De aanzuigbuis van het meetapparaat wordt horizontaal in het hart van de verbrandingsgasafvoerpijp van het verwarmingstoestel geplaatst.

Condensaatvorming in de monstertransportleiding wordt voorkomen, zo nodig door de leiding te verwarmen.

In de aanzuigbuis en de monstertransportleiding wordt geen rubber of siliconen toegepast, zodanig dat het verbrandingsgas daarmee in aanraking kan komen.

Bij de keuring worden de onderstaande componenten gemeten met apparatuur waarvan de meetonnauwkeurigheid niet meer mag zijn dan de bij de desbetreffende component aangegeven waarde.

De gemiddelde waarde voor verwarmingstoestellen met een nominale belasting tot en met 31,5 kW is het rekenkundig gemiddelde van Enom en Emin.

De gemiddelde waarde voor aan/uit geregelde verwarmingstoestellen met een nominale belasting groter dan 31,5 kW wordt gelijkgesteld aan Enom.

De gemiddelde waarde voor hoog/laag geregelde verwarmingstoestellen met een nominale belasting groter dan 31,5 kW wordt berekend volgens de volgende formule:

De gemiddelde waarde voor modulerende verwarmingstoestellen met een nominale belasting groter dan 31,5 kW wordt berekend volgens de volgende formule:

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag waarop het Besluit typekeuring verwarmingstoestellen luchtverontreiniging stikstofoxiden in werking treedt.

Deze regeling wordt aangehaald als: Typekeuringsregeling verwarmingstoestellen luchtverontreiniging stikstofoxiden.