Ministeriële regeling · BWBR0007839

Subsidieregeling indemniteit bruiklenen

Wijzigingen Officiële bron
Subsidieregeling indemniteit bruiklenenSubsidieregeling indemniteit bruiklenenDe Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen en de Minister van Financiën,

Gelet op de artikelen 2, 5, 11, vijfde lid, 12, tweede lid, 32, eerste lid, 36, tweede lid, en 48 van het Bekostigingsbesluit cultuuruitingen;

Besluiten:

Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, A.NuisDe Minister van Financiën, G.Zalm

In deze regeling wordt verstaan onder:

a.minister:

de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen;

b.Besluit:

Bekostigingsbesluit cultuuruitingen;

c.instelling:

een in belangrijke mate door de Staat of een ander overheidslichaam structureel gefinancierde instelling die gespecialiseerd is in het beheren van museale collecties of het organiseren van tentoonstellingen.

d.voorwerp:

een voorwerp van cultuurhistorische betekenis met de daarbij behorende verpakking, lijst, raam, kader, sokkel en dergelijke;

e.tentoonstelling:

een tijdelijke tentoonstelling in Nederland, georganiseerd door een instelling, die naar het oordeel van de minister van uitzonderlijk belang is door:

f.indemniteitsverklaring:

beschikking waarbij een aanspraak op financiële middelen als bedoeld in artikel 2 wordt verleend.

De aanvraag voor een indemniteitsverklaring gaat, onverminderd artikel 11 van het Besluit, vergezeld van:

Op de aanvragen wordt beslist in de volgorde waarin zij door de minister zijn ontvangen.

De ontvanger van de indemniteitsverklaring stelt na afloop van de tentoonstelling een financieel overzicht van die tentoonstelling vast en dient dat overzicht tezamen met de aanvraag voor subsidie vaststelling, bedoeld in artikel 33 van het Besluit, bij de minister in.

Een tentoonstellings- en beveiligingsplan alsmede een overzicht van de klimaatbeheersingsvoorzieningen worden ingericht overeenkomstig het in bijlage II opgenomen formulier.

De Regeling indemniteit bruiklenen wordt ingetrokken.

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling indemniteit bruiklenen.

In deze bijlage zijn de voorwaarden opgenomen met betrekking tot de aanspraak op financiële middelen als bedoeld in artikel 2, tweede lid. Deze voorwaarden vinden geen toepassing indien ten behoeve van een tentoonstelling, waarvoor een indemniteitsverklaring is afgegeven, een aanvullende verzekering is afgesloten.

1

De uit de indemniteitsverklaring voortvloeiende aanspraak op financiële middelen, hierna te noemen de aanspraak, omvat schadeloosstelling voor alle verlies van of materiële schade aan een voorwerp onverschillig door welke oorzaak ontstaan, met inbegrip van oorlogsrisico en stakersrisico zoals omschreven in de aangehechte ’Clausule oorlogsrisico en stakersrisico’ M 3 en met inbegrip van de door materiële schade ontstane waardevermindering, doch met uitzondering van verlies of schade veroorzaakt door:

Onder ’wet’ als bedoeld in de voorgaande volzin is te verstaan de Wet aansprakelijkheid kernongevallen

(Stb. 1991, 374). Onder ’kerninstallatie’ wordt verstaan een kerninstallatie in de zin van bedoelde wet.

2

De periode waarin de aanspraak van kracht is gaat in op het tijdstip dat een voorwerp op zijn normale verblijfplaats wordt op- of afgenomen om de reis naar de plaats van bestemming in Nederland aan te vangen en duurt voort tot het tijdstip dat een voorwerp weer op zijn normale verblijfplaats is aangekomen, een en ander met inbegrip van alle verblijf en opslag, tentoonstelling of anderszins, van huis tot huis en van spijker tot spijker.

Indien een voorwerp niet rechtstreeks wordt verzonden vanaf zijn normale verblijfplaats, dan wel indien het niet rechtstreeks daarnaar wordt teruggezonden, is de aanspraak van kracht gedurende de periode en gedurende de reis zoals is vastgelegd tussen de bij de bruikleenovereenkomst betrokken partijen.

3

Als basis voor de schadeloosstelling dient de waarde van een voorwerp zoals deze is overeengekomen tussen de bij de bruikleenovereenkomst betrokken partijen en zoals deze in de lijst van bruiklenen nader is omschreven.

4

Bij de aanvang van de periode waarin de aanspraak van kracht is dient te zijn aangetoond dat de wijze van vervoer, verpakking, begeleiding, beveiliging en tentoonstelling van de voorwerpen ten genoegen van de minister is geregeld.

5

Bij de aanvang van de periode waarin de aanspraak van kracht is, alsmede bij iedere verpakking en bij ieder transport naar en vanaf de tentoonstellingslocatie, dient een vanwege de partijen bij de bruikleenovereenkomst gewaarmerkt rapport te worden opgemaakt dat de feitelijke toestand omschrijft waarin een voorwerp zich bevindt.

6

Indien een schade is voorgevallen dient de instelling, c.q. de bruikleengever, hiervan zo spoedig mogelijk kennis te geven aan de minister, waarna deze in overleg met de instelling een deskundige opdracht zal geven tot vaststelling van de aard en de omvang van de schade.

7

In geval van beschadiging van een voorwerp bestaat de schadeloosstelling uit de kosten van herstel, in voorkomend geval verhoogd met de waardevermindering, zijnde het verschil tussen de onder 3. bedoelde waarde en de waarde na herstel van de beschadiging, echter tot ten hoogste de onder 3. bedoelde waarde.

8

In geval van totaal verlies door materiële schade gaan door betaling van de schadeloosstelling alle rechten ter zake van een voorwerp op de minister over. Wenst de bruikleengever het voorwerp te behouden dan zal het hem, tegen betaling van een tussen de minister en de bruikleengever overeen te komen bedrag, worden teruggegeven.

9

Indien een voorwerp vermist was en nadien wordt teruggevonden, zal het voorwerp op verzoek van de bruikleengever hem wederom ter hand worden gesteld na restitutie van de betaalde schadeloosstelling en na verrekening van de eventuele kosten van herstel en de waardevermindering. Bedoeld verzoek dient te worden gedaan binnen drie maanden nadat de bruikleengever van de wedervinding in kennis is gesteld.

10

In geval van verlies van of schade aan een voorwerp dat met een of meer andere voorwerpen als stel een geheel vormt en dat van te voren als zodanig is aangemerkt, zal niet alleen de schade betreffende het getroffen voorwerp worden vergoed, maar ook de waardevermindering van het gehele stel.

11

De aanspraak vervalt indien en voor zo ver de bruikleengever uit anderen hoofde aanspraak op schadevergoeding kan maken.

12

Door betaling van de schadeloosstelling wordt de minister gesubrogeerd in alle rechten die de bruikleengever ter zake van de schade op derden mocht hebben.

13

Indien een voorwerp na afloop van de tussen partijen bij de bruikleenovereenkomst overeengekomen periode niet door de bruikleengever wordt teruggenomen, vervalt de aanspraak, in afwijking van het onder 2. gestelde, één maand na afloop van bedoelde periode.

14

De schadeloosstelling zal worden uitbetaald in de valuta waarin de waarde in de lijst van bruiklenen is uitgedrukt.

15

Indien tussen de minister en de bruikleengever geen overeenstemming wordt bereikt over de waarde van een voorwerp na herstel van een beschadiging, wordt deze vastgesteld door twee deskundigen. Elk van de partijen wijst daartoe een deskundige aan. De beide deskundigen benoemen, alvorens met hun werkzaamheden aan te vangen, gezamenlijk een derde deskundige die bij gebreke van overeenstemming, binnen de grenzen van beide taxaties, de waarde vaststelt. Wanneer zij overeenstemming bereiken is de uitspraak van eerstgenoemde deskundigen bindend. Bereiken zij geen overeenstemming, dan is de uitspraak van de derde deskundige bindend.

16

Alle uit de aanspraak voortvloeiende geschillen zijn in eerste aanleg onderworpen aan de uitspraak van de bevoegde rechter te Amsterdam of Rotterdam, ter keuze van de bruikleengever.

17

De aanspraak wordt beheerst door Nederlands recht. De algemene voorwaarden ’Nederlandse Beurs-Goederenpolis 1991’ en de ’Clausule oorlogsrisico en stakersrisico’ M 3, zoals die luiden of zullen luiden, zijn voor zo ver daarvan in deze verklaring niet is afgeweken van overeenkomstige toepassing.

18

Een afschrift van de indemniteitsverklaring met bijlagen, alsmede van de ’Subsidieregeling indemniteit bruiklenen’, van de algemene voorwaarden ’Nederlandse Beurs-Goederenpolis 1991 en van de ’Clausule oorlogsrisico en stakersrisico’ M 3, zal aan iedere bruikleengever ter hand worden gesteld.

Standaardvragenlijst inzake beveiliging, opslag, transport, klimaatbeheersing, conditierapporten etc. tijdens de tentoonstellingsperiode.

Datum aanvraag:

Instelling:

Adres:

Telefoonnummer:

Directeur:

Tentoonstellingscoördinator:

Naam van de tentoonstelling:

Tentoonstellingsperiode:

Ondergetekende verklaart deze vragenlijst naar waarheid te hebben ingevuld. Onjuiste vermelding van gegevens kan leiden tot intrekking van de indemniteitsverklaring.

.....................,.....................

(handtekening)

Indien de instelling beschikt over een algemeen plan ter zake van veiligheid, beveiliging, ontruiming etc. kan worden overeengekomen dat inzage in het plan of de verschaffing van uittreksels daarvan, geheel of gedeeltelijk in de plaats treedt van de beantwoording van onderstaande vragen.

(Voeg indien aanwezig een ten behoeve van de tentoonstelling opgemaakt inspectierapport bij uw aanvraag)