Ministeriële regeling · BWBR0007890

Statuut agentschap rijksarchiefdienst

Wijzigingen Officiële bron
Statuut agentschap rijksarchiefdienstStatuut agentschap rijksarchiefdienstDe Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen,

Gelet op artikel 25, tweede lid, onder c, van de Archiefwet 1995 en artikel 70 van de Comptabiliteitswet,

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, A.Nuis

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. de minister:

de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen;

b.het ministerie:

het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen;

c.de rijksarchiefdienst:

de rijksarchiefdienst, bedoeld in artikel 25, eerste lid, van de Archiefwet 1995;

d.de Bestuursraad:

de Bestuursraad van het ministerie;

e. het Bewindsliedenoverleg:

het overleg tussen de bewindslieden en de Bestuursraad van het ministerie;

f.de Directie Cultureel Erfgoed:

de Directie Cultureel Erfgoed van het ministerie;

g.de Directie Personeel en Organisatie:

de Directie Personeel en Organisatie van het ministerie;

h.de Directie Voorlichting en Bibliotheek:

de Directie Voorlichting en Bibliotheek van het ministerie;

i. de Directie Financieel-Economische Zaken:

de Directie Financieel-Economische Zaken van het ministerie;

j.de Accountantsdienst:

de Accountantsdienst van het ministerie;

k. de Bijzondere Commissie:

de Bijzondere Commissie, bedoeld in artikel 113, eerste lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement, van het ministerie.

De rijksarchiefdienst heeft de status van agentschap.

In afwijking van de gebruikelijke verhoudingen die gelden voor een ambtelijke dienst van het ministerie, richt de rijksarchiefdienst met inachtneming van dit statuut alle aangelegenheden die betrekking hebben op de financiële huishouding, het personeel, de organisatie, de informatievoorziening, de huisvesting en de voorlichting, naar eigen inzicht en onder eigen verantwoordelijkheid in.

Indien de rijksarchiefdienst diensten en produkten aan derden aanbiedt, houdt dat verband met de taken, bedoeld in artikel 4, en geschiedt dat in concurrentie met andere aanbieders, onverminderd artikel 14 van de Archiefwet 1995.

De Directie Financieel-Economische Zaken ziet erop toe dat de inrichting van de administratieve organisatie van de rijksarchiefdienst, de daarin opgenomen maatregelen van interne controle en de vastlegging daarvan in een handboek administratieve organisatie voldoen aan de eisen die de Directie Financieel-Economische Zaken daaraan pleegt te stellen.

De Accountantsdienst stelt jaarlijks vast of de opzet van de administratie van de rijksarchiefdienst voldoet aan de minimale eisen van interne controle en of de organisatie functioneert overeenkomstig de vastgelegde procedures.

Indien de Bestuursraad aangelegenheden die de rijksarchiefdienst mede betreffen, aan de Bijzondere Commissie voorlegt, bespreekt de Bestuursraad die aangelegenheden voordien met het hoofd van de rijksarchiefdienst.

Voorstellen van het hoofd van de rijksarchiefdienst met betrekking tot de in artikel 11 genoemde onderwerpen, worden aan de Bestuursraad voorgelegd door tussenkomst van het hoofd van de Directie Cultureel Erfgoed.

De rijksarchiefdienst neemt zelfstandig deel aan het personeelsoverleg Personeel en Organisatie, PAC, Cultuur, Inspectie en Cƒi.

Het hoofd van de rijksarchiefdienst hoort het hoofd van de Directie Personeel en Organisatie, alvorens ten aanzien van een ambtenaar een van de volgende besluiten te nemen:

Het hoofd van de rijksarchiefdienst hoort het hoofd van de Directie Cultureel Erfgoed bij de benoeming van rijksarchivarissen in de provincie.

De Directie Personeel en Organisatie verleent aan de rijksarchiefdienst de volgende diensten:

De rijksarchiefdienst kan gebruikmaken van het budget ten behoeve van het centrale programma van het ministerie voor bedrijfsgerichte opleidingen en van het budget ten behoeve van het programma van het Directoraat-Generaal voor Culturele Zaken van het ministerie voor onderzoek en internationale betrekkingen.

Wanneer voor de rijksarchiefdienst een ondernemingsraad als bedoeld in hoofdstuk II van de Wet op de ondernemingsraden wordt ingesteld, wordt het hoofd van de rijksarchiefdienst aangemerkt als bestuurder als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder e, van die wet.

Het hoofd van de rijksarchiefdienst adviseert het hoofd van de Directie Cultureel Erfgoed met betrekking tot de prioriteitstelling terzake van inves-teringen in de rijksarchiefgebouwen.

Contacten met de media over archiefzaken worden onderhouden door het hoofd van de rijksarchiefdienst, met dien verstande dat contacten met de media over archiefzaken van aanmerkelijk politiek, bestuurlijk of financieel belang na overleg met het hoofd van de Directie Cultureel Erfgoed plaatshebben.

Persberichten worden opgesteld door de rijksarchiefdienst en verspreid door de Directie Voorlichting en Bibliotheek.

De rijksarchiefdienst kan kosteloos gebruik maken van de dienstverlening door de Afdeling Documentatie en Bibliotheek van de Directie Voorlichting en Bibliotheek.

Wijzigt de regeling Organisatie- en mandaatregeling Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen 1992

Het besluit van de Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur van 7 juli 1992, kenmerk CDWJZ-U-921234, wordt ingetrokken.

Twee jaar nadat deze regeling in werking is getreden zal het functioneren van de rijksarchiefdienst als agentschap door de minister worden geëvalueerd.

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 1996.

Deze regeling wordt aangehaald als: Statuut agentschap rijksarchiefdienst.