Ministeriële regeling · BWBR0008305

Handhavingsvoorschrift luchtvaartterrein Maastricht

Wijzigingen Officiële bron
Handhavingsvoorschrift luchtvaartterrein MaastrichtHandhavingsvoorschrift luchtvaartterrein MaastrichtDe Minister van Verkeer en Waterstaat,

Handelende in overeenstemming met de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;

Gelet op artikel 30a van de Luchtvaartwet;

Gezien het advies van de Milieucommissie Luchthaven Maastricht van 24 juni 1996, kenmerk MLM 96-123;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

's-Gravenhage23-10-1996De Minister van Verkeer en Waterstaat, A. Jorritsma-Lebbink

De gegevens, bedoeld in artikel 30b, tweede lid, van de Luchtvaartwet, die nodig zijn voor de bepaling van de verwachte geluidsbelasting, zijn de in bijlage C bij deze regeling genoemde gegevens, uitgesplitst per maand.

Indien blijkt dat de exploitant de in artikel 21 van het aanwijzingsbesluit bedoelde gegevens over het feitelijke gebruik van het luchtvaartterrein niet heeft verstrekt, vordert de directeur, binnen een door hem te bepalen termijn, dat de exploitant deze gegevens alsnog verstrekt.

Indien de exploitant niet heeft voldaan aan een van de termijnen, genoemd in artikel 30b, zesde lid, van de Luchtvaartwet, maakt de directeur daarvan onmiddellijk rapport op. Hij zendt het rapport aan de Luchtvaartpolitie en een afschrift daarvan aan de exploitant, de Minister van VROM en de voorzitter van de Commissie 28. Tevens stelt hij de Minister hiervan terstond in kennis.

Indien blijkt dat de maximaal toelaatbare geluidsbelasting in een netwerkpunt is overschreden, stelt de directeur de Minister en de exploitant daarvan onmiddellijk in kennis, en zendt een afschrift van deze mededeling aan de Minister van VROM en aan de voorzitter van de Commissie 28.

Indien blijkt dat het preferentieel baangebruiksysteem niet is toegepast, onderzoekt de directeur de oorzaak daarvan, maakt hiervan rapport op, stelt de Minister daarvan onmiddellijk in kennis, en zendt een afschrift daarvan aan de Minister van VROM, de voorzitter van de Commissie 28, de exploitant en het bestuur van de LVNL.

Indien blijkt dat de exploitant in strijd met artikel 16 van het aanwijzingsbesluit een baan beschikbaar gesteld heeft, maakt de directeur hiervan rapport op en zendt dit aan de Luchtvaartpolitie en in afschrift aan de exploitant en de Minister van VROM. Tevens stelt de directeur de Minister daarvan onmiddellijk in kennis.

Indien blijkt dat de gezagvoerder circuitvluchten als bedoeld in artikel 20 van het aanwijzingsbesluit uitvoert of heeft uitgevoerd buiten de in dat artikel genoemde periode, maakt de directeur hiervan rapport op en zendt dit aan de Luchtvaartpolitie.

Indien blijkt dat de gezagvoerder heeft gehandeld in strijd met de in artikel 18 genoemde regeling, maakt de directeur hiervan rapport op en zendt dit aan de Luchtvaartpolitie.

De directeur rapporteert één keer per kwartaal, gelijktijdig met het in artikel 6, tweede lid, bedoelde rapport, aan de Minister, de Minister van VROM en de voorzitter van de Commissie 28 over:

Deze regeling is van overeenkomstige toepassing op de voorschriften van een krachtens artikel 25f van de Luchtvaartwet gegeven ontheffing.

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 november 1996.

Deze regeling wordt aangehaald als: Handhavingsvoorschrift luchtvaartterrein Maastricht.