Ministeriële regeling · BWBR0008351

Regeling EG-verklaring advocaten 1996

Wijzigingen Officiële bron
Regeling houdende regels betreffende de wijze van aanvraag en de proeve van bekwaamheid ten behoeve van het verkrijgen van een EG-verklaring voor het beroep van advocaat of procureur, bedoeld in de Algemene wet erkenning EG-hoger-onderwijsdiploma’s Regeling EG-verklaring advocaten 1996De Minister van Justitie,

Gelet op artikel 11 van de Algemene wet erkenning EG-hoger-onderwijsdiploma’s;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant geplaatst worden.

’s-Gravenhage11 december 1996De Minister van Justitie, W.Sorgdrager

In deze regeling wordt verstaan onder:

a.wet:

Algemene wet erkenning EG-hoger-onderwijsdiploma’s;

b.algemene raad:

de algemene raad van de Nederlandse orde van advocaten, bedoeld in artikel 18, eerste lid, van de Advocatenwet.

Een EG-verklaring bevat ten minste een aanduiding dat het een EG-verklaring voor het beroep van advocaat of procureur betreft. In het geval, bedoeld in artikel 3, vierde lid, vermeldt de verklaring tevens welke onderdelen van de proeve van bekwaamheid door de aanvrager met goed gevolg zijn afgelegd. De EG-verklaring wordt voorzien van de dagtekening.

Tenzij daarbij in deze regeling is voorzien, worden de volgende onderwerpen nader vastgesteld bij of krachtens verordening als bedoeld in artikel 28 van de Advocatenwet:

De Regeling van 31 oktober 1994, houdende regels betreffende de wijze van aanvraag en de proeve van bekwaamheid ten behoeve van het verkrijgen van een EG-verklaring voor het beroep van advocaat als bedoeld in de Algemene wet erkenning EG-hoger-onderwijsdiploma’s wordt ingetrokken.

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling EG-verklaring advocaten 1996.