Ministeriële regeling · BWBR0008477

Regeling contingentering zeevis

Wijzigingen Officiële bron
Regeling contingentering zeevisRegeling contingentering zeevisDe Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,

Gelet op de artikelen 3, 4 en 6 van het Reglement zee- en kustvisserij 1977;

Na overleg met het Produktschap Vis;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, J.J. vanAartsen

Het is voor de vissersvaartuigen waaraan geen contingent horsmakreel uit sector IIa (EG-zone) en deelgebied IV (EG-zone) tezamen is toegewezen verboden per kalenderjaar gezamenlijk meer horsmakreel uit die sector en dat deelgebied tezamen aan boord te hebben of aan te landen, dan de hoeveelheid horsmakreel genoemd in de bijlage, onderdeel f.

Kabeljauw, wijting of makreel, gevangen door vaartuigen, bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel b, of artikel 8, eerste lid, onderdeel b, mag slechts dan worden aangeland als de hoeveelheid kabeljauw, wijting of makreel niet meer bedraagt dan 20% van het gewicht van de totale vangst aan boord.

De minister kent voor de duur van een kalenderjaar aan een ondernemer een contingent grote zilvervis toe, met inachtneming van het aandeel van die ondernemer in de totale van die vissoort gevangen hoeveelheid in de kalenderjaren 1998, 1999 of 2000. Artikel 23, eerste lid, is van overeenkomstige toepassing.

Het groepsbestuur dan wel bestuur van de producentenorganisatie is verplicht om:

Bij de onttrekking van contingenten, bedoeld in artikel 21, tweede en derde lid, alsmede bij de toekenning van een contingent, bedoeld in artikel 22, tweede lid, gaat de minister bij de berekening van het desbetreffende toe te kennen contingent uit van de gegevens uit het Visserij Registratie en Informatie Systeem van het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, aangevuld met de gegevens uit de laatst door het groepsbestuur dan wel bestuur van de producentenorganisatie overgelegde kopie van de administratieve gegevens, bedoeld in artikel 17, onderdeel h, behoudens tegenbewijs van de belanghebbende bij dat contingent.

Indien het een contingent haring betreft, kan een verzoek als bedoeld in de artikelen 11, eerste lid, 12, eerste lid, 14, eerste lid, 15, eerste lid, 16, eerste lid,18, eerste lid, en, 19, eerste lid, alsmede een verzoek als bedoeld in artikel 13, tweede lid, voorzover verband houdend met gedeeltelijke overdracht, slechts worden ingewilligd, indien het betrekking heeft op één en hetzelfde vangstgebied.

De artikelen 11, tweede lid, aanhef en onderdeel b, 12, eerste lid, aanhef en onderdeel a, 13, twaalfde lid, aanhef en onderdeel a, 14, zevende lid, aanhef en onderdeel a, 15, tweede lid, aanhef en onderdeel a, en vierde lid, 16, derde lid, aanhef en onderdeel c, en 19, eerste lid, zijn - voorzover het betreft het nog niet voor 90% hebben opgevist van het contingent - niet van toepassing op tong en schol voor de ondernemer voor wie als gevolg van de korting, bedoeld in artikel 23, minder dan 10% van het op grond van artikel 10, eerste lid, toegekende contingent tong of schol resteert, onder de voorwaarde dat het contingent tong of schol nog niet is overschreden op het tijdstip van ontvangst van het verzoek.

De minister kan bij regeling een tijdstip vaststellen waarna verzoeken als bedoeld in de artikelen 13, eerste lid, en 15, eerste lid, voor een daarbij te noemen vissoort niet meer kunnen worden ingediend.

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 1997.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling contingentering zeevis.