Ministeriële regeling · BWBR0008646

Regeling mandaat CBR

Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Minister van Verkeer en Waterstaat houdende mandatering van ministeriële bevoegdheden met betrekking tot maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid en ontheffing draagplicht autogordel aan functionarissen van het Centraal Bureau RijvaardigheidsbewijzenRegeling mandaat CBR De Minister van Verkeer en Waterstaat,

Gelet op de artikelen 131, 132, 133, 134 en 149, tweede lid onder a van de Wegenverkeerswet 1994;

Besluit:

Deze regeling zal in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage21 april 1997De Minister van Verkeer en Waterstaat, A.Jorritsma-Lebbink

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. minister:

de Minister van Verkeer en Waterstaat.

b. CBR:

de Stichting Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen

De bevoegdheid tot het beslissen op bezwaarschriften, ingediend tegen een besluit als bedoeld in artikel 2, eerste lid, wordt gemandateerd aan:

De Chef Sector juridisch van de Divisie vorderingen van het CBR en de Algemeen Directeur van het CBR maken van het hun verleende mandaat uitsluitend gebruik bij afwezigheid van het Hoofd van de Divisie vorderingen van het CBR, onderscheidenlijk van het Hoofd Juridische zaken van het CBR.

De artikelen 10:1, 10:2, 10:4, 10:6, 10:7, 10:8, 10:10 en 10:12 van de Algemene Wet Bestuursrecht (Stb. 1996, 333) zijn, indien zij nog niet in werking zijn getreden, van toepassing op deze mandaatregeling.

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Deze regeling kan worden aangehaald als: Regeling mandaat CBR