Regeling · BWBR0008688

Tuchtrechtbesluit BIG

Wijzigingen Officiële bron
Besluit van 20 mei 1997, houdende regelen inzake tuchtrechtspraak en maatregelen wegens ongeschiktheid (Tuchtrechtbesluit BIG) Tuchtrechtbesluit BIGWij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 15 juli 1996, nr. CSZ/BenO-966209, gedaan mede namens Onze Minister van Justitie;

Gelet op de artikelen 52, 53, eerste lid, 54, tweede lid, 65, tweede lid, 70, vierde lid, 73, tweede lid, 79, derde lid, 83, dertiende lid, 84, derde en zesde lid, en 94 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg;

De Raad van State gehoord (advies van 19 november 1996, no. W13.96.0306)

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 29 april 1997, CSZ/BenO-976120, uitgebracht mede namens Onze Minister van Justitie;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

's-Gravenhage20 mei 1997Beatrix De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,E. Borst-Eilers De Minister van Justitie,W. Sorgdragerde negentiende juni 1997De Minister van Justitie,W. Sorgdrager

ln dit besluit wordt verstaan onder «de wet»: de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg.

Vervallen

Indien het klaagschrift niet voldoet aan artikel 4, eerste of tweede lid, deelt het tuchtcollege de klager, indien deze bekend is, mede in hoeverre het klaagschrift onvolledig is en nodigt hem uit het verzuim binnen een bepaalde termijn te herstellen.

Vervallen

De voorzitter beslist de ter terechtzitting voorkomende geschillen betreffende de wijze waarop de zaak wordt behandeld.

Indien het beroepschrift niet voldoet aan artikel 19, eerste en tweede lid, deelt het centrale tuchtcollege aan de indiener van het beroep mede in hoeverre het beroepschrift onvolledig is en nodigt hem uit het verzuim binnen een bepaalde termijn te herstellen.

Op de procedure in beroep zijn de artikelen 6 tot en met 16, 17 eerste en tweede lid, en 18 van overeenkomstige toepassing.

Indien het verzoek tot herziening niet voldoet aan het vereiste, bedoeld in artikel 23, tweede lid, verklaart het centrale tuchtcollege bij met redenen omklede beslissing de indiener niet-ontvankelijk.

Voor de toepassing van artikel 50, derde lid, van de wet wordt voor zaken waar in hoogste instantie een maatregel is opgelegd door de voormalige regionale tuchtcolleges van Den Haag, Eindhoven en Groningen, advies ingewonnen bij de colleges van respectievelijk Amsterdam, ’s-Hertogenbosch en Zwolle.

De voordracht aan het regionale tuchtcollege tot het treffen van een voorziening als bedoeld in artikel 79 van de wet, wordt gedaan door de inspecteur van de Inspectie gezondheidszorg en jeugd.

Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Dit besluit wordt aangehaald als: Tuchtrechtbesluit BIG.