Ministeriële regeling · BWBR0009118

Uitvoeringsregeling BMKB 1997

Wijzigingen Officiële bron
Uitvoeringsregeling BMKB 1997Uitvoeringsregeling BMKB 1997De Minister van Economische Zaken,

handelende in overeenstemming met de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

Gelet op de artikelen 1, 3, 6 en 8 van het Besluit borgstelling MKB-kredieten 1997;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen 5 en 6, die ter inzage worden gelegd. Van deze terinzagelegging zal mededeling worden gedaan in de Staatscourant.

's-Gravenhage11 december 1997 De Minister van Economische Zaken, G.J.Wijers

Deze regeling wordt aangehaald als: Uitvoeringsregeling BMKB 1997.

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag waarop het Besluit borgstelling MKB-kredieten 1997 in werking treedt.

De Staat der Nederlanden, hierna te noemen: de staat,

ten deze vertegenwoordigd door de Minister van Economische Zaken,

hierna te noemen: de minister

en

ten deze vertegenwoordigd door

...........

hierna te noemen: de Bank,

komen overeen als volgt:

Getekend te 's-Gravenhage op .....

De Minister van Economische Zaken,(naam en functie vertegenwoordigers Bank)

In deze overeenkomst wordt verstaan onder:

De staat stelt zich borg ten behoeve van de Bank voor de terugbetaling van bedrijfsborgstellingskredieten die met inachtneming van het Besluit borgstelling MKB-kredieten 1997 en deze overeenkomst door de Bank worden verstrekt.

Deze borgstelling wordt aangegaan onder de navolgende bedingen.

1

De toepasselijkheid van deze borgstellingsovereenkomst op een krediet of een deel van een krediet kan uitsluitend worden ingeroepen:

2

De minister bevestigt de ontvangst van een meldingsformulier schriftelijk binnen 35 dagen na ontvangst.

3

Voor de toepassing van het eerste lid, aanhef en onder c, is de volgorde van ontvangst van de meldingsformulieren door de minister bepalend.

4

De meldingen, bedoeld in het eerste lid onder a, worden gedaan met gebruikmaking van het origineel van een ondertekend formulier.

5

Voor de toepassing van artikel 3, eerste lid, onder d, worden mede in aanmerking genomen de bedragen die een gelieerde bank uit hoofde van een gelijktijdig met het sluiten van de kredietovereenkomst door de Bank, uit hoofde waarvan een bedrijfsborgstellingskrediet aan de ondernemer wordt verstrekt, gesloten kredietovereenkomst aan de ondernemer verstrekt, indien de zekerheden van de gelieerde bank ter zake van die bedragen mede strekken tot zekerheid van de Bank.

1

Voor de berekening van de omvang van de borgstelling wordt een bedrijfsborgstellingskrediet slechts in aanmerking genomen voor zover door de verstrekking van het bedrijfsborgstellingskrediet het totaal van de bedrijfsborgstellingskredieten, berekend per ondernemer of, indien de ondernemer deel uitmaakt van een groep, per groep, een bedrag van € 1.500.000,– niet overschrijdt.

2

Voor de berekening van de omvang van de borgstelling wordt een starters-borgstellingskrediet slechts in aanmerking genomen voor zover door de verstrekking van dit krediet het totaal van de starters-borgstellingskredieten, berekend per ondernemer of, indien de ondernemer deel uitmaakt van een groep, per groep, een bedrag van € 200.000 niet overschrijdt.

3

Voor de toepassing van het eerste lid wordt een bedrijfsborgstellingskrediet dat is verstrekt aan een andere ondernemer ten behoeve van een onderneming voor het drijven waarvan de ondernemer volledig aansprakelijk is, geacht aan de ondernemer te zijn verstrekt.

4

Voor de toepassing van het eerste lid is de toestand op het tijdstip onmiddellijk na het sluiten van de kredietovereenkomst uit hoofde waarvan het bedrijfsborgstellingskrediet is verstrekt bepalend.

5

Voor de toepassing van het eerste lid worden:

6

Voor de toepassing van het eerste en het tweede lid wordt een bedrijfsborgstellingskrediet dat betrekking heeft op buitenlandse activiteiten van de ondernemer slechts in aanmerking genomen voor zover dit niet wordt aangewend voor investeringen in distributiekanalen in verband met werkzaamheden op het gebied van uitvoer.

1

Voor de berekening van de omvang van de borgstelling wordt het na toepassing van artikel 4 in aanmerking te nemen bedrijfsborgstellingskrediet na verloop van ieder kalenderkwartaal verminderd met een zodanig vast bedrag, dat het bedrijfsborgstellingskrediet op de laatste datum waarop het moet zijn afgelost, doch uiterlijk na verloop van 6 jaar, nihil bedraagt.

2

De Bank kan de vermindering, bedoeld in het eerste lid, gedurende een aaneengesloten periode van maximaal vier kalenderkwartalen opschorten indien:

1

De opschorting van de vermindering vindt ten hoogste twee maal plaats.

De opschorting van de vermindering vindt ten hoogste drie maal plaats indien het bedrijfsborgstellingskrediet is verstrekt:

4

Indien:

5

Voor de toepassing van het vierde lid wordt onder een onroerende zaak mede begrepen schepen en vliegtuigen, voor zover deze zijn ingeschreven in de registers als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onder b, respectievelijk onder c, van de Kadasterwet, alsmede ieder goederenrechtelijk recht dat omvat het uitsluitend gebruik van een onroerende zaak, met inbegrip van bovenbedoelde schepen en vliegtuigen.

6

Voor de toepassing van het eerste lid vangt het eerste kalenderkwartaal uiterlijk aan op de eerste dag van het tweede kalenderkwartaal dat volgt op het kalenderkwartaal waarin de kredietovereenkomst is gesloten.

7

De minister bevestigt de ontvangst van een formulier als bedoeld in het tweede lid, onder c, schriftelijk binnen 35 dagen na ontvangst.

8

Indien het bedrijfsborgstellingskrediet wordt verstrekt aan een innovatieve ondernemer, geldt voor de toepassing van het eerste lid in plaats van een periode van ten hoogste zes jaar een periode van ten hoogste twaalf jaar.

9

Voor de toepassing van het eerste lid geldt dat, indien het bedrijfsborgstellingskrediet wordt verstrekt aan een innovatieve ondernemer, het eerste kalenderkwartaal waarin vermindering plaatsvindt uiterlijk aanvangt op de eerste dag van het veertiende kalenderkwartaal dat volgt op het kalenderkwartaal waarin de kredietovereenkomst is gesloten met dien verstande dat de totale looptijd van de kredietovereenkomst niet meer bedraagt dan 12 jaar.

1

De vermindering van de borgstelling, bedoeld in artikel 5, wordt geschorst met ingang van de dag waartegen het bedrijfsborgstellingskrediet is opgeëist.

2

In afwijking van het eerste lid wordt de vermindering van de borgstelling pas geschorst door de aanvang van de uitwinning, indien met die uitwinning geen aanvang is gemaakt binnen twee maanden na de dag waartegen het bedrijfsborgstellingskrediet door de Bank is opgeëist.

3

De vermindering van de borgstelling wordt tevens geschorst zolang de ondernemer in staat van faillissement verkeert of aan hem surséance van betaling is verleend.

1

De omvang van de borgstelling bedraagt per ondernemer 90 procent van hetgeen de ondernemer ten tijde van de overeenkomstig artikel 13 ingediende aanvraag uit hoofde van het bedrijfsborgstellingskrediet of de bedrijfsborgstellingskredieten pro resto verschuldigd is, doch ten hoogste

2

Indien sprake is van een starters-borgstellingskrediet, bedraagt de omvang van de borgstelling, in afwijking van het eerste lid, aanhef en onder a, hetgeen de ondernemer ten tijde van de overeenkomstig artikel 13 ingediende aanvraag uit hoofde van het bedrijfsborgstellingskrediet of de bedrijfsborgstellingskredieten pro resto verschuldigd is, doch ten hoogste de met toepassing van de artikelen 4, 5 en 6 berekende omvang van het bedrijfsborgstellingskrediet.

3

In afwijking van het eerste lid, onder b, bedraagt de omvang van de borgstelling:

4

Voor de toepassing van het eerste lid en het derde lid worden als bankfaciliteiten mede in aanmerking genomen:

1

Ten tijde van het sluiten van een kredietovereenkomst uit hoofde waarvan een bedrijfsborgstellingskrediet aan een ondernemer wordt verstrekt, moet aan de volgende criteria zijn voldaan:

2

Voor de toepassing van het eerste lid, aanhef en onder j, wordt het bedrijfsborgstellingskrediet verhoogd met:

3

Voor de toepassing van het eerste lid, aanhef en onder j, is artikel 3, vijfde lid, van overeenkomstige toepassing.

1

De Bank, en indien toepassing is gegeven aan de artikelen 3, vijfde lid, en 7, vierde lid, de gelieerde bank, en de ondernemer voldoen aan hetgeen door door de minister aangewezen bij zijn ministerie werkzame personen wordt verzocht, voor zover dat redelijkerwijs noodzakelijk is voor een goede uitvoering van het Besluit borgstelling MKB-kredieten 1997 en deze overeenkomst en met het oog op de nakoming door de staat van op hem rustende internationaalrechtelijke verplichtingen, en voor zover het betrekking heeft op de uit het besluit en deze overeenkomst voortvloeiende zelfstandige verplichtingen van de Bank of de gelieerde bank, op de ondernemer aan wie het bedrijfsborgstellingskrediet is verstrekt of op de met deze ondernemer gesloten kredietovereenkomsten omtrent:

2

Alleen in daartoe aanleiding gevende gevallen zal aan de Bank, of indien toepassing is gegeven aan de artikelen 3, vijfde lid, en 7, vierde lid, de gelieerde bank, of aan de ondernemer, gevraagd worden de in het eerste lid bedoelde inlichtingen ook door haar interne accountant te doen verstrekken.

3

Van de mogelijkheid, genoemd in het eerste lid, aanhef en onder a, zal alleen gebruik worden gemaakt indien een ernstig vermoeden bestaat dat de Bank, de gelieerde bank of de ondernemer onjuiste of onvolledige informatie heeft verstrekt.

4

De Bank stelt, met gebruikmaking van een formulier, waarvan het model door de minister wordt vastgesteld, de minister binnen 35 dagen na kennisname op de hoogte van de volgende feiten:

5

Na afsluiting van ieder boekjaar zendt de Bank voor 1 februari van het daaropvolgende jaar, met gebruikmaking van een formulier, waarvan het model door de minister wordt vastgesteld, aan de minister een opgave van de omvang van de borgstelling aan het einde van het boekjaar voor alle bedrijfsborgstellingskredieten te zamen, waarvoor de Bank nog geen verzoek om betaling als bedoeld in artikel 13 heeft ingediend. Deze omvang dient te worden berekend met toepassing van paragraaf 4.

6

Binnen zes maanden na afsluiting van ieder boekjaar zendt de Bank, met gebruikmaking van een formulier, waarvan het model door de minister wordt vastgesteld, aan de minister een verklaring van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek waaruit blijkt van de juistheid en volledigheid van de in het vijfde lid bedoelde opgave.

7

Tijdens de looptijd van de kredietovereenkomst uit hoofde waarvan een bedrijfsborgstellingskrediet wordt verstrekt en tijdens de uitwinning zal de Bank waken over de belangen van de staat als borg.

8

De Bank zal er voor zorgdragen dat het bedrijfsborgstellingskrediet niet wordt gebruikt voor de nakoming van verplichtingen van de ondernemer aan de Bank die het bedrijfsborgstellingskrediet verstrekt, aan een gelieerde bank of aan een rechtspersoon waarmee de Bank in een groep verbonden is.

9

De Bank zal tijdens de looptijd van de kredietovereenkomst uit hoofde waarvan een bedrijfsborgstellingskrediet is verleend in de door haar te sluiten overeenkomsten met allen, niet zijnde de staat, die zich borg willen stellen voor de nakoming door de ondernemer van de verplichtingen voortvloeiende uit de kredietovereenkomst uit hoofde waarvan het bedrijfsborgstellingskrediet is verleend een beding ten behoeve van de staat opnemen, ertoe strekkende dat de omslagregeling van artikel 869, boek 7, Burgerlijk Wetboek niet geldt ten opzichte van de staat en de Bank zal geen bedingen opnemen, ertoe leidende dat:

1

Indien een aanvraag om betaling als bedoeld in artikel 13 is ingediend op een moment, waarop de uitwinning nog niet is voltooid en ook niet aannemelijk is geworden dat geen opbrengsten meer zijn te verwachten die in mindering komen op het bedrijfsborgstellingskrediet, brengt de Bank de minister ten minste jaarlijks verslag uit over de voortgang van de uitwinning.

2

De minister kan over het verloop van de uitwinning binnen een door hem te stellen termijn nadere gegevens van de Bank verlangen.

1

Gedurende een periode van vijf jaar na de datum waarop een verzoek om betaling als bedoeld in artikel 13 is ingediend of, indien een verzoek om betaling is ingediend op een moment waarop de uitwinning nog niet is voltooid en ook niet aannemelijk is geworden dat geen opbrengsten meer zijn te verwachten die in mindering komen op het bedrijfsborgstellingskrediet, na de datum waarop de Bank de minister heeft bericht dat de uitwinning is voltooid of dat aannemelijk is dat geen opbrengsten meer zijn te verwachten die in mindering komen op het bedrijfsborgstellingskrediet, is de Bank gehouden die pogingen in het werk te stellen om namens de staat het door de staat betaalde bedrag in te vorderen, die de Bank in het werk zou hebben gesteld indien het krediet voor eigen rekening en risico door de Bank zou zijn verstrekt. De staat machtigt met het oog hierop de Bank tot invordering bij de kredietnemer van de door deze aan de staat verschuldigde bedragen.

2

De Bank zendt binnen drie maanden na afloop van de in het eerste lid bedoelde periode de minister een overzicht van de door haar ondernomen activiteiten, met gebruikmaking van een formulier, waarvan het model door de minister wordt vastgesteld.

1

De Bank treft geen schuldregeling die inhoudt of mede inhoudt een gehele of gedeeltelijke kwijtschelding van verplichtingen voortvloeiende uit een kredietovereenkomst, uit hoofde waarvan een bedrijfsborgstellingskrediet is verstrekt, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de minister. De minister kan aan zijn toestemming voorwaarden verbinden ten aanzien van de inhoud van een dergelijke regeling.

2

Een verzoek om toestemming als bedoeld in het eerste lid dient door de Bank schriftelijk bij de minister te worden ingediend.

3

De minister beslist zo spoedig mogelijk op een verzoek om toestemming als bedoeld in het eerste lid.

1

De Bank dient zo spoedig mogelijk na de voltooiing van de uitwinning of, indien dit eerder is, zo spoedig mogelijk nadat aannemelijk is geworden dat geen opbrengsten meer zijn te verwachten die in mindering komen op het bedrijfsborgstellingskrediet, doch in ieder geval binnen negen maanden na de datum waartegen het bedrijfsborgstellingskrediet is opgeëist of, indien dit eerder is, na de datum van het faillissement, een aanvraag in om betaling uit hoofde van de bedrijfsborgstellingsovereenkomst.

2

De aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van een formulier, waarvan het model door de minister wordt vastgesteld.

1

De minister bevestigt de ontvangst van een aanvraag om betaling schriftelijk binnen 35 dagen na de ontvangst.

2

De minister deelt zijn beslissing op de aanvraag binnen negen maanden na de bevestiging van de ontvangst schriftelijk aan de Bank mede.

1

De minister stelt het uit hoofde van deze overeenkomst door de staat verschuldigde bedrag vast overeenkomstig het Besluit borgstelling MKB-kredieten 1997, de Uitvoeringsregeling BMKB 1997 en deze overeenkomst, met uitzondering van het bepaalde in artikel 9, vierde, vijfde en zesde lid.

2

Voor zover de Bank bij haar aanvraag om betaling aannemelijk maakt dat er bijzondere omstandigheden waren die het naar normaal bankgebruik noodzakelijk maakten de bankfaciliteiten sterker in omvang terug te brengen dan de bedrijfsborgstellingskredieten, blijft artikel 7, eerste lid, aanhef en onder b, en derde lid, buiten toepassing.

3

De minister kan in ieder geval afwijzend beslissen op een aanvraag:

1

Betalingen door de staat aan de Bank en door de Bank aan de staat geschieden door debitering respectievelijk creditering door de Bank van een rekening die de Bank zal aanhouden ten name van het Ministerie van Economische Zaken, met vermelding van 'verliesdeclaraties'.

2

Over het debet- of creditsaldo van de rekening zal een rente berekend worden gelijk aan de in Het Financieele Dagblad gepubliceerde basisrente.

1

De verplichtingen van de staat uit hoofde van deze overeenkomst met betrekking tot een bedrijfsborgstellingskrediet vervallen door schuldvernieuwing, door schuldoverneming en - voor het gedeelte waarin subrogatie plaatsvindt - door subrogatie van derden in de rechten van de Bank met betrekking tot het bedrijfsborgstellingskrediet, al dan niet voorafgegaan door verpanding van het bedrijfsborgstellingskrediet.

2

In afwijking van het eerste lid blijven de verplichtingen van de staat met betrekking tot een bedrijfsborgstellingskrediet van kracht, indien:

3

Voor de toepassing van het tweede lid wordt onder rechtspersoon mede begrepen twee of meer rechtspersonen, indien die rechtspersonen gezamenlijk voldoen aan de in het tweede lid genoemde voorwaarden en ieder van die rechtspersonen zich hoofdelijk aansprakelijk stelt voor de nakoming van de verplichtingen die voortvloeien uit de kredietovereenkomst uit hoofde waarvan het bedrijfsborgstellingskrediet is verstrekt.

Indien overeenkomstig artikel 3, eerste lid, onderdeel b, een garantieprovisie is betaald met betrekking tot een kredietovereenkomst en indien het desbetreffende krediet niet is opgenomen vanwege omstandigheden die niet zijn toe te rekenen aan de kredietnemer of aan de Bank, wordt de provisie door de staat terugbetaald aan de Bank mits de Bank binnen een jaar na het sluiten van de kredietovereenkomst daartoe een verzoek aan de staat heeft gedaan.

1

De Bank betaalt de vanaf het moment van de indiening van een aanvraag als bedoeld in artikel 13 ontvangen opbrengsten die in mindering komen op het bedrijfsborgstellingskrediet binnen twee maanden na ontvangst aan de staat.

2

Voor zover de opbrengsten na de aanvang van de periode, bedoeld in artikel 11, eerste lid, ontvangen zijn en niet ontvangen zijn uit hoofde van de uitwinning van zekerheden, wordt de in het eerste lid bedoelde betalingsverplichting beperkt tot 80 procent van de ontvangen opbrengsten.

3

De Bank zal de rekening, bedoeld in artikel 16, eerste lid, per de datum van verzending van de aanvraag, bedoeld in artikel 13, en binnen twee maanden na die datum, debiteren voor het bedrag waarvoor betaling wordt gevraagd, vermeerderd met een rente als bedoeld in artikel 16, tweede lid, over de periode die verstreken is sinds de dag waarop de vermindering, bedoeld in artikel 5, op grond van artikel 6 is geschorst.

4

De Bank zal de rekening per de datum van de beslissing van de minister, bedoeld in artikel 14, tweede lid, en binnen twee maanden na die datum crediteren of debiteren voor respectievelijk het voor de staat positieve of negatieve verschil tussen het bedrag waarvoor de rekening ingevolge het derde lid is gedebiteerd en het bedrag waarop de minister de betaling vaststelde, vermeerderd met een over dat verschil te berekenen rente als bedoeld in artikel 16, tweede lid, over de periode die is verstreken sinds de creditering of debitering, bedoeld in het derde lid, en de vaststelling van de betaling.

Reeds uitgekeerde bedragen zijn terstond en zonder enige ingebrekestelling opeisbaar zodra de minister blijkt dat de Bank zodanig onjuiste of onvolledige informatie heeft verschaft dat hij op een verzoek om betaling een andere beslissing zou hebben genomen, indien hem de juiste gegevens volledig waren verschaft, of dat de Bank de betalingsverplichting, bedoeld in artikel 18, eerste lid, niet is nagekomen.

Gelieerde bank(en) in de zin van artikel 1, eerste lid, onder a, van deze overeenkomst is (zijn) ...........

1

De inwerkingtreding van een wijziging van het Besluit borgstelling MKB-kredieten 1997 of de Uitvoeringsregeling BMKB 1997 leidt te zelfder tijd tot een gelijke wijziging van deze overeenkomst.

2

Deze overeenkomst kan worden gewijzigd door een schriftelijke mededeling van de minister aan de Bank.

3

Deze overeenkomst is aangegaan voor onbepaalde tijd en kan door de minister en de Bank schriftelijk worden opgezegd met inachtneming van een opzegtermijn van drie hele kalendermaanden.

4

In afwijking van het derde lid kan deze overeenkomst door de minister met onmiddellijke ingang worden ontbonden, indien de Bank in strijd heeft gehandeld met het gestelde in de paragrafen 5, 6, 7 of 8 van deze overeenkomst.

5

In afwijking van het derde lid kan de Bank deze overeenkomst met onmiddellijke ingang opzeggen binnen een termijn van een maand na publicatie in het Staatsblad van een wijziging van het Besluit borgstelling MKB-kredieten 1997, publicatie in de Staatscourant van een wijziging van de Uitvoeringsregeling BMKB 1997 of schriftelijke mededeling van de minister, inhoudende een wijziging van deze overeenkomst.

6

Deze overeenkomst eindigt van rechtswege door de intrekking van het Besluit borgstelling MKB-kredieten 1997 of door intrekking van artikel 2, eerste lid, onderdeel a, van de Uitvoeringsregeling BMKB 1997.

7

Wijziging, opzegging, ontbinding of beëindiging van deze overeenkomst heeft geen gevolg ten aanzien van bedrijfsborgstellingskredieten, welke ten tijde van de inwerkingtreding van de wijziging, opzegging, ontbinding of beëindiging overeenkomstig artikel 3 zijn gemeld en ten aanzien van bedrijfsborgstellingskredieten die zijn of zullen worden verstrekt uit hoofde van een kredietovereenkomst die is aangegaan voor de inwerkingtreding van de wijziging, opzegging, ontbinding of beëindiging.

De Staat der Nederlanden, hierna te noemen: de staat, ten deze vertegenwoordigd door de Minister van Economische Zaken, hierna te noemen: de minister

en ....(inclusief de centrale Bank indien deze bedrijfsborgstellingskredieten verstrekt) ...., hierna gezamenlijk te noemen de Banken en ieder voor zich de Bank, ten deze vertegenwoordigd door ...... hierna te noemen: de centrale Bank,

komen overeen als volgt:

Getekend te 's-Gravenhage op ......

De Minister van Economische Zaken, (naam en functie vertegenwoordigers Bank)

In deze overeenkomst wordt verstaan onder:

De staat stelt zich borg ten behoeve van de Banken voor de terugbetaling van bedrijfsborgstellingskredieten die met inachtneming van het Besluit borgstelling MKB-kredieten 1997 en deze overeenkomst door de Banken worden verstrekt.

Deze borgstelling wordt aangegaan onder de navolgende bedingen.

1

De toepasselijkheid van deze borgstellingsovereenkomst op een krediet of een deel van een krediet kan uitsluitend worden ingeroepen:

2

De minister bevestigt de ontvangst van een meldingsformulier schriftelijk binnen 35 dagen na ontvangst.

3

Voor de toepassing van het eerste lid, aanhef en onder c, is de volgorde van ontvangst van de meldingsformulieren door de minister bepalend.

4

De meldingen, bedoeld in het eerste lid onder a, worden gedaan met gebruikmaking van het origineel van een ondertekend formulier.

5

Voor de toepassing van artikel 3, eerste lid, onder d, worden mede in aanmerking genomen de bedragen die een gelieerde bank uit hoofde van een gelijktijdig met het sluiten van de kredietovereenkomst door de Bank, uit hoofde waarvan een bedrijfsborgstellingskrediet aan de ondernemer wordt verstrekt, gesloten kredietovereenkomst aan de ondernemer verstrekt, indien de zekerheden van de gelieerde bank ter zake van die bedragen mede strekken tot zekerheid van de Bank.

1

Voor de berekening van de omvang van de borgstelling wordt een bedrijfsborgstellingskrediet slechts in aanmerking genomen voor zover door de verstrekking van het bedrijfsborgstellingskrediet het totaal van de bedrijfsborgstellingskredieten, berekend per ondernemer of, indien de ondernemer deel uitmaakt van een groep, per groep, een bedrag van € 1.500.000,– niet overschrijdt.

2

Voor de berekening van de omvang van de borgstelling wordt een starters-borgstellingskrediet slechts in aanmerking genomen voor zover door de verstrekking van dit krediet het totaal van de starters-borgstellingskredieten, berekend per ondernemer of, indien de ondernemer deel uitmaakt van een groep, per groep, een bedrag van € 200.000 niet overschrijdt.

3

Voor de toepassing van het eerste lid wordt een bedrijfsborgstellingskrediet dat is verstrekt aan een andere ondernemer ten behoeve van een onderneming voor het drijven waarvan de ondernemer volledig aansprakelijk is, geacht aan de ondernemer te zijn verstrekt.

4

Voor de toepassing van het eerste lid is de toestand op het tijdstip onmiddellijk na het sluiten van de kredietovereenkomst uit hoofde waarvan het bedrijfsborgstellingskrediet is verstrekt bepalend.

5

Voor de toepassing van het eerste lid worden:

6

Voor de toepassing van het eerste en het tweede lid wordt een bedrijfsborgstellingskrediet dat betrekking heeft op buitenlandse activiteiten van de ondernemer slechts in aanmerking genomen voor zover dit niet wordt aangewend voor investeringen in distributiekanalen in verband met werkzaamheden op het gebied van uitvoer.

1

Voor de berekening van de omvang van de borgstelling wordt het na toepassing van artikel 4 in aanmerking te nemen bedrijfsborgstellingskrediet na verloop van ieder kalenderkwartaal verminderd met een zodanig vast bedrag, dat het bedrijfsborgstellingskrediet op de laatste datum waarop het moet zijn afgelost, doch uiterlijk na verloop van 6 jaar, nihil bedraagt.

2

De Bank kan de vermindering, bedoeld in het eerste lid, gedurende een aaneengesloten periode van maximaal vier kalenderkwartalen opschorten indien:

1

De opschorting van de vermindering vindt ten hoogste twee maal plaats.

De opschorting van de vermindering vindt ten hoogste drie maal plaats indien het bedrijfsborgstellingskrediet is verstrekt:

4

Indien:

geldt voor de toepassing van het eerste lid in plaats van een periode van ten hoogste zes jaar een periode van ten hoogste twaalf jaar.

5

Voor de toepassing van het vierde lid wordt onder een onroerende zaak mede begrepen schepen en vliegtuigen, voor zover deze zijn ingeschreven in de registers als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onder b, respectievelijk onder c, van de Kadasterwet, alsmede ieder goederenrechtelijk recht dat omvat het uitsluitend gebruik van een onroerende zaak, met inbegrip van bovenbedoelde schepen en vliegtuigen.

6

Voor de toepassing van het eerste lid vangt het eerste kalenderkwartaal uiterlijk aan op de eerste dag van het tweede kalenderkwartaal dat volgt op het kalenderkwartaal waarin de kredietovereenkomst is gesloten.

7

De minister bevestigt de ontvangst van een formulier als bedoeld in het tweede lid, onder c, schriftelijk binnen 35 dagen na ontvangst.

8

Indien het bedrijfsborgstellingskrediet wordt verstrekt aan een innovatieve ondernemer, geldt voor de toepassing van het eerste lid in plaats van een periode van ten hoogste zes jaar een periode van ten hoogste twaalf jaar.

9

Voor de toepassing van het eerste lid geldt dat, indien het bedrijfsborgstellingskrediet wordt verstrekt aan een innovatieve ondernemer, het eerste kalenderkwartaal waarin vermindering plaatsvindt uiterlijk aanvangt op de eerste dag van het veertiende kalenderkwartaal dat volgt op het kalenderkwartaal waarin de kredietovereenkomst is gesloten, met dien verstande dat de totale looptijd van de kredietovereenkomst niet meer bedraagt dan 12 jaar.

1

De vermindering van de borgstelling, bedoeld in artikel 5, wordt geschorst met ingang van de dag waartegen het bedrijfsborgstellingskrediet is opgeëist.

2

In afwijking van het eerste lid wordt de vermindering van de borgstelling pas geschorst door de aanvang van de uitwinning, indien met die uitwinning geen aanvang is gemaakt binnen twee maanden na de dag waartegen het bedrijfsborgstellingskrediet door de Bank is opgeëist.

3

De vermindering van de borgstelling wordt tevens geschorst zolang de ondernemer in staat van faillissement verkeert of aan hem surséance van betaling is verleend.

1

De omvang van de borgstelling bedraagt per ondernemer 90 procent van hetgeen de ondernemer ten tijde van de overeenkomstig artikel 13 ingediende aanvraag uit hoofde van het bedrijfsborgstellingskrediet of de bedrijfsborgstellingskredieten pro resto verschuldigd is, doch ten hoogste

2

Indien sprake is van een starters-borgstellingskrediet, bedraagt de omvang van de borgstelling, in afwijking van het eerste lid, aanhef en onder a, hetgeen de ondernemer ten tijde van de overeenkomstig artikel 13 ingediende aanvraag uit hoofde van het bedrijfsborgstellingskrediet of de bedrijfsborgstellingskredieten pro resto verschuldigd is, doch ten hoogste de met toepassing van de artikelen 4, 5 en 6 berekende omvang van het bedrijfsborgstellingskrediet.

3

In afwijking van het eerste lid, onder b, bedraagt de omvang van de borgstelling:

4

Voor de toepassing van het eerste lid en het derde lid worden als bankfaciliteiten mede in aanmerking genomen:

1

Ten tijde van het sluiten van een kredietovereenkomst uit hoofde waarvan een bedrijfsborgstellingskrediet aan een ondernemer wordt verstrekt, moet aan de volgende criteria zijn voldaan:

2

Voor de toepassing van het eerste lid, aanhef en onder j, wordt het bedrijfsborgstellingskrediet verhoogd met:

3

Voor de toepassing van het eerste lid, aanhef en onder j, is artikel 3, vijfde lid, van overeenkomstige toepassing.

1

De Bank, en indien toepassing is gegeven aan de artikelen 3, vijfde lid, en 7, vierde lid , de gelieerde bank, en de ondernemer voldoen aan hetgeen door door de minister aangewezen bij zijn ministerie werkzame personen wordt verzocht, voor zover dat redelijkerwijs noodzakelijk is voor een goede uitvoering van het Besluit borgstelling MKB-kredieten 1997 en deze overeenkomst en met het oog op de nakoming door de staat van op hem rustende internationaalrechtelijke verplichtingen, en voor zover het betrekking heeft op de uit het besluit en deze overeenkomst voortvloeiende zelfstandige verplichtingen van de Bank of de gelieerde bank, op de ondernemer aan wie het bedrijfsborgstellingskrediet is verstrekt of op de met deze ondernemer gesloten kredietovereenkomsten omtrent:

2

Alleen in daartoe aanleiding gevende gevallen zal aan de Bank, of indien toepassing is gegeven aan de artikelen 3, vijfde lid, en 7, vierde lid, de gelieerde bank, of aan de ondernemer, gevraagd worden de in het eerste lid bedoelde inlichtingen ook door haar interne accountant te doen verstrekken.

3

Van de mogelijkheid, genoemd in het eerste lid, aanhef en onder a, zal alleen gebruik worden gemaakt indien een ernstig vermoeden bestaat dat de Bank, de gelieerde bank of de ondernemer onjuiste of onvolledige informatie heeft verstrekt.

4

De centrale Bank stelt, met gebruikmaking van een formulier, waarvan het model door de minister wordt vastgesteld, de minister binnen 35 dagen na kennisname op de hoogte van de volgende feiten:

5

Na afsluiting van ieder boekjaar zendt de centrale Bank voor 1 februari van het daaropvolgende jaar, met gebruikmaking van een formulier, waarvan het model door de minister wordt vastgesteld, aan de minister een opgave van de omvang van de borgstelling aan het einde van het boekjaar voor alle bedrijfsborgstellingskredieten te zamen, waarvoor de centrale Bank nog geen verzoek om betaling als bedoeld in artikel 13 heeft ingediend. Deze omvang dient te worden berekend met toepassing van paragraaf 4.

6

Binnen zes maanden na afsluiting van ieder boekjaar zendt de centrale Bank, met gebruikmaking van een formulier, waarvan het model door de minister wordt vastgesteld, aan de minister een verklaring van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek waaruit blijkt van de juistheid en volledigheid van de in het vijfde lid bedoelde opgave.

7

Tijdens de looptijd van de kredietovereenkomst uit hoofde waarvan een bedrijfsborgstellingskrediet wordt verstrekt en tijdens de uitwinning zal de Bank waken over de belangen van de staat als borg.

8

De Bank zal er voor zorgdragen dat het bedrijfsborgstellingskrediet niet wordt gebruikt voor de nakoming van verplichtingen van de ondernemer aan de Bank die het bedrijfsborgstellingskrediet verstrekt, aan een gelieerde bank of aan een rechtspersoon waarmee de Bank in een groep verbonden is.

9

De Bank zal tijdens de looptijd van de kredietovereenkomst uit hoofde waarvan een bedrijfsborgstellingskrediet is verleend in de door haar te sluiten overeenkomsten met allen, niet zijnde de staat, die zich borg willen stellen voor de nakoming door de ondernemer van de verplichtingen voortvloeiende uit de kredietovereenkomst uit hoofde waarvan het bedrijfsborgstellingskrediet is verleend een beding ten behoeve van de staat opnemen, ertoe strekkende dat de omslagregeling van artikel 869, boek 7, Burgerlijk Wetboek niet geldt ten opzichte van de staat en de Bank zal geen bedingen opnemen, ertoe leidende dat:

1

Indien een aanvraag om betaling als bedoeld in artikel 13 is ingediend op een moment, waarop de uitwinning nog niet is voltooid en ook niet aannemelijk is geworden dat geen opbrengsten meer zijn te verwachten die in mindering komen op het bedrijfsborgstellingskrediet, brengt de centrale Bank de minister ten minste jaarlijks verslag uit over de voortgang van de uitwinning.

2

De minister kan over het verloop van de uitwinning binnen een door hem te stellen termijn nadere gegevens van de Banken verlangen.

1

Gedurende een periode van vijf jaar na de datum waarop een verzoek om betaling als bedoeld in artikel 13 is ingediend of, indien een verzoek om betaling is ingediend op een moment waarop de uitwinning nog niet is voltooid en ook niet aannemelijk is geworden dat geen opbrengsten meer zijn te verwachten die in mindering komen op het bedrijfsborgstellingskrediet, na de datum waarop de centrale Bank de minister heeft bericht dat de uitwinning is voltooid of dat aannemelijk is dat geen opbrengsten meer zijn te verwachten die in mindering komen op het bedrijfsborgstellingskrediet, is de Bank gehouden die pogingen in het werk te stellen om namens de staat het door de staat betaalde bedrag in te vorderen, die de Bank in het werk zou hebben gesteld indien het krediet voor eigen rekening en risico door de Bank zou zijn verstrekt. De staat machtigt met het oog hierop de Bank tot invordering bij de kredietnemer van de door deze aan de staat verschuldigde bedragen.

2

De centrale Bank zendt binnen drie maanden na afloop van de in het eerste lid bedoelde periode de minister een overzicht van de door haar of door de Bank ondernomen activiteiten, met gebruikmaking van een formulier, waarvan het model door de minister wordt vastgesteld.

1

De Bank treft geen schuldregeling die inhoudt of mede inhoudt een gehele of gedeeltelijke kwijtschelding van verplichtingen voortvloeiende uit een kredietovereenkomst, uit hoofde waarvan een bedrijfsborgstellingskrediet is verstrekt, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de minister op een verzoek ingediend door de centrale Bank. De minister kan aan zijn toestemming voorwaarden verbinden ten aanzien van de inhoud van een dergelijke regeling.

2

Een verzoek om toestemming als bedoeld in het eerste lid dient door de centrale Bank schriftelijk bij de minister te worden ingediend.

3

De minister beslist zo spoedig mogelijk op een verzoek om toestemming als bedoeld in het eerste lid.

1

De centrale Bank dient zo spoedig mogelijk na de voltooiing van de uitwinning of, indien dit eerder is, zo spoedig mogelijk nadat aannemelijk is geworden dat geen opbrengsten meer zijn te verwachten die in mindering komen op het bedrijfsborgstellingskrediet, doch in ieder geval binnen negen maanden na de datum waartegen het bedrijfsborgstellingskrediet is opgeëist of, indien dit eerder is, na de datum van het faillissement, een aanvraag in om betaling uit hoofde van de bedrijfsborgstellingsovereenkomst.

2

De aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van een formulier, waarvan het model door de minister wordt vastgesteld.

1

De minister bevestigt de ontvangst van een aanvraag om betaling schriftelijk binnen 35 dagen na de ontvangst.

2

De minister deelt zijn beslissing op de aanvraag binnen negen maanden na de bevestiging van de ontvangst schriftelijk aan de centrale Bank mede.

1

De minister stelt het uit hoofde van deze overeenkomst door de staat verschuldigde bedrag vast overeenkomstig het Besluit borgstelling MKB-kredieten 1997, de Uitvoeringsregeling BMKB 1997 en deze overeenkomst, met uitzondering van het bepaalde in artikel 9, vierde, vijfde en zesde lid.

2

Voor zover de centrale Bank bij haar aanvraag om betaling aannemelijk maakt dat er bijzondere omstandigheden waren die het naar normaal bankgebruik noodzakelijk maakten de bankfaciliteiten sterker in omvang terug te brengen dan de bedrijfsborgstellingskredieten, blijft artikel 7, eerste lid, aanhef en onder b, en derde lid, buiten toepassing.

3

De minister kan in ieder geval afwijzend beslissen op een aanvraag:

1

Betalingen door de staat aan de Bank en door de Bank aan de staat geschieden door debitering respectievelijk creditering door de centrale Bank van een rekening die de centrale Bank zal aanhouden ten name van het Ministerie van Economische Zaken, met vermelding van 'verliesdeclaraties'.

2

Over het debet- of creditsaldo van de rekening zal een rente berekend worden gelijk aan de in Het Financieele Dagblad gepubliceerde basisrente.

1

De verplichtingen van de staat uit hoofde van deze overeenkomst met betrekking tot een bedrijfsborgstellingskrediet vervallen door schuldvernieuwing, door schuldoverneming en - voor het gedeelte waarin subrogatie plaatsvindt - door subrogatie van derden in de rechten van de Bank met betrekking tot het bedrijfsborgstellingskrediet, al dan niet voorafgegaan door verpanding van het bedrijfsborgstellingskrediet.

2

In afwijking van het eerste lid blijven de verplichtingen van de staat met betrekking tot een bedrijfsborgstellingskrediet van kracht, indien:

3

Voor de toepassing van het tweede lid wordt onder rechtspersoon mede begrepen twee of meer rechtspersonen, indien die rechtspersonen gezamenlijk voldoen aan de in het tweede lid genoemde voorwaarden en ieder van die rechtspersonen zich hoofdelijk aansprakelijk stelt voor de nakoming van de verplichtingen die voortvloeien uit de kredietovereenkomst uit hoofde waarvan het bedrijfsborgstellingskrediet is verstrekt.

Indien overeenkomstig artikel 3, eerste lid, onderdeel b, een garantieprovisie is betaald met betrekking tot een kredietovereenkomst en indien het desbetreffende krediet niet is opgenomen vanwege omstandigheden die niet zijn toe te rekenen aan de kredietnemer of aan de Bank, wordt de provisie door de staat terugbetaald aan de Bank mits de Bank binnen een jaar na het sluiten van de kredietovereenkomst daartoe een verzoek aan de staat heeft gedaan.

1

De centrale Bank betaalt de vanaf het moment van de indiening van een aanvraag als bedoeld in artikel 13 ontvangen opbrengsten die in mindering komen op het bedrijfsborgstellingskrediet binnen twee maanden na ontvangst aan de staat.

2

Voor zover de opbrengsten na de aanvang van de periode, bedoeld in artikel 11, eerste lid, ontvangen zijn en niet ontvangen zijn uit hoofde van de uitwinning van zekerheden, wordt de in het eerste lid bedoelde betalingsverplichting beperkt tot 80 procent van de ontvangen opbrengsten.

3

De centrale Bank zal de rekening, bedoeld in artikel 16, eerste lid, per de datum van verzending van de aanvraag, bedoeld in artikel 13, en binnen twee maanden na die datum, debiteren voor het bedrag waarvoor betaling wordt gevraagd, vermeerderd met een rente als bedoeld in artikel 16, tweede lid, over de periode die verstreken is sinds de dag waarop de vermindering, bedoeld in artikel 5, op grond van artikel 6 is geschorst.

4

De centrale Bank zal de rekening per de datum van de beslissing van de minister, bedoeld in artikel 14, tweede lid, en binnen twee maanden na die datum crediteren of debiteren voor respectievelijk het voor de staat positieve of negatieve verschil tussen het bedrag waarvoor de rekening ingevolge het derde lid is gedebiteerd en het bedrag waarop de minister de betaling vaststelde, vermeerderd met een over dat verschil te berekenen rente als bedoeld in artikel 16, tweede lid, over de periode die is verstreken sinds de creditering of debitering, bedoeld in het derde lid, en de vaststelling van de betaling.

Reeds uitgekeerde bedragen zijn terstond en zonder enige ingebrekestelling opeisbaar zodra de minister blijkt dat de Bank of de centrale Bank zodanig onjuiste of onvolledige informatie heeft verschaft dat hij op een verzoek om betaling een andere beslissing zou hebben genomen, indien hem de juiste gegevens volledig waren verschaft, of dat de centrale Bank de betalingsverplichting, bedoeld in artikel 18, eerste lid, niet is nagekomen.

Gelieerde bank(en) in de zin van artikel 1, eerste lid, onder a, van deze overeenkomst is (zijn) ...........

1

De inwerkingtreding van een wijziging van het Besluit borgstelling MKB-kredieten 1997 of de Uitvoeringsregeling BMKB 1997 leidt te zelfder tijd tot een gelijke wijziging van deze overeenkomst.

2

Deze overeenkomst kan worden gewijzigd door een schriftelijke mededeling van de minister aan de centrale Bank.

3

Deze overeenkomst is aangegaan voor onbepaalde tijd en kan door de minister en de Banken schriftelijk worden opgezegd met inachtneming van een opzegtermijn van drie hele kalendermaanden.

4

In afwijking van het derde lid kan deze overeenkomst door de minister met onmiddellijke ingang worden ontbonden, indien een Bank of de centrale Bank in strijd heeft gehandeld met het gestelde in de paragrafen 5, 6, 7 of 8 van deze overeenkomst.

5

In afwijking van het derde lid kunnen de Banken deze overeenkomst met onmiddellijke ingang opzeggen binnen een termijn van een maand na publicatie in het Staatsblad van een wijziging van het Besluit borgstelling MKB-kredieten 1997, publicatie in de Staatscourant van een wijziging van de Uitvoeringsregeling BMKB 1997 of schriftelijke mededeling van de minister, inhoudende een wijziging van deze overeenkomst.

6

Opzegging door de Banken als bedoeld in het derde en vijfde lid is uitsluitend mogelijk indien dit geschiedt door alle Banken gezamenlijk.

7

Deze overeenkomst eindigt van rechtswege door de intrekking van van het Besluit borgstelling MKB-kredieten 1997 of door intrekking van artikel 2, eerste lid, onderdeel a, van de Uitvoeringsregeling BMKB 1997.

8

Wijziging, opzegging, ontbinding of beëindiging van deze overeenkomst heeft geen gevolg ten aanzien van bedrijfsborgstellingskredieten, welke ten tijde van de inwerkingtreding van de wijziging, opzegging, ontbinding of beëindiging overeenkomstig artikel 3 zijn gemeld en ten aanzien van bedrijfsborgstellingskredieten die zijn of zullen worden verstrekt uit hoofde van een kredietovereenkomst die is aangegaan voor de inwerkingtreding van de wijziging, opzegging, ontbinding of beëindiging.

De Staat der Nederlanden, hierna te noemen: de staat, ten deze vertegenwoordigd door de Minister van Economische Zaken, hierna te noemen:

de minister

en

ten deze vertegenwoordigd door ......

hierna te noemen: de Bank,

komen overeen als volgt:

Getekend te 's-Gravenhage op ......

De Minister van Economische Zaken,

(naam en functie vertegenwoordigers Bank)

In deze overeenkomst wordt verstaan onder:

De staat stelt zich borg ten behoeve van de Bank voor de terugbetaling van bodemsaneringsborgstellingskredieten die met inachtneming van het Besluit borgstelling MKB-kredieten 1997 en deze overeenkomst door de Bank worden verstrekt.

Deze borgstelling wordt aangegaan onder de navolgende bedingen.

1

De toepasselijkheid van deze borgstellingsovereenkomst op een krediet of een deel van een krediet kan uitsluitend worden ingeroepen:

2

De minister bevestigt de ontvangst van een meldingsformulier schriftelijk binnen 35 dagen na ontvangst.

3

Voor de toepassing van het eerste lid, aanhef en onder c, is de volgorde van ontvangst van de meldingsformulieren door de minister bepalend.

4

De meldingen, bedoeld in het eerste lid onder a, worden gedaan met gebruikmaking van het origineel van een ondertekend formulier.

1

Voor de berekening van de omvang van de borgstelling wordt een bodemsaneringsborgstellingskrediet slechts in aanmerking genomen voor zover door de verstrekking van het bodemsaneringsborgstellingskrediet het totaal van de bodemsaneringsborgstellingskredieten, berekend per ondernemer of, indien de ondernemer deel uitmaakt van een groep, per groep, een bedrag van € 1.500.000,– niet overschrijdt.

2

Voor de toepassing van het eerste lid wordt een bodemsaneringsborgstellingskrediet dat is verstrekt aan een andere ondernemer ten behoeve van een onderneming voor het drijven waarvan de ondernemer volledig aansprakelijk is, geacht aan de ondernemer te zijn verstrekt.

3

Voor de toepassing van het eerste lid is de toestand op het tijdstip onmiddellijk na het sluiten van de krediet- overeenkomst uit hoofde waarvan het bodemsaneringsborgstellingskrediet is verstrekt bepalend.

4

Voor de toepassing van het eerste lid worden bodemsaneringsborgstellingskredieten die op een eerder tijdstip overeenkomstig artikel 3 zijn gemeld slechts voor het met overeenkomstige toepassing van de artikelen 5 en 6 berekende gedeelte van die bodemsaneringsborgstellingskredieten in aanmerking genomen.

1

Voor de berekening van de omvang van de borgstelling wordt het na toepassing van artikel 4 in aanmerking te nemen bodemsaneringsborgstellingskrediet na verloop van ieder kalenderkwartaal met een zodanig vast bedrag verminderd, dat het bodemsaneringsborgstellingskrediet op de laatste datum waarop het moet zijn afgelost, doch uiterlijk na verloop van 18 jaar, nihil bedraagt.

2

De Bank kan de vermindering, bedoeld in het eerste lid, gedurende een aaneengesloten periode van maximaal vier kalenderkwartalen opschorten indien:

3

De opschorting van de vermindering vindt ten hoogste twee maal plaats.

4

Voor de toepassing van het eerste lid vangt het eerste kalenderkwartaal uiterlijk aan op de eerste dag van het tweede kalenderkwartaal dat volgt op het kalenderkwartaal waarin de kredietovereenkomst is gesloten.

5

De minister bevestigt de ontvangst van een formulier als bedoeld in het tweede lid, onder b, schriftelijk binnen 35 dagen na de ontvangst.

1

De vermindering van de borgstelling, bedoeld in artikel 5, wordt geschorst met ingang van de dag waartegen het bodemsaneringsborgstellingskrediet is opgeëist.

2

In afwijking van het eerste lid wordt de vermindering van de borgstelling pas geschorst door de aanvang van de uitwinning, indien met die uitwinning geen aanvang is gemaakt binnen twee maanden na de dag waartegen het bodemsaneringsborgstellingskrediet door de Bank is opgeëist.

3

De vermindering van de borgstelling wordt tevens geschorst zolang de ondernemer in staat van faillissement verkeert of aan hem surséance van betaling is verleend.

De omvang van de borgstelling bedraagt per ondernemer 90 procent van hetgeen de ondernemer ten tijde van een overeenkomstig artikel 14 ingediende aanvraag uit hoofde van het bodemsaneringsborgstellingskrediet of bodemsaneringsborgstellingskredieten pro resto verschuldigd is, doch ten hoogste 90 procent van de met toepassing van de artikelen 4, 5 en 6 berekende omvang van het bodemsaneringsborgstellingskrediet of de bodemsaneringsborgstellingskredieten.

Ten tijde van het sluiten van een kredietovereenkomst uit hoofde waarvan een bodemsaneringsborgstellingskrediet aan een ondernemer wordt verstrekt, moet aan de volgende criteria zijn voldaan:

De Bank voldoet slechts aan de voor haar uit het bodemsaneringsborgstellingskrediet jegens de ondernemer voortvloeiende betalingsverplichtingen voor zover de ondernemer door het overleggen van facturen de verschuldigdheid van de kosten, die in de schriftelijke verklaring als bedoeld in artikel 8, onderdeel a, ten 1° zijn aangemerkt als noodzakelijk voor de sanering van de bodem, heeft aangetoond.

1

De Bank voldoet aan hetgeen door door de minister aangewezen bij zijn ministerie werkzame personen wordt verzocht, voor zover dat redelijkerwijs noodzakelijk is voor een goede uitvoering van het Besluit borgstelling MKB-kredieten 1997 en deze overeenkomst, en voor zover het betrekking heeft op de uit het besluit en deze overeenkomst voortvloeiende zelfstandige verplichtingen van de Bank, op de ondernemer aan wie het bodemsaneringsborgstellingskrediet is verstrekt of op de met deze ondernemer gesloten kredietovereenkomsten omtrent:

2

Alleen in daartoe aanleiding gevende gevallen zal aan de Bank gevraagd worden de in het eerste lid bedoelde inlichtingen ook door haar interne accountant te doen verstrekken.

3

Van de mogelijkheid, genoemd in het eerste lid, aanhef en onder a, zal alleen gebruik worden gemaakt indien een ernstig vermoeden bestaat dat de Bank onjuiste of onvolledige informatie heeft verstrekt.

4

De Bank stelt, met gebruikmaking van een formulier, waarvan het model door de minister wordt vastgesteld, de minister binnen 35 dagen na kennisname op de hoogte van de volgende feiten:

5

Na afsluiting van ieder boekjaar zendt de Bank voor 1 februari van het daaropvolgende jaar, met gebruikmaking van een formulier, waarvan het model door de minister wordt vastgesteld, aan de minister een opgave van de omvang van de borgstelling aan het einde van het boekjaar voor alle bodemsaneringsborgstellingskredieten te zamen, waarvoor de Bank nog geen verzoek om betaling als bedoeld in artikel 14 heeft ingediend. Deze omvang dient te worden berekend met toepassing van paragraaf 4.

6

Binnen zes maanden na afsluiting van ieder boekjaar zendt de Bank, met gebruikmaking van een formulier, waarvan het model door de minister wordt vastgesteld, aan de minister een verklaring van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek waaruit blijkt van de juistheid en volledigheid van de in het vijfde lid bedoelde opgave.

7

Tijdens de looptijd van de kredietovereenkomst uit hoofde waarvan een bodemsaneringsborgstellingskrediet wordt verstrekt en tijdens de uitwinning zal de Bank waken over de belangen van de staat als borg.

8

De Bank zal tijdens de looptijd van de kredietovereenkomst uit hoofde waarvan een bodemsaneringsborgstellingskrediet is verleend in de door haar te sluiten overeenkomsten met allen, niet zijnde de staat, die zich borg willen stellen voor de nakoming door de ondernemer van de verplichtingen voortvloeiende uit de kredietovereenkomst uit hoofde waarvan het bodemsaneringsborgstellingskrediet is verleend een beding ten behoeve van de staat opnemen, ertoe strekkende dat de omslagregeling van artikel 869, boek 7, Burgerlijk Wetboek niet geldt ten opzichte van de staat en de Bank zal geen bedingen opnemen, ertoe leidende dat:

1

Indien een aanvraag om betaling als bedoeld in artikel 14 is ingediend op een moment, waarop de uitwinning nog niet is voltooid en ook niet aannemelijk is geworden dat geen opbrengsten meer zijn te verwachten die in mindering komen op het bodemsaneringsborgstellingskrediet, brengt de Bank de minister ten minste jaarlijks verslag uit over de voortgang van de uitwinning.

2

De minister kan over het verloop van de uitwinning binnen een door hem te stellen termijn nadere gegevens van de Bank verlangen.

1

Gedurende een periode van vijf jaar na de datum waarop een verzoek om betaling als bedoeld in artikel 14 is ingediend of, indien een verzoek om betaling is ingediend op een moment waarop de uitwinning nog niet is voltooid en ook niet aannemelijk is geworden dat geen opbrengsten meer zijn te verwachten die in mindering komen op het bodemsaneringsborgstellingskrediet, na de datum waarop de Bank de minister heeft bericht dat de uitwinning is voltooid of dat aannemelijk is dat geen opbrengsten meer zijn te verwachten die in mindering komen op het bodemsaneringsborgstellingskrediet, is de Bank gehouden die pogingen in het werk te stellen om namens de staat het door de staat betaalde bedrag in te vorderen, die de Bank in het werk zou hebben gesteld indien het krediet voor eigen rekening en risico door de Bank zou zijn verstrekt. De staat machtigt met het oog hierop de Bank tot invordering bij de kredietnemer van de door deze aan de staat verschuldigde bedragen.

2

De Bank zendt binnen drie maanden na afloop van de in het eerste lid bedoelde periode de minister een overzicht van de door haar ondernomen activiteiten, met gebruikmaking van een formulier, waarvan het model door de minister wordt vastgesteld.

1

De Bank treft geen schuldregeling die inhoudt of mede inhoudt een gehele of gedeeltelijke kwijtschelding van verplichtingen voortvloeiende uit een kredietovereenkomst, uit hoofde waarvan een bodemsaneringsborgstellingskrediet is verstrekt, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de minister. De minister kan aan zijn toestemming voorwaarden verbinden ten aanzien van de inhoud van een dergelijke regeling.

2

Een verzoek om toestemming als bedoeld in het eerste lid dient door de Bank schriftelijk bij de minister te worden ingediend.

3

De minister beslist zo spoedig mogelijk op een verzoek om toestemming als bedoeld in het eerste lid.

1

De Bank dient zo spoedig mogelijk na de voltooiing van de uitwinning of, indien dit eerder is, zo spoedig mogelijk nadat aannemelijk is geworden dat geen opbrengsten meer zijn te verwachten die in mindering komen op het bodemsaneringsborgstellingskrediet, doch in ieder geval binnen negen maanden na de datum waartegen het bodemsaneringsborgstellingskrediet is opgeëist of, indien dit eerder is, na de datum van het faillissement, een aanvraag in om betaling uit hoofde van de bodemsaneringsborgstellingsovereenkomst.

2

De aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van een formulier, waarvan het model door de minister wordt vastgesteld.

1

De minister bevestigt de ontvangst van een aanvraag om betaling schriftelijk binnen 35 dagen na de ontvangst.

2

De minister deelt zijn beslissing op de aanvraag binnen negen maanden na de bevestiging van de ontvangst schriftelijk aan de Bank mede.

1

De minister stelt het uit hoofde van deze overeenkomst door de staat verschuldigde bedrag vast overeenkomstig het Besluit borgstelling MKB-kredieten 1997, de Uitvoeringsregeling BMKB 1997 en deze overeenkomst, met uitzondering van het bepaalde in artikel 10, vierde, vijfde en zesde lid.

2

De minister kan in ieder geval afwijzend beslissen op een aanvraag:

1

Betalingen door de staat aan de Bank en door de Bank aan de staat geschieden door debitering respectievelijk creditering door de Bank van een rekening die de Bank zal aanhouden ten name van het Ministerie van Economische Zaken, met vermelding van 'bodemsaneringsverliesdeclaraties'.

2

Over het debet- of creditsaldo van de rekening zal een rente berekend worden gelijk aan de in Het Financieele Dagblad gepubliceerde basisrente.

1

De verplichtingen van de staat uit hoofde van deze overeenkomst met betrekking tot een bodemsaneringsborgstellingskrediet vervallen door schuldvernieuwing, door schuldoverneming en - voor het gedeelte waarin subrogatie plaatsvindt - door subrogatie van derden in de rechten van de Bank met betrekking tot het bodemsaneringsborgstellingskrediet, al dan niet voorafgegaan door verpanding van het bodemsaneringsborgstellingskrediet.

2

In afwijking van het eerste lid blijven de verplichtingen van de staat met betrekking tot een bodemsaneringsborgstellingskrediet van kracht, indien:

3

Voor de toepassing van het tweede lid wordt onder rechtspersoon mede begrepen twee of meer rechtspersonen, indien die rechtspersonen gezamenlijk voldoen aan de in het tweede lid genoemde voorwaarden en ieder van die rechtspersonen zich hoofdelijk aansprakelijk stelt voor de nakoming van de verplichtingen die voortvloeien uit de kredietovereenkomst uit hoofde waarvan het bodemsaneringsborgstellingskrediet is verstrekt.

Indien overeenkomstig artikel 3, eerste lid, onderdeel b, een garantieprovisie is betaald met betrekking tot een kredietovereenkomst en indien het desbetreffende krediet niet is opgenomen vanwege omstandigheden die niet zijn toe te rekenen aan de kredietnemer of aan de Bank, wordt de provisie door de staat terugbetaald aan de Bank mits de Bank binnen een jaar na het sluiten van de kredietovereenkomst daartoe een verzoek aan de staat heeft gedaan.

1

De Bank betaalt de vanaf het moment van de indiening van een aanvraag als bedoeld in artikel 14 ontvangen opbrengsten die in mindering komen op het bodemsaneringsborgstellingskrediet binnen twee maanden na ontvangst aan de staat.

2

Voor zover de opbrengsten na de aanvang van de periode, bedoeld in artikel 12, eerste lid, ontvangen zijn en niet ontvangen zijn uit hoofde van de uitwinning van zekerheden, wordt de in het eerste lid bedoelde betalingsverplichting beperkt tot 80 procent van de ontvangen opbrengsten.

3

De Bank zal de rekening, bedoeld in artikel 17, eerste lid, per de datum van verzending van de aanvraag, bedoeld in artikel 14, en binnen twee maanden na die datum, debiteren voor het bedrag waarvoor betaling wordt gevraagd, vermeerderd met een rente als bedoeld in artikel 17, tweede lid, over de periode die verstreken is sinds de dag waarop de vermindering, bedoeld in artikel 5, op grond van artikel 6 is geschorst.

4

De Bank zal de rekening per de datum van de beslissing van de minister, bedoeld in artikel 15, tweede lid, en binnen twee maanden na die datum crediteren of debiteren voor respectievelijk het voor de staat positieve of negatieve verschil tussen het bedrag waarvoor de rekening ingevolge het derde lid is gedebiteerd en het bedrag waarop de minister de betaling vaststelde, vermeerderd met een over dat verschil te berekenen rente als bedoeld in artikel 17, tweede lid, over de periode die is verstreken sinds de creditering of debitering, bedoeld in het derde lid, en de vaststelling van de betaling.

Reeds uitgekeerde bedragen zijn terstond en zonder enige ingebrekestelling opeisbaar zodra de minister blijkt dat de Bank zodanig onjuiste of onvolledige informatie heeft verschaft dat hij op een verzoek om betaling een andere beslissing zou hebben genomen, indien hem de juiste gegevens volledig waren verschaft, of dat de Bank de betalingsverplichting bedoeld in artikel 19, eerste lid, niet is nagekomen.

1

De inwerkingtreding van een wijziging van het Besluit borgstelling MKB-kredieten 1997 of de Uitvoeringsregeling BMKB 1997 leidt te zelfder tijd tot een gelijke wijziging van deze overeenkomst.

2

Deze overeenkomst kan worden gewijzigd door een schriftelijke mededeling van de minister aan de Bank.

3

Deze overeenkomst is aangegaan voor onbepaalde tijd en kan door de minister en de Bank schriftelijk worden opgezegd met inachtneming van een opzegtermijn van drie hele kalendermaanden.

4

In afwijking van het derde lid kan deze overeenkomst door de minister met onmiddellijke ingang worden ontbonden, indien de Bank in strijd heeft gehandeld met het gestelde in de paragrafen 5, 6, 7 of 8 van deze overeenkomst.

5

In afwijking van het derde lid kan de Bank de overeenkomst met onmiddellijke ingang opzeggen binnen een termijn van een maand na publicatie in het Staatsblad van een wijziging van het Besluit borgstelling MKB-kredieten 1997, publicatie in de Staatscourant van een wijziging van de Uitvoeringsregeling BMKB 1997 of schriftelijke mededeling van de minister, inhoudende een wijziging van deze overeenkomst.

6

Deze overeenkomst eindigt van rechtswege door de intrekking van het Besluit borgstelling MKB-kredieten 1997 of door intrekking van artikel 2, eerste lid, onderdeel b, van de Uitvoeringsregeling BMKB 1997.

7

Wijziging, opzegging, ontbinding of beëindiging van deze overeenkomst heeft geen gevolg ten aanzien van bodemsaneringsborgstellingskredieten, welke ten tijde van de inwerking- treding van de wijziging, opzegging, ontbinding of beëindiging overeenkomstig artikel 3 zijn gemeld en ten aanzien van bodemsaneringsborgstellingskredieten die zijn of zullen worden verstrekt uit hoofde van een kredietovereenkomst die is aangegaan voor de inwerkingtreding van de wijziging, opzegging, ontbinding of beëindiging.

De Staat der Nederlanden, hierna te noemen: de staat, ten deze vertegenwoordigd door de Minister van Economische Zaken,

hierna te noemen: de minister

en (inclusief de centrale Bank indien deze bodemsaneringsborgstellingskredieten verstrekt), ...... hierna gezamenlijk te noemen de Banken en ieder voor zich de Bank, ten deze vertegenwoordigd door ........... hierna te noemen: de centrale Bank,

komen overeen als volgt:

Getekend te 's-Gravenhage op ....

De Minister van Economische Zaken,

(naam en functie vertegenwoordigers Bank)

In deze overeenkomst wordt verstaan onder:

De staat stelt zich borg ten behoeve van de Banken voor de terugbetaling van bodemsaneringsborgstellingskredieten die met inachtneming van het Besluit borgstelling MKB-kredieten 1997 en deze overeenkomst door de Banken worden verstrekt.

Deze borgstelling wordt aangegaan onder de navolgende bedingen.

1

De toepasselijkheid van deze borgstellingsovereenkomst op een krediet of een deel van een krediet kan uitsluitend worden ingeroepen:

2

De minister bevestigt de ontvangst van een meldingsformulier schriftelijk binnen 35 dagen na ontvangst.

3

Voor de toepassing van het eerste lid, aanhef en onder c, is de volgorde van ontvangst van de meldingsformulieren door de minister bepalend.

4

De meldingen, bedoeld in het eerste lid onder a, worden gedaan met gebruikmaking van het origineel van een ondertekend formulier.

1

Voor de berekening van de omvang van de borgstelling wordt een bodemsaneringsborgstellingskrediet slechts in aanmerking genomen voor zover door de verstrekking van het bodemsaneringsborgstellingskrediet het totaal van de bodemsaneringsborgstellingskredieten, berekend per ondernemer of, indien de ondernemer deel uitmaakt van een groep, per groep, een bedrag van € 1.500.000,– niet overschrijdt.

2

Voor de toepassing van het eerste lid wordt een bodemsaneringsborgstellingskrediet dat is verstrekt aan een andere ondernemer ten behoeve van een onderneming voor het drijven waarvan de ondernemer volledig aansprakelijk is, geacht aan de ondernemer te zijn verstrekt.

3

Voor de toepassing van het eerste lid is de toestand op het tijdstip onmiddellijk na het sluiten van de krediet- overeenkomst uit hoofde waarvan het bodemsaneringsborgstellingskrediet is verstrekt bepalend.

4

Voor de toepassing van het eerste lid worden bodemsaneringsborgstellingskredieten die op een eerder tijdstip overeenkomstig artikel 3 zijn gemeld slechts voor het met overeenkomstige toepassing van de artikelen 5 en 6 berekende gedeelte van die bodemsaneringsborgstellingskredieten in aanmerking genomen.

1

Voor de berekening van de omvang van de borgstelling wordt het na toepassing van artikel 4 in aanmerking te nemen bodemsaneringsborgstellingskrediet na verloop van ieder kalenderkwartaal met een zodanig vast bedrag verminderd, dat het bodemsaneringsborgstellingskrediet op de laatste datum waarop het moet zijn afgelost, doch uiterlijk na verloop van 18 jaar, nihil bedraagt.

2

De Bank kan de vermindering, bedoeld in het eerste lid, gedurende een aaneengesloten periode van maximaal vier kalenderkwartalen opschorten indien:

3

De opschorting van de vermindering vindt ten hoogste twee maal plaats.

4

Voor de toepassing van het eerste lid vangt het eerste kalenderkwartaal uiterlijk aan op de eerste dag van het tweede kalenderkwartaal dat volgt op het kalenderkwartaal waarin de kredietovereenkomst is gesloten.

5

De minister bevestigt de ontvangst van een formulier als bedoeld in het tweede lid, onder b, schriftelijk binnen 35 dagen na de ontvangst.

1

De vermindering van de borgstelling, bedoeld in artikel 5, wordt geschorst met ingang van de dag waartegen het bodemsaneringsborgstellingskrediet is opgeëist.

2

In afwijking van het eerste lid wordt de vermindering van de borgstelling pas geschorst door de aanvang van de uitwinning, indien met die uitwinning geen aanvang is gemaakt binnen twee maanden na de dag waartegen het bodemsaneringsborgstellingskrediet door de Bank is opgeëist.

3

De vermindering van de borgstelling wordt tevens geschorst zolang de ondernemer in staat van faillissement verkeert of aan hem surséance van betaling is verleend.

De omvang van de borgstelling bedraagt per ondernemer 90 procent van hetgeen de ondernemer ten tijde van een overeenkomstig artikel 14 ingediende aanvraag uit hoofde van het bodemsaneringsborgstellingskrediet of bodemsaneringsborgstellingskredieten pro resto verschuldigd is, doch ten hoogste 90 procent van de met toepassing van de artikelen 4, 5 en 6 berekende omvang van het bodemsaneringsborgstellingskrediet of de bodemsaneringsborgstellingskredieten.

Ten tijde van het sluiten van een kredietovereenkomst uit hoofde waarvan een bodemsaneringsborgstellingskrediet aan een ondernemer wordt verstrekt, moet aan de volgende criteria zijn voldaan:

De Bank voldoet slechts aan de voor haar uit het bodemsaneringsborgstellingskrediet jegens de ondernemer voortvloeiende betalingsverplichtingen voor zover de ondernemer door het overleggen van facturen de verschuldigdheid van de kosten, die in de schriftelijke verklaring als bedoeld in artikel 8, onderdeel a, ten 1°, zijn aangemerkt als noodzakelijk voor de sanering van de bodem, heeft aangetoond.

1

De Banken voldoen aan hetgeen door door de minister aangewezen bij zijn ministerie werkzame personen wordt verzocht, voor zover dat redelijkerwijs noodzakelijk is voor een goede uitvoering van het Besluit borgstelling MKB-kredieten 1997 en deze overeenkomst, en voor zover het betrekking heeft op de uit het besluit en deze overeenkomst voortvloeiende zelfstandige verplichtingen van de Bank, op de ondernemer aan wie het bodemsaneringsborgstellingskrediet is verstrekt of op de met deze ondernemer gesloten kredietovereenkomsten omtrent:

2

Alleen in daartoe aanleiding gevende gevallen zal aan de Bank gevraagd worden de in het eerste lid bedoelde inlichtingen ook door haar interne accountant te doen verstrekken.

3

Van de mogelijkheid, genoemd in het eerste lid, aanhef en onder a, zal alleen gebruik worden gemaakt indien een ernstig vermoeden bestaat dat de Bank onjuiste of onvolledige informatie heeft verstrekt.

4

De centrale Bank stelt, met gebruikmaking van een formulier, waarvan het model door de minister wordt vastgesteld, de minister binnen 35 dagen na kennisname op de hoogte van de volgende feiten:

5

Na afsluiting van ieder boekjaar zendt de centrale Bank voor 1 februari van het daaropvolgende jaar, met gebruikmaking van een formulier, waarvan het model door de minister wordt vastgesteld, aan de minister een opgave van de omvang van de borgstelling aan het einde van het boekjaar voor alle bodemsaneringsborgstellingskredieten te zamen, waarvoor de centrale Bank nog geen verzoek om betaling als bedoeld in artikel 14 heeft ingediend. Deze omvang dient te worden berekend met toepassing van paragraaf 4.

6

Binnen zes maanden na afsluiting van ieder boekjaar zendt de centrale Bank, met gebruikmaking van een formulier, waarvan het model door de minister wordt vastgesteld aan de minister een verklaring van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek waaruit blijkt van de juistheid en volledigheid van de in het vijfde lid bedoelde opgave.

7

Tijdens de looptijd van de kredietovereenkomst uit hoofde waarvan een bodemsaneringsborgstellingskrediet wordt verstrekt en tijdens de uitwinning zal de Bank waken over de belangen van de staat als borg.

8

De Bank zal tijdens de looptijd van de kredietovereenkomst uit hoofde waarvan een bodemsaneringsborgstellingskrediet is verleend in de door haar te sluiten overeenkomsten met allen, niet zijnde de staat, die zich borg willen stellen voor de nakoming door de ondernemer van de verplichtingen voortvloeiende uit de kredietovereenkomst uit hoofde waarvan het bodemsaneringsborgstellingskrediet is verleend een beding ten behoeve van de staat opnemen, ertoe strekkende dat de omslagregeling van artikel 869, boek 7, Burgerlijk Wetboek niet geldt ten opzichte van de staat en de Bank zal geen bedingen opnemen, ertoe leidende dat:

1

Indien een aanvraag om betaling als bedoeld in artikel 14 is ingediend op een moment, waarop de uitwinning nog niet is voltooid en ook niet aannemelijk is geworden dat geen opbrengsten meer zijn te verwachten die in mindering komen op het bodemsaneringsborgstellingskrediet, brengt de centrale Bank de minister ten minste jaarlijks verslag uit over de voortgang van de uitwinning.

2

De minister kan over het verloop van de uitwinning binnen een door hem te stellen termijn nadere gegevens van de Banken verlangen.

1

Gedurende een periode van vijf jaar na de datum waarop een verzoek om betaling als bedoeld in artikel 14 is ingediend of, indien een verzoek om betaling is ingediend op een moment waarop de uitwinning nog niet is voltooid en ook niet aannemelijk is geworden dat geen opbrengsten meer zijn te verwachten die in mindering komen op het bodemsaneringsborgstellingskrediet, na de datum waarop de centrale Bank de minister heeft bericht dat de uitwinning is voltooid of dat aannemelijk is dat geen opbrengsten meer zijn te verwachten die in mindering komen op het bodsemsaneringsborgstellingskrediet, is de Bank gehouden die pogingen in het werk te stellen om namens de staat het door de staat betaalde bedrag in te vorderen, die de Bank in het werk zou hebben gesteld indien het krediet voor eigen rekening en risico door de Bank zou zijn verstrekt. De staat machtigt met het oog hierop de Bank tot invordering bij de kredietnemer van de door deze aan de staat verschuldigde bedragen.

2

De centrale Bank zendt binnen drie maanden na afloop van de in het eerste lid bedoelde periode de minister een overzicht van de door haar of door de Bank ondernomen activiteiten, met gebruikmaking van een formulier, waarvan het model door de minister wordt vastgesteld.

1

De Bank treft geen schuldregeling die inhoudt of mede inhoudt een gehele of gedeeltelijke kwijtschelding van verplichtingen voortvloeiende uit een kredietovereenkomst, uit hoofde waarvan een bodemsaneringsborgstellingskrediet is verstrekt, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de minister. De minister kan aan zijn toestemming voorwaarden verbinden ten aanzien van de inhoud van een dergelijke regeling.

2

Een verzoek om toestemming als bedoeld in het eerste lid dient door de centrale Bank schriftelijk bij de minister te worden ingediend.

3

De minister beslist zo spoedig mogelijk op een verzoek om toestemming als bedoeld in het eerste lid.

1

De centrale Bank dient zo spoedig mogelijk na de voltooiing van de uitwinning of, indien dit eerder is, zo spoedig mogelijk nadat aannemelijk is geworden dat geen opbrengsten meer zijn te verwachten die in mindering komen op het bodemsaneringsborgstellingskrediet, doch in ieder geval binnen negen maanden na de datum waartegen het bodemsaneringsborgstellingskrediet is opgeëist of, indien dit eerder is, na de datum van het faillissement, een aanvraag in om betaling uit hoofde van de bodemsaneringsborgstellingsovereenkomst.

2

De aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van een formulier, waarvan het model door de minister wordt vastgesteld.

1

De minister bevestigt de ontvangst van een aanvraag om betaling schriftelijk binnen 35 dagen na de ontvangst.

2

De minister deelt zijn beslissing op de aanvraag binnen negen maanden na de bevestiging van de ontvangst schriftelijk aan de centrale Bank mede.

1

De minister stelt het uit hoofde van deze overeenkomst door de staat verschuldigde bedrag vast overeenkomstig het Besluit borgstelling MKB-kredieten 1997, de Uitvoeringsregeling BMKB 1997 en deze overeenkomst, met uitzondering van het bepaalde in artikel 10, vierde, vijfde en zesde lid.

2

De minister kan in ieder geval afwijzend beslissen op een aanvraag:

1

Betalingen door de staat aan de Bank en door de Bank aan de staat geschieden door debitering respectievelijk creditering door de centrale Bank van een rekening die de centrale Bank zal aanhouden ten name van het Ministerie van Economische Zaken, met vermelding van 'bodemsaneringsverliesdeclaraties'.

2

Over het debet- of creditsaldo van de rekening zal een rente berekend worden gelijk aan de in Het Financieele Dagblad gepubliceerde basisrente.

1

De verplichtingen van de staat uit hoofde van deze overeenkomst met betrekking tot een bodemsaneringsborgstellingskrediet vervallen door schuldvernieuwing, door schuldoverneming en - voor het gedeelte waarin subrogatie plaatsvindt - door subrogatie van derden in de rechten van de Bank met betrekking tot het bodemsaneringsborgstellingskrediet, al dan niet voorafgegaan door verpanding van het bodemsaneringsborgstellingskrediet.

2

In afwijking van het eerste lid blijven de verplichtingen van de staat met betrekking tot een bodemsaneringsborgstellingskrediet van kracht, indien:

3

Voor de toepassing van het tweede lid wordt onder rechtspersoon mede begrepen twee of meer rechtspersonen, indien die rechtspersonen gezamenlijk voldoen aan de in het tweede lid genoemde voorwaarden en ieder van die rechtspersonen zich hoofdelijk aansprakelijk stelt voor de nakoming van de verplichtingen die voortvloeien uit de kredietovereenkomst uit hoofde waarvan het bodemsaneringsborgstellingskrediet is verstrekt.

Indien overeenkomstig artikel 3, eerste lid, onderdeel b, een garantieprovisie is betaald met betrekking tot een kredietovereenkomst en indien het desbetreffende krediet niet is opgenomen vanwege omstandigheden die niet zijn toe te rekenen aan de kredietnemer of aan de Bank, wordt de provisie door de staat terugbetaald aan de Bank mits de Bank binnen een jaar na het sluiten van de kredietovereenkomst daartoe een verzoek aan de staat heeft gedaan.

1

De centrale Bank betaalt de vanaf het moment van de indiening van een aanvraag als bedoeld in artikel 14 ontvangen opbrengsten die in mindering komen op het bodemsaneringsborgstellingskrediet binnen twee maanden na ontvangst aan de staat.

2

Voor zover de opbrengsten na de aanvang van de periode, bedoeld in artikel 12, eerste lid, ontvangen zijn en niet ontvangen zijn uit hoofde van de uitwinning van zekerheden, wordt de in het eerste lid bedoelde betalingsverplichting beperkt tot 80 procent van de ontvangen opbrengsten.

3

De centrale Bank zal de rekening, bedoeld in artikel 17, eerste lid, per de datum van verzending van de aanvraag, bedoeld in artikel 14, en binnen twee maanden na die datum, debiteren voor het bedrag waarvoor betaling wordt gevraagd, vermeerderd met een rente als bedoeld in artikel 17, tweede lid, over de periode die verstreken is sinds de dag waarop de vermindering, bedoeld in artikel 5, op grond van artikel 6 is geschorst.

4

De centrale Bank zal de rekening per de datum van de beslissing van de minister, bedoeld in artikel 15, tweede lid, en binnen twee maanden na die datum crediteren of debiteren voor respectievelijk het voor de staat positieve of negatieve verschil tussen het bedrag waarvoor de rekening ingevolge het derde lid is gedebiteerd en het bedrag waarop de minister de betaling vaststelde, vermeerderd met een over dat verschil te berekenen rente als bedoeld in artikel 17, tweede lid, over de periode die is verstreken sinds de creditering of debitering, bedoeld in het derde lid, en de vaststelling van de betaling.

Reeds uitgekeerde bedragen zijn terstond en zonder enige ingebrekestelling opeisbaar zodra de minister blijkt dat de Bank of de centrale Bank zodanig onjuiste of onvolledige informatie heeft verschaft dat hij op een verzoek om betaling een andere beslissing zou hebben genomen, indien hem de juiste gegevens volledig waren verschaft, of dat de centrale Bank de betalingsverplichting, bedoeld in artikel 19, eerste lid, niet is nagekomen.

1

De inwerkingtreding van een wijziging van het Besluit borgstelling MKB-kredieten 1997 of de Uitvoeringsregeling BMKB 1997 leidt te zelfder tijd tot een gelijke wijziging van deze overeenkomst.

2

Deze overeenkomst kan worden gewijzigd door een schriftelijke mededeling van de minister aan de centrale Bank.

3

Deze overeenkomst is aangegaan voor onbepaalde tijd en kan door de minister en de Banken schriftelijk worden opgezegd met inachtneming van een opzegtermijn van drie hele kalendermaanden.

4

In afwijking van het derde lid kan deze overeenkomst door de minister met onmiddellijke ingang worden ontbonden, indien de Bank of de centrale Bank in strijd heeft gehandeld met het gestelde in de paragrafen 5, 6, 7 of 8 van deze overeenkomst.

5

In afwijking van het derde lid kunnen de Banken de overeenkomst met onmiddellijke ingang opzeggen binnen een termijn van een maand na publicatie in het Staatsblad van een wijziging van het Besluit borgstelling MKB-kredieten 1997, publicatie in de Staatscourant van een wijziging van de Uitvoeringsregeling BMKB 1997 of schriftelijke mededeling van de minister, inhoudende een wijziging van deze overeenkomst.

6

Opzegging door de Banken als bedoeld in het derde en vijfde lid is uitsluitend mogelijk indien dit geschiedt door alle Banken gezamenlijk.

7

Deze overeenkomst eindigt van rechtswege door de intrekking van het Besluit borgstelling MKB-kredieten 1997 of door intrekking van artikel 2, eerste lid, onderdeel b, van de Uitvoeringsregeling BMKB 1997.

8

Wijziging, opzegging, ontbinding of beëindiging van deze overeenkomst heeft geen gevolg ten aanzien van bodemsaneringsborgstellingskredieten, welke ten tijde van de inwerkingtreding van de wijziging, opzegging, ontbinding of beëindiging overeenkomstig artikel 3 zijn gemeld en ten aanzien van bodemsaneringsborgstellingskredieten die zijn of zullen worden verstrekt uit hoofde van een kredietovereenkomst die is aangegaan voor de inwerkingtreding van de wijziging, opzegging, ontbinding of beëindiging.

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Economische Zaken te ‘s-Gravenhage.

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Economische Zaken te ‘s-Gravenhage.