Ministeriële regeling · BWBR0009119

Subsidieregeling innovatiegerichte onderzoekprogramma’s

Wijzigingen Officiële bron
Subsidieregeling innovatiegerichte onderzoeksprogramma’s Subsidieregeling innovatiegerichte onderzoekprogramma’sDe Minister van Economische Zaken;

Gelet op artikel 3 van de Kaderwet EZ-subsidies;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen 3, 4 en 5, die ter inzage worden gelegd .1. Van deze terinzagelegging zal mededeling worden gedaan in de Staatscourant.

’s-Gravenhage11 december 1997 De Minister van Economische Zaken, G.J. Wijers

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. universiteit:

de onder a en b van de bijlage van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek genoemde instellingen voor hoger onderwijs en de in bijlage 1, onder I, bij deze regeling vermelde bijzondere onderzoekinstellingen;

b. onderzoekinstelling:

een in bijlage 1, onder II, bij deze regeling vermelde instelling;

c.samenwerkingsverband:

een geen rechtspersoonlijkheid bezittend verband, bestaande uit ten minste twee universiteiten of twee onderzoekinstellingen of bestaande uit een of meer universiteiten en een of meer onderzoekinstellingen;

d. onderzoekproject:

een samenhangend geheel van voor Nederland nieuwe activiteiten, bestaande uit fundamenteel onderzoek of toepassingsgericht onderzoek of een combinatie daarvan;

e. stuurgroep:

de Stuurgroep innovatiegerichte onderzoekprogramma's.

f. ondernemer:

een natuurlijke persoon of rechtspersoon, niet zijnde een rechtspersoon die krachtens publiekrecht is ingesteld, die een onderneming in stand houdt.

De minister geeft een beschikking binnen vier maanden na ontvangst van de aanvraag.

De minister beslist in ieder geval afwijzend op een aanvraag indien:

De minister kan aan een ontheffing als bedoeld in de artikelen 12 en 14 voorschriften verbinden.

De minister kan afwijzend beschikken op een aanvraag, indien een subsidie-ontvanger niet heeft voldaan aan ingevolge de subsidieverlening voor hem geldende verplichtingen.

De minister geeft de beschikking tot subsidievaststelling binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag daartoe dan wel nadat de voor het indienen ervan geldende termijn is verstreken.

Op projecten waarvoor de aanvraag om subsidie is ingediend vóór de inwerkingtreding van deze regeling zijn de artikelen 2, derde lid, aanhef en onder b, 5 en 6 niet van toepassing.

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag waarop de Kaderwet EZ-subsidies in werking treedt.

I

Bijzondere onderzoekinstellingen als bedoeld in artikel 1, onder a, van de Subsidieregeling innovatiegerichte onderzoekprogramma's:

II

Onderzoekinstellingen als bedoeld in artikel 1, onder b, van de Subsidieregeling innovatiegerichte onderzoekprogramma's:

Bedragen als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder a, 1°, van de Subsidieregeling innovatiegerichte onderzoekprogramma’s