ZBO-regeling · BWBR0009650
Regeling modellen en standaarden inschrijvingsbewijzen ziekenfondsverzekering
Gelet op de artikelen 21, derde lid, en 21a van het Inschrijvingsbesluit ziekenfondsverzekering;
Heeft in zijn vergadering van 28 mei 1998 besloten:
Deze regeling zal met de daarbij behorende bijlage en de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De Voorzitter van de Ziekenfondsraad,L. deGraafDe Algemeen Secretaris van de Ziekenfondsraad, J.L.P.G. vanThielIndien een ziekenfonds een magneetstripkaart hanteert als inschrijvingsbewijs als bedoeld in artikel 15 van het Inschrijvingsbesluit ziekenfondsverzekering voldoet die magneetstripkaart aan de criteria zoals vermeld in de bijlage bij deze regeling. Deze criteria zijn vastgesteld bij besluit van 17 december 1997, nr. ALV/CSIZ 067, van de algemene ledenvergadering van het Coördinatiepunt Standaardisatie Informatievoorziening in de Zorgsector.
Deze regeling kan worden aangehaald als Regeling modellen en standaarden inschrijvingsbewijzen ziekenfondsverzekering. Zij treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
In deze notitie zijn weergegeven de criteria, waar een standaard voor een magneetstripkaart, die dienst doet als inschrijvingsbewijs van de ziekenfondsen, aan moet voldoen. Dat betekent dat de kaart(standaard) minimaal de volgende functies moet ondersteunen:
- –
Het identificeren van een verzekerde/patiënt,
- –
Het verstrekken van verzekeringsinformatie over de verzekerde aan de zorgverlener.
Er is uitgegaan van persoonsgebonden kaarten.
Beveiligingseisen maken op dit moment geen onderdeel uit van de criteria, noch op het punt van de kunstof drager (materialen, printtechnieken, inktsoorten, holo-/kinegrammen, overlays), noch op het punt van de magneetstrip (high of low coercivity).
Alle in het kader van deze criteria relevante kaart normen staan beschreven in dit hoofdstuk.
Algemene normen m.b.t. identificatiekaarten
ISO/IEC 7810 | Identification cards-Physical characteristics |
NEN-EN-ISO/IEC 7811 | Identification cards-Recording technique |
Part 1: Embossing | |
Part 2: Magnetic stripe | |
Part 3: Location of embossed characters on ID-1 card | |
Part 4: Location of read-only magnetic tracks-Tracks 1 and 2 | |
ISO/IEC 7813 | Identification cards-Financial transaction cards |
Normen voor definities/schrijfwijze van persoons- en adresgegevens
NEN 1888 | Algemene persoonsgegevens, definities, tekensets en uitwisselingsformats |
NEN 5825 | Adressen, definities, tekensets, uitwisselingsformats en fysieke presentatie |
Specifieke normen uit de zorgsector
EN 1387 | Machine readable cards-Health care Applications-Cards: General characteristics |
ENV 12018 | Identification, administrative, and common clinical data structure for Intermittently Connected Devices used in healthcare (including machine readable cards) |
Binnen CEN/TC 224/WG 12 is een logische gegevensstructuur voor administratieve, identificatie en medisch inhoudelijke doeleinden voor de zorgsector (ENV 12018) uitgewerkt voor de magneetstripkaart. Het stuk heeft als nr N/257. Zodra het de status heeft van (pre)standaard gaat het onderdeel uitmaken van deze criteria.
In de hierna volgende specificaties is eveneens verwezen naar de praktijkrichtlijn van het NNI ’Npr 7402 Open infrastructuur voor chipcard toepassingen’. Dit is gedaan in gevallen dat de lay-out van de kaart nader wordt gespecificeerd maar daar (nog) geen (inter)nationale normen voor zijn.
Figuur: Lay-out voorzijde kaart
Hierna wordt voor de diverse onderdelen van de kaart ingegaan op de eisen, die daaraan worden gesteld.
Onderdeel | Verplicht | Plaats | Afmetingen | Overige specificaties |
Drager van kunstof | J | n.v.t. | Conform ISO 7810. ID-1 formaat hoogte 53,98 mm breedte 85,60 mm dikte 0,76 mm | Materiaaleisen, afmetingen en toleranties, testcondities voor identificatiekaarten conform ISO 7810 en ISO 7813. |
Aanduiding verzekeraar | J | Vrij in te vullen door de verzekeraar, maar de invulling moet sporen met de andere technieken, die in de kaart zijn geïmplementeerd. | ||
Logo EEG | N | Conform Europese kaart rechtsboven op de kaart. | ||
Foto | N | Conform CEN/TC 224/WG12 N59 rechtboven. Conform Npr 7402. aan de rechter- en bovenkant van de foto is min. 1 mm vrij. | Conform Npr 7402 Max hoogte 25 mm. Max breedte 20 mm. De grootte moet sporen met de andere technieken, die in de kaart zijn geïmplementeerd. | De weergavetechniek moet sporen met de andere technieken, die in de kaart zijn geïmplementeerd. |
L1 t/m L5 | Zie afzon- derlijke regels. | Voor de beschrijving van de regels kunnen verschillende technieken worden gehanteerd l.g.v. embossering moet dat gebeuren conform ISO 7811/1 en 3. De inhoud van de regels overeenkomstig EN1387. | ||
L2 t/m L5 | Zie afzon- derlijke regels. | De regels L2 t/m L5 worden geplaatst binnen een gebied met de volgende afmetingen:
| Zie L1 t/m L5 | |
L1 | J | Regel L1 wordt geplaatst binnen een gebied met de volgende afmetingen:
| Deze wordt bepaald door de invulling en de karakterset. | Conform EN 1387 bevat de regel het kaartuitgeveriden- tificatienr. Conform EN 1387 bestaat de karakterset voor L1 alleen uit decimale karakters en spaties. De spaties worden gebruikt voor het onderling scheiden van de gegevens. Tussen 2 gegevens is steeds 1 spatie. Conform Npr 7402 bevat de regel de volgende gegevens van de kaartuitgever (hier het ziekenfonds):
|
L2 | J | Zie L2 t/m L5. | Zie L2 t/m L5. | Conform EN 1387 bevat de regel het kaarthouderidentificatienr. Conform EN 1387 is de karakterset van deze regel Latin alfabet no. 1 (Iso 8859-1: 1987). Conform Europese kaart bevat de regel de volgende gegevens van de kaarthouder.
Het nummer dient als belangrijke nummer van de kaart groot en extra duidelijk te worden afgebeeld. Er worden geen speciale heruitgifte-nummers gehanteerd. Bij heruitgifte kan dus hetzelfde nummer ontstaan. |
L3 | N | Zie L2 t/m L5. | Zie L2 t/m L5. | Conform Npr 7402 wordt voor de karakterset Latin alfabet no. 1 aangehouden. Conform Npr 7402 7402 bevat de regel de volgende gegevens van de kaarthouder:
|
L4 | N | Zie L2 t/m L5. | Zie L2 t/m L5. | Conform Npr 7402 wordt voor de karakterset Latin alfabet no. 1 aangehouden. Conform Npr 7402 bevat de regel de volgende gegevens van de kaarthouder en de kaart:
|
L5 | N | Zie L2 t/m L5. | Zie L2 t/m L5. | Conform Npr 7402 wordt voor de karakterset Latin alfabet no. 1 aangehouden. Conform Europese kaart ondermeer verzekeringsbasis en expiratiedatum. Het gebruik van deze regel wordt verder bepaald door de kaartuitgever. |
Figuur: Lay-out achterzijde kaart
Onderdeel | Verplicht | Plaats | Afmetingen | Overige specificaties |
Magneet | J | Conform EN bovenaan. Zie tekening. De afstand van de onderkant van de strip tot aan de bovenkant van de kaart is min 11,89 mm i.g.v. alleen spoor 1 en spoor 2 en min 15,82 mm i.g.v. ook spoor 3. | Conform EN 27811-2 en 4 Zie tekening. | Overeenkomstig EN 27811-2 en 4. 27811-2:1989l, EN27811- 4:1989. Alleen spoor 1 en spoor 2 worden gebruikt. |
Spoor 1 | J | Conform EN 27811-2 en 4 bovenaan. Zie tekening. | Zie tekening. | Conform ISO 7813/7811 max 79 posities AN. |
Spoor 2 | J | Conform EN 27811-2 en 4 bovenaan. Zie tekening. | Zie tekening. | Conform ISO 7813 max 40 posities N. |
Handtekening N | Conform de Npr 7402 onder de mag- neetstrip. De afstand vanaf de bovenkant van het handtekening- vak tot de bovenkant van de kaart bedraagt min. 20 mm. De afstand van de onderkant van het handtekeningvak tot de bovenkant van de kaart bedraagt max. 30 mm. De afstand tot de rechterkant van de kaart bedraagt min. 20 mm. | Conform de Npr 7402 max hoogte 10 mm. Max breedte 60 mm. |
De magneetstrip kent 3 sporen. Alleen spoor 1 en spoor 2 worden gebruikt.
Spoor 1 bevat de volgende gegevens:
- –
Technische gegevens (begin spoor, einde spoor, scheidingstekens, controleveld)
- –
Uniek nr behorend bij de kaarthouder (branchecode, code land, sofinr)
- –
Gegevens verzekerde (Naam, voorletters, voorvoegsel, verzekerdenr, geslacht)
- –
Verzekeringsinformatie (Verzekeringspakket)
Spoor 2 bevat de volgende gegevens:
- –
Technische gegevens (begin spoor, einde spoor, scheidingstekens, controleveld)
- –
Uniek nr behorend bij de kaarthouder (branchecode, code land, sofinr)
- –
Gegevens verzekerde (geboortedatum)
- –
Verzekeringsinformatie (code zorgverzekeraar, verzekeringsbasis)
- –
Kaartgegevens (einddatum, volgnr kaart (per verzekerde))