Wijzigingen Officiële bron
Wet van 1 juli 1998, houdende vaststelling van de Wet Raad voor de TransportveiligheidWet Raad voor de TransportveiligheidWij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is te komen tot een herziening, bundeling en harmonisatie van het ongevallenonderzoek in de transportsector en daartoe op te richten de Raad voor de Transportveiligheid, alsmede te komen tot implementatie van richtlijn nr. 94/56/EG van de Raad van de Europese Unie van 21 november 1994, houdende vaststelling van de grondbeginselen voor het onderzoek van ongevallen en incidenten in de burgerluchtvaart (PbEG L 319);

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te 's-Gravenhage1 juli 1998 Beatrix De Minister van Verkeer en Waterstaat, A. Jorritsma-Lebbink achtentwintigste juli 1998 De Minister van Justitie, W. Sorgdrager

Onder de raad ressorteren vier kamers, te weten:

De raad bestaat uit ten minste veertien en ten hoogste zeventien leden, de voorzitter daaronder begrepen.

Van elk der kamers zijn de voorzitter en een of twee andere leden tevens lid van de raad.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld omtrent:

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld omtrent de bezoldiging en de vergoeding van reis- en verblijfkosten van de op grond van artikel 14, eerste lid, aangewezen personen.

De voorzitter van de raad en de voorzitters van de kamers vormen tezamen het bestuur van de raad.

De raad wordt in en buiten rechte vertegenwoordigd door de voorzitter van de raad en, bij afwezigheid van deze, door de plaatsvervangend voorzitter van de raad.

Bij ministeriële regeling worden voorschriften gesteld over de inrichting van de begroting, het financiële meerjarenbeleidsplan en aandachtspunten voor de accountantscontrole.

In deze paragraaf wordt verstaan onder een onderzoeker: de leden en de plaatsvervangende leden van een kamer, de medewerkers van het bureau, genoemd in artikel 12, tweede lid, voorzover als zodanig bij hun aanstelling aangewezen, en de op grond van artikel 14, eerste lid, benoemde personen.

Een onderzoeker maakt van zijn bevoegdheden slechts gebruik voor zover dat redelijkerwijs voor de vervulling van zijn taak nodig is.

Onze Minister kan algemene aanwijzingen geven voor de uitoefening van de aan een onderzoeker toekomende bevoegdheden.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nader aan te duiden rechten terzake van een onderzoek worden toegekend aan een staat waarvan burgers dodelijk of ernstig letsel hebben bekomen.

De raad is bevoegd ten behoeve van het onderzoek naar een luchtvaartongeval, naar een ernstig incident of naar een incident met een luchtvaartuig, de bijstand in te roepen van instanties en organisaties uit de andere lidstaten van de Europese Unie of een van de overige staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte voor het beschikbaar stellen van:

Indien de kamer besluit een zitting te houden, hebben betrokkenen het recht de op het ongeval of incident betrekking hebbende stukken in te zien en daarvan afschrift te maken. Zij zijn anders dan ter voorbereiding van de behandeling ter zitting tot geheimhouding van deze informatie verplicht.

De kamer kan aan de door de voorzitter opgeroepen getuigen en deskundigen en door de voorzitter aangewezen tolken een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vast te stellen schadeloosstelling toekennen.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels omtrent het onderzoek van de kamer of een instantie als bedoeld in artikel 42, derde lid, gesteld.

De raad streeft ernaar het eindrapport binnen twaalf maanden na het tijdstip van het ongeval of incident uit te brengen.

Een veiligheidsaanbeveling behelst niet een vermoeden van schuld aan of aansprakelijkheid wegens een ongeval of een incident.

Indien noodzakelijk voor onverwijld optreden om ongevallen of incidenten te voorkomen, doet de raad reeds tijdens een onderzoek voorstellen voor preventieve maatregelen.

In geval van een ongeval of incident, naar de oorzaak waarvan tevens ingevolge de Wet ongevallenraad Defensie onderzoek wordt verricht, draagt de raad zorg voor onderlinge afstemming van de werkzaamheden van de raad en van de ongevallenraad Defensie.

De raad verstrekt, indien een onderzoek een ongeval of een incident met een zeeschip betreft, desgevraagd Onze Minister binnen een door deze te bepalen redelijke termijn alle gegevens die deze nodig heeft om over dat ongeval of incident de Internationale Maritieme Organisatie in te lichten, voorzover de raad over deze gegevens beschikt.

Indien de raad aan een bestuursorgaan een veiligheidsaanbeveling heeft gedaan, bepaalt het bestuursorgaan tot wie de veiligheidsaanbevelingen zich richten, binnen een jaar zijn standpunt daaromtrent. Indien het bestuursorgaan niet Onze Minister is, maakt het bedoeld standpunt kenbaar aan Onze Minister. Het zendt een afschrift van zijn bericht aan Onze Minister aan de raad. Indien het bestuursorgaan Onze Minister is, maakt deze bedoeld standpunt kenbaar aan de raad.

Onze Minister kan regels stellen

Indien een ongeval of een ernstig incident buiten Nederland, de territoriale wateren daaronder begrepen, een luchtvaartuig betreft dat in Nederland is ontworpen of vervaardigd, wordt door Onze Minister, indien de staat van het voorval verzoekt om deelneming aan het onderzoek, aan deze staat medegedeeld:

Indien de staat die een onderzoek verricht terzake van een ongeval met een luchtvaartuig met een startmassa van meer dan 2250 kg dat in Nederland is ingeschreven, waarvan de exploitant in Nederland woont of waarvan Nederland de staat van ontwerp of vervaardiging is, verzoekt om deelneming door Nederland, wijst Onze Minister een gevolmachtigde vertegenwoordiger terzake van het onderzoek aan.

Bij ministeriële regeling kunnen voorschriften worden gegeven omtrent de aanwijzing door Onze Minister van een vertegenwoordiger als bedoeld in artikel 75, tweede lid, artikel 76, artikel 77, tweede lid, of artikel 78.

Op verzoek van de staat die een onderzoek terzake van een ongeval of incident met een luchtvaartuig verricht, verschaft Onze Minister alle relevante informatie die hij beschikbaar heeft.

Ingeval er sprake is van een ongeval of ernstig incident met een Nederlands luchtvaartuig of een luchtvaartuig waarvan de exploitant in Nederland is gevestigd, en het luchtvaartuig in een andere staat landt dan die waarin het ongeval of het incident zich heeft voorgedaan, verschaft Onze Minister, op verzoek van de staat die het onderzoek verricht, aan deze staat de opnamen van de vluchtrecorder en, indien nodig, van de verbonden vluchtrecorders.

Onze Minister en de raad maken een ontwerp-rapport dat zij hebben verkregen gedurende een onderzoek, verricht door een andere staat, door de Nederlandse Antillen of door Aruba, niet openbaar tenzij zij daartoe uitdrukkelijk toestemming hebben gekregen van het betrokken land of het betrokken stuk door dat land reeds openbaar is gemaakt of is vrij gegeven.

Indien Nederland veiligheidsaanbevelingen of andere voorstellen voor preventieve maatregelen krijgt van een andere staat, deelt Onze Minister de betrokken staat, met redenen omkleed, mede welk gevolg aan de aanbevelingen of de voorstellen zal worden gegeven.

Onderzoeken naar ongevallen of incidenten ingevolge de Luchtvaartongevallenwet, de Binnenvaartrampenwet en de Spoorwegwet die zijn begonnen voor de datum van inwerkingtreding van deze wet, worden door de raad afgehandeld.

In afwijking van artikel 7, eerste lid, geschiedt de benoeming van de leden van de raad voor de eerste maal zonder dat de raad wordt gehoord.

De Binnenvaartrampenwet wordt ingetrokken.

Wijzigt de Spoorwegwet.

Wijzigt de Binnenschepenwet.

Wijzigt de Wet vervoer binnenvaart.

Wijzigt de Wet voorkoming verontreiniging door schepen.

Wijzigt de Deltaschadewet.

Wijzigt de Vaarplichtwet.

Wijzigt het Wetboek van Koophandel.

Wijzigt de Arbeidstijdenwet.

De Luchtvaartongevallenwet wordt ingetrokken.

Wiizigt de Wet op de Lijkbezorging.

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. Bij koninklijk besluit kan worden bepaald dat deze wet op een later tijdstip in werking treedt ten aanzien van het onderzoek naar ongevallen en incidenten met een zeeschip. Indien dit geschiedt, treden de bepalingen van deze wet die verband houden met de opheffing van de Raad voor de Scheepvaart, ook eerst met ingang van dat latere tijdstip in werking.

Deze wet wordt aangehaald als: Wet Raad voor de Transportveiligheid.