Ministeriële regeling · BWBR0009814

Uitvoeringsregeling varkensheffing

Wijzigingen Officiële bron
Uitvoeringsregeling varkensheffingUitvoeringsregeling varkensheffingDe Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,

Gelet op de artikelen 1, vierde lid, 91b, tweede lid, 91g, 93, derde lid, en 93a, eerste, derde, vierde en zesde lid, van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren;

Gelet op de artikelen 3, eerste lid, 6, eerste en derde lid, 8, eerste lid, 13, eerste lid, 56 en 62 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen;

Gelet op de artikelen 5 en 31 van de Invorderingswet 1990;

Besluit:

’s-Gravenhage28 juli 1998 De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, J.J. vanAartsen

Deze regeling heeft betrekking op de in hoofdstuk VIII van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren geregelde varkensheffing.

In deze regeling wordt onder Bureau Heffingen verstaan: Bureau Heffingen van het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij te Assen.

De standplaats van de inspecteur en van de ontvanger van het Bureau Heffingen is Assen.

De verplichtingen die ingevolge de artikelen 47, 47b, 48, 49, 50, 53 en 55 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen bestaan jegens de inspecteur van het Bureau Heffingen, gelden mede jegens de door die inspecteur aangewezen ambtenaren van het Bureau Heffingen en jegens de ambtenaren van de Algemene Inspectiedienst van het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij.

Het uitnodigen tot het doen van aangifte wordt gedaan door het uitreiken of toezenden van een aangiftebiljet.

Aangifte wordt gedaan door het inleveren of toezenden van het uitgereikte of toegezonden aangiftebiljet, dat is ingevuld en ondertekend op de bij het biljet aangegeven wijze, met de bij het biljet gevraagde bescheiden.

Bij de berekening van het bedrag van de invorderingsrente, bedoeld in artikel 28 van de Invorderingswet 1990, is hoofdstuk III van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 van toepassing.