Ministeriële regeling · BWBR0009819

Regeling voorloperbedrijven varkenshouderij

Wijzigingen Officiële bron
Regeling voorloperbedrijven varkenshouderijRegeling voorloperbedrijven varkenshouderijDe Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,

Gelet op artikel 24, vijfde lid, van de Wet herstructurering varkenshouderij;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage29 juli 1998De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,J.J. vanAartsen

Een bedrijf als bedoeld in artikel 24, eerste lid, onderdeel a, van de wet had gedurende de gehele referentieperiode minder individuele voerligboxen dan 57% van het fokzeugenrecht en hield in die periode fokzeugen niet aangebonden.

Voor de toepassing van artikel 3, eerste lid, wordt het fokzeugenrecht niet in aanmerking genomen voorzover het is vergroot ingevolge toepassing van de artikelen 9, tweede lid, en 10, tweede lid, van de wet en de voor dit vergrote recht benodigde stalruimte op 10 juli 1997 nog niet was gerealiseerd.

Een bedrijf als bedoeld in artikel 24, eerste lid, onder b, van de wet was gedurende de gehele referentieperiode bij het Productschap voor Vee en Vlees geregistreerd als houder van scharrelvarkens overeenkomstig de bepalingen van de PVV-regeling scharrelvarkens en voldeed gedurende die gehele periode aan de in die regeling neergelegde en ook overigens in dit verband door het productschap gestelde voorwaarden.

Een bedrijf als bedoeld in artikel 24, eerste lid, onder c, van de wet voldeed gedurende de gehele referentieperiode aan elk van de volgende voorwaarden:

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 september 1998.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling voorloperbedrijven varkenshouderij.