Ministeriële regeling · BWBR0009990

Regeling eenmalige subsidies beleggers

Wijzigingen Officiële bron
Regeling eenmalige subsidies beleggersRegeling eenmalige subsidies beleggersDe staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

Gelet op artikel 33, eerste lid, van het Besluit woninggebonden subsidies 1995;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage10 november 1998 De Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimelijke Ordening en Milieubeheer, J.W.Remkes

In deze regeling wordt verstaan onder:

a.de minister:

de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;

b. DKP-regelingen:

Beschikking geldelijke steun huurwoningen 1975, Regeling geldelijke steun huurwoningen in proefgemeenten normkostensysteem 1986 en Regeling geldelijke steun huurwoningen normkostensysteem 1988;

c.basisconvenant:

door de Vereniging van Institutionele Beleggers in Vastgoed, Nederland, de Raad voor Onroerende Zaken en de Staat der Nederlanden op 12 december 1997 gesloten convenant, met de daarbij behorende annex en de daarbij behorende bijlagen, welke stukken de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer bij brief van 11 maart 1998 heeft toegezonden aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal (kamerstukken II 1997/98, 25 600 XI, nr. 49);

d.afkoopconvenant:

door een subsidie-aanvrager ondertekend aanvraagformulier, dat is gebaseerd op het model afkoopconvenant dat als Bijlage F* is gevoegd bij het basisconvenant en dat door de minister beschikbaar is gesteld voor indiening van een aanvraag voor subsidie als bedoeld in artikel 2.

Indien het door de minister vastgestelde subsidiebedrag minder bedraagt dan de som van de betaalde voorschotten, is de subsidie-aanvrager over het onverschuldigd betaalde bedrag 4 % rente verschuldigd, vanaf 1 januari 1998 tot de datum van terugbetaling.

De minister kan de beschikking tot toekenning van een vergoeding als bedoeld in artikel 4, eerste lid, intrekken of ten nadele van een of meer van de ontvangers van die vergoeding wijzigen, indien blijkt dat de aanvrager van de vergoeding of een of meer van de anderen die de vergoeding hebben ontvangen, onjuiste of onvolledige gegevens hebben verstrekt of anderszins hebben gehandeld in strijd met de in Bijlage N bij het afkoopconvenant opgenomen verplichtingen.

Het subsidiebedrag wordt in drie gelijke termijnen betaald. De eerste en de tweede termijn worden binnen vijf weken na de subsidievaststelling betaald. De derde termijn wordt betaald tussen 1 januari 2000 en 1 februari 2000.

De minister kan de beschikking tot toekenning van een vergoeding als bedoeld in artikel 4, eerste lid, intrekken of ten nadele van een of meer van de ontvangers van die vergoeding wijzigen, indien blijkt dat de aanvrager van de vergoeding of een of meer van de anderen die de vergoeding hebben ontvangen, onjuiste of onvolledige gegevens hebben verstrekt of anderszins hebben gehandeld in strijd met de in Bijlage N bij het afkoopconvenant opgenomen verplichtingen.

Een afkoopconvenant dat voor de inwerkingtreding van deze regeling is gesloten ter uitvoering van het basisconvenant, wordt gelijkgesteld met een aanvraag om subsidie als bedoeld in artikel 2.

De minister kan een of meer artikelen buiten toepassing laten of daarvan afwijken, voor zover toepassing, gelet op het belang van de met deze regeling beoogde beëindiging van verbintenissen die voortvloeien uit een DKP-regeling, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 april 1998.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling eenmalige subsidies beleggers.