Ministeriële regeling · BWBR0010095

Geweldsinstructie penitentiaire inrichtingen

Wijzigingen Officiële bron
Geweldsinstructie penitentiaire inrichtingen Geweldsinstructie penitentiaire inrichtingenDe Minister van Justitie,

Gelet op artikel 35, vierde lid, van de Penitentiaire beginselenwet;

Gezien het advies van de Centrale Raad voor Strafrechtstoepassing van 19 mei 1998 (nr. 697460/98);

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Justitie,A.H. Korthals

In deze instructie wordt verstaan onder:

Het gebruik van een semi-automatisch pistool is slechts geoorloofd:

Het gebruik van een semi-automatisch schoudervuurwapen is slechts geoorloofd om direct gevaar voor het leven van personen of voor het ontstaan van zwaar lichamelijk letsel af te wenden.

De ambtenaar of medewerker mag in verband met zijn eigen veiligheid of die van anderen slechts uit voorzorg een vuurwapen ter hand nemen indien redelijkerwijs kan worden aangenomen dat een situatie ontstaat waarin hij bevoegd is het vuurwapen te gebruiken. Zodra blijkt dat een dergelijke situatie zich niet voordoet, wordt het vuurwapen terstond opgeborgen.

De ambtenaar of medewerker kan een gedetineerde ten behoeve van het vervoer, een broekstok, of ten behoeve van het vervoer of interne verplaatsing, handboeien aanleggen.

De ambtenaar of medewerker kan een gedetineerde ten behoeve van het vervoer met een verhoogd veiligheidsrisico, van een blinderingsmiddel voorzien.

Deze regeling wordt aangehaald als: Geweldsinstructie penitentiaire inrichtingen.

Deze regeling treedt in werking op 1 januari 1999.

De Geweldsinstructie gestichtspersoneel van 25 mei 1966, nr. GW 12, met de bijbehorende handleiding van 30 juni 1966, van de Directie Gevangeniswezen/ Bureau Beveiliging, de besluiten van 31 mei 1985, nr.195/ P385, van de Directie Gevangeniswezen, Staf. J.Z., tot wijziging van de Geweldsinstructie gestichtspersoneel, en het besluit van 19 maart 1991, nr. 47988/91 DJ, van de Dir. D&J, worden ingetrokken.