Wijzigingen Officiële bron
Regeling houdende vrijstelling van de heffingen van hoofdstuk IV van de Meststoffenwet voor kleine bedrijven, tuinbouwbedrijven en tuincentraVrijstelling van de heffingen Meststoffenwet voor kleine bedrijven, tuinbouwbedrijven en tuincentraDe Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,

Handelende in overeenstemming met de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;

Gelet op artikel 59, eerste lid en derde lid, van de Meststoffenwet;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage12 januari 1999De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, H.H. Apotheker

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. wet:

Meststoffenwet;

b.minister:

Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij;

c. niet-grondgebonden tuinbouw:

vorm van tuinbouw waarbij de voedingsbodem voor de teelt van gewassen uitsluitend een groeimedium is;

d.grondgebonden tuinbouw:

vorm van tuinbouw in een tot het bedrijf behorend gebouw waarbij de voedingsbodem voor de teelt van gewassen geheel of gedeeltelijk bestaat in grond.

Indien de niet-grondgebonden tuinbouw plaatsvindt in een gebouw, is de oppervlakte groeimedium, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a, artikel 4, eerste lid, onderdeel a, en artikel 5, tweede lid, onderdeel a, en derde lid, onderdeel a, de oppervlakte van het gebouw of de gebouwen die in het betreffende kalenderjaar bij het bedrijf voor deze vorm van tuinbouw daadwerkelijk in gebruik is.

De gemiddeld in het betreffend kalenderjaar door het bedrijf gebruikte oppervlakte groeimedium, de gemiddelde oppervlakte van het gebouw of de gebouwen die in het betreffende kalenderjaar bij het bedrijf voor grondgebonden en niet-grondgebonden tuinbouw daadwerkelijk in gebruik is, alsmede de totaal in het kalenderjaar aangevoerde hoeveelheid fosfaat en stikstof in meststoffen die voor niet-grondgebonden en grondgebonden tuinbouw zijn gebruikt, worden door degene die het bedrijf voert vóór 1 september van het jaar volgend op het betreffende kalenderjaar aan het Bureau Heffingen gemeld:

Van de heffingen, bedoeld in de titels 1 tot en met 3 van hoofdstuk IV van de wet, zijn vrijgesteld tuincentra die in het betreffende kalenderjaar voldoen aan de volgende voorwaarden:

Indien op het tuincentrum mede tuinbouw wordt uitgeoefend, en het tuincentrum daarvoor dierlijke of overige organische meststoffen aanvoert, zijn ten aanzien van deze aanvoer de voorwaarden, bedoeld in artikel 10, onderdelen a, b en c, niet van toepassing. Als aan-vullende voorwaarden voor de vrijstelling gelden in dat geval:

Van de verplichting tot het opmaken van een afleveringsbewijs, bedoeld in artikel 7 en artikel 13 van het Besluit administratieve verplichtingen Meststoffenwet, zijn vrijgesteld het tuincentrum en derden, bedoeld in artikel 10, onderdeel c, voorzover het betreft de door het tuincentrum aan deze derden afgeleverde dierlijke, onderscheidenlijk overige organische meststoffen.

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst, en werkt terug tot en met 1 januari 1998.