Ministeriële regeling · BWBR0010809
Vrijstellingsregeling artikel 2 Diergeneesmiddelenwet 1999
Handelende in overeenstemming met de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
Gelet op artikel 4, vierde lid, van richtlijn nr. 81/851/ EEG van de Raad van de Europese Unie van 28 september 1981 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten inzake geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik (PbEG L 317), alsmede op de artikelen 29 en 45 van de Diergeneesmiddelenwet;
Gezien de adviezen van de Koninklijke Maatschappij voor Diergeneeskunde, het Productschap Diervoeder, de Nederlandse vereniging van viskwekers, de Productschappen Vee, Vlees en Eieren en de Vereniging van Fabrikanten en de Importeurs van Diergeneesmiddelen In Nederland;
Besluit:
Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
’s-Gravenhage29 oktober 1999De Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, G.H.FaberIn deze regeling wordt verstaan onder:
wet:beschikbaar:geregistreerd en voorhanden op de Nederlandse markt;
indicatie:- a.
ziekte, ziekteverschijnsel, pijn, verwonding, gebrek of suboptimale prestatie van een dier waarbij de noodzaak aanwezig is tot behandeling, of
- b.
het onderkennen van een ziekte of gebrek bij een dier door toepassing van een diergeneesmiddel;
reactie die schadelijk en ongewild is en die optreedt bij doses die normaal bij het dier voor preventie, voor het stellen van een diagnose, voor de behandeling van een ziekte, of voor de wijziging van een fysiologische functie worden gebruikt;
ondraaglijk lijden:niet aflatende aandoening of pijn die het dier kennelijk veel ongemak toebrengt;
MRL:maximumwaarde voor residuen;
Bureau Bijwerkingen Diergeneesmiddelen:Bureau Bijwerkingen Diergeneesmiddelen, Postbus 10, 6700 AA Wageningen;
verordening (EEG) nr. 2377/90:verordening (EEG) nr. 2377/90 van de Raad van de Europese Unie van 26 juni 1990 houdende een communautaire procedure tot vaststelling van maximumwaarden voor residuen van genees-middelen voor diergeneeskundig gebruik in levensmiddelen van dierlijke oorsprong (PbEG L 224);
richtlijn nr. 2001/82/EG:richtlijn nr. 2001/82/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 6 november 2001 tot vaststelling van een communautair wetboek betreffende geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik (PbEG L 311).
In afwijking van artikel 2, eerste lid, van de wet mogen dierenartsen, indien het niet toepassen van diergeneesmiddelen ondraaglijk lijden voor het betrokken dier met zich brengt en voor de toepassing geen diergeneesmiddelen beschikbaar zijn de volgende middelen bij een dier of een klein aantal dieren toepassen:
- a.
geregistreerde diergeneesmiddelen voor andere diersoorten of indicaties dan in de registratiebeschikking van het middel vermeld;
- b.
geneesmiddelen die ingevolge de Wet op de Geneesmiddelenvoorziening zijn toegelaten, voor zover geen middelen als bedoeld in onderdeel a beschikbaar zijn, of
- c.
magistraal bereide diergeneesmiddelen, voor zover geen middelen, als bedoeld in onderdelen a en b beschikbaar zijn.
Vervallen.
Het is verboden ingevolge het eerste lid middelen toe te passen bij voedselproducerende dieren tenzij de werkzame stof of stoffen van het middel voorkomen in voor voedsel-producerende dieren geregistreerde diergeneesmiddelen of met betrekking tot de werkzame stof of stoffen op grond van verordening (EEG) nr. 2377/90 een MRL is vastgesteld of op grond van die verordening is vastgesteld dat een MRL niet nodig is.
Voor dieren en producten van dieren waarbij middelen, als bedoeld in het eerste lid, zijn toegepast, geldt een wachttermijn van:
- a.
28 dagen voor zover het vlees van pluimvee en zoogdieren, met inbegrip van vet en afval, betreft;
- b.
7 dagen voor zover het melk en eieren betreft;
- c.
500 graaddagen voor zover het visvlees betreft,
tenzij door de dierenarts op grond van diergeneeskundige inzichten een langere wachttermijn noodzakelijk wordt geacht teneinde te garanderen dat de van de behandelende dieren afkomstige producten geen residuen bevatten die gevaarlijk zijn voor de consument.
Het eerste lid is niet van toepassing op middelen die niet bij een dier van de betrokken diersoort mogen worden toegepast ingevolge het Besluit verboden stoffen Diergeneesmiddelenwet
In afwijking van artikel 2, eerste lid, van de wet mogen dierenartsen de in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, bedoelde middelen voorhanden of in voorraad hebben met het oog op de in dat onderdeel bedoelde toepassing. De voorraad moet in redelijke verhouding staan tot de omvang van het dierenbestand van de praktijk van de betreffende dierenarts.
In afwijking van artikel 2, eerste lid, van de wet mogen dierenartsen de in artikel 2, eerste lid, onderdeel c, bedoelde middelen voorhanden hebben ten behoeve van de in artikel 2 bedoelde toepassing.
In afwijking van artikel 2, eerste lid, van de wet mogen apothekers middelen, als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, voorhanden of in voorraad hebben of afleveren aan dierenartsen ten behoeve van de in artikel 2 bedoelde toepassing.
In afwijking van artikel 2, eerste lid, van de wet mogen apothekers middelen, als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel c, voorhanden hebben of afleveren aan dierenartsen ten behoeve van de in artikel 2 bedoelde toepassing.
In afwijking van artikel 2, eerste lid, van de wet mogen dierenartsen de diergeneesmiddelen die zijn opgenomen in bijlage 1 bij deze regeling, met inachtneming van het daarin bepaalde, toepassen bij voedselproducerende dieren, indien dat uit diergeneeskundig oogpunt noodzakelijk is en voor de toepassing geen diergeneesmiddelen beschikbaar zijn.
Artikel 2, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing op dieren en producten van dieren waarbij een in het eerste lid bedoeld diergeneesmiddel is toegepast.
Diergeneesmiddelen worden slechts in bijlage 1 opgenomen:
- a.
indien er voor de betreffende toepassing en diersoort geen diergeneesmiddel beschikbaar is;
- b.
voor zover zij voor enigerlei toepassing zijn geregistreerd, en
- c.
voor zover het toepassing bij runderen, varkens of kippen betreft, voor toepassing bij incidenteel voorkomende indicaties.
In afwijking van artikel 2, eerste lid, van de wet mogen de diergeneesmiddelen die zijn opgenomen in bijlage 2 bij deze regeling, met inachtneming van het daarin bepaalde, worden toegepast bij de diersoorten, genoemd bij de betreffende middelen in die bijlage, indien dat uit diergeneeskundig oogpunt noodzakelijk is en voor de toepassing geen diergeneesmiddelen beschikbaar zijn.
Artikel 2, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing op voedselproducerende dieren en producten van dieren waarbij een in het eerste lid bedoeld diergeneesmiddel is toegepast, tenzij op de recipiënt of de buitenverpakking als bedoeld in artikel 4 van het Besluit verpakking en etikettering diergeneesmiddelen een wachttermijn voor de betrokken diersoort is aangegeven.
Een diergeneesmiddel wordt slechts in bijlage 2 opgenomen indien het in een andere lidstaat is toegelaten als diergeneesmiddel op grond van een vergunning als bedoeld in artikel 5 van richtlijn nr. 2001/82/EG.
Een diergeneesmiddel dat is bestemd om te worden toegepast bij een voedselproducerend dier wordt slechts in bijlage 2 opgenomen indien de werkzame stof van het middel is opgenomen in bijlage I, II of III bij verordening (EEG) nr. 2377/90.
De diergeneesmiddelen, opgenomen in bijlage 2, worden aangewezen als diergeneesmiddel als bedoeld in:
- a.
- b.
artikel 30, vierde lid, van de wet, tenzij in de bijlage bij het desbetreffende diergeneesmiddel ‘UDA’ is vermeld.
In afwijking van artikel 2, eerste lid, van de wet mogen dierenartsen de in de artikelen 4, eerste lid, en 4a, eerste lid, bedoelde middelen voorhanden of in voorraad hebben met het oog op de in dat lid bedoelde toepassing. De voorraad moet in redelijke verhouding staan tot de omvang van het dierenbestand van de praktijk van de betreffende dierenarts;
In afwijking van artikel 2, eerste lid, van de wet mogen apothekers middelen, als bedoeld in de artikelen 4, eerste lid, en 4a, eerste lid, voorhanden of in voorraad hebben of afleveren aan dierenartsen ten behoeve van de in de artikelen 4 en 4a bedoelde toepassing.
Onverminderd artikel 3, eerste lid, van de Regeling administratie voorschriften ingevolge de Diergeneesmiddelenwet vermelden dierenartsen na het toepassen van een middel ingevolge de artikelen 2 of 4, in hun administratie:
- a.
de naam en voor zover aanwezig het registratienummer van het middel;
- b.
de diersoort;
- c.
het aantal behandelde dieren;
- d.
de naam en het adres van de houder van het dier;
- e.
de indicatie waarvoor het middel wordt toegepast;
- f.
de gebruikte hoeveelheid, de dosering en de duur van de behandeling;
- g.
de datum waarop het dier is onderzocht alsmede de datum waarop het middel is toegepast;
- h.
de aanbevolen wachttermijn;
- i.
de diergeneeskundige motivatie voor de toepassing van het middel.
Onverminderd de artikelen 4 en 5 van de regeling, bedoeld in het eerste lid, doen dierenartsen onmiddellijk na het toepassen van een middel ingevolge de artikelen 2 of 4 schriftelijk opgave aan degene die consumptiedieren houdt van de in het eerste lid bedoelde gegevens.
Voorafgaand aan de toepassing informeren dierenartsen de houder van dieren over de toepassing van middelen in afwijking van de in de registratiebeschikking vermelde toepassing en van de mogelijk daaraan verbonden risico’s.
De administratie en de bescheiden die verband houden met de aantekeningen in de administratie worden vijf jaar bewaard.
Bij toepassing van middelen ingevolge de artikelen 2, 4 of 4a melden dierenartsen vermoedelijke bijwerkingen binnen 15 dagen nadat deze aan hen bekend zijn geworden aan het Bureau Bijwerkingen Diergeneesmiddelen.
De Vrijstellingsregeling artikel 2 Diergeneesmiddelenwet wordt ingetrokken.
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. Artikel 2, tweede lid, vervalt met ingang van vijf jaar na de datum waarop deze regeling in werking is getreden.
Deze regeling kan worden aangehaald als: Vrijstellingsregeling artikel 2 Diergeneesmiddelenwet 1999.
Lijst met werkzame substanties welke in afwijking van artikel 2 van de Diergeneesmiddelenwet, mogen worden toege-past onder de hieronder vermelde condities.
Diersoort: Kalkoen | |||
Werkzame stof | Indicatie | Dosering | Bijzonderheden |
Amoxycilline tri-hydraat | Infecties door o.m. Staphylococcen, Streptococcen en Ornithobacterium rhinotrachealis | drinkwater: 20 mg/kgLG/ dag behandelduur: 3-5 dagen | Uitsluitend middelen te gebruiken die voor kip zijn geregistreerd conform artikel 3 van de Wet. Puls-dosering: gemedicineerd drinkwater moet binnen 2 uur geconsumeerd worden |
Broomhexine | luchtwegen-expectorans | drinkwater: 1-2 gr / kg LG/ dag behandelduur: 3-5 dagen | |
Na-salicylaat | ontstekingsremmer, pijnbestrijding | drinkwater: 300 gr/1000 L/ dag behandelduur: 3-5 dagen | |
Enrofloxacine | Infecties met gevoelige bacteriën, w.o. E. coli | injectie: 10 mg/kgLG, SC, gedurende 2-4 dagen | Op gezag van ABG bij individuele dieren of ernstig zieke koppels die niet via water behandeld kunnen worden |
Diersoort: Eend | |||
Werkzame stof | Indicatie | Dosering | Bijzonderheden |
Amoxycilline-trihydraat | Infecties met G+ bacteriën Luchtweg-infecties door E. coli Polyserositis door Pasteurella anatipestifer | 20 mg / kg LG / dag via water gedurende 3-5 dagen | Uitsluitend middelen te gebruiken die voor kip zijn geregistreerd conform artikel 3 van de Wet. Puls-dosering: gemedicineerd drinkwater moet binnen 2 uur geconsumeerd worden |
Trimethoprim- sulfamethoxasol of -sulfadiazine of -sulfachloorpyridazine | Luchtweg-infecties door E. coli | 30 mg / kg LG / dag via water gedurende 5 dagen | Uitsluitend middelen te gebruiken die voor kip zijn geregistreerd conform artikel 3 van de Wet |
Sulfaquinoxaline | Infecties veroorzaakt door Pasteurella anatipestifer | 50-100 mg kg LG / dag via water gedurende 8 dagen, of 350 mg / kg voer gedurende 10-14 dagen | Doserings-schema waterbehandeling: 3-2-3 dagen |
Doxycycline-hyclaat | Luchtweg-infecties | 25 mg / kg LG / dag via water gedurende 5 dagen | Uitsluitend middelen te gebruiken die voor kip zijn geregistreerd conform artikel 3 van de Wet |
Colistine | Darm-infecties | 25.000 -50.000 IE / 2,5 kg LG / dag via drinkwater gedurende 4 dagen | Uitsluitend middelen te gebruiken die voor kip definitief zijn geregistreerd conform artikel 3 van de Wet. Toepassing enkel in de eerste twee levensweken. |
Multvitaminen | Na stress / antibiotica-kuur | zie etiket pluimvee- middelen | |
Natrium-salicylaat | Antipyreticum en antiflogisticum | 50-100 mg / kg via water gedurende 3 dagen | |
Flumequine | Luchtweg-infecties door gevoelige bacteriën | 15 mg / kg LG/ dag via drink water gedurende 3-5 dagen | Uitsluitend middelen te gebruiken die voor kippen zijn geregistreerd conform artikel 3 van de Wet. |
Diersoort: Paard | |||
Werkzame stof | Indicatie | Dosering | Bijzonderheden |
Methadon | Sedatie en analgesie | 0,1 mg/kg IM/IV | Voor kleine ingrepen, in combinatie met een alpha2-agonist Goed doseren i.v.m. excitatie. Opiaat: bewaren in de opiumkast. |
Diazepam | Sedatie tijdens recovery na algemene anaesthesie | veulen: 0,05 - 0,4 mg/kg paard: 25 - 50 mg | langzaam toedienen, strict IV |
Acetyl salicylzuur | Remming bloedstolling bij hoefbevangenheid | 0,5 mg/kg tot 2 mg/kg 1 dd oraal | Let op bloedingsneiging Contraindicatie bij dieren met maag- lever- of nierlijden |
Furosemide | Diureticum | 0,25 -1 mg/kg IV/IM | |
Prednisolon huidcrème | Huidaandoeningen | Lokaal 1 - 2 dd | |
Cortico-steroïd oogzalf en druppels | Oogaandoeningen | 1 - 6 dd in conjunctivaalzak | niet bij cornea-defecten |
Benzyl-penicilline Na | (Peri) -operatieve antibioticum therapie tegen G+ bacteriën | 20.000- 40.000 IE /kg 3-4 dd gedurende 3-5 dagen, IV | Op geleide van een antibiogram. Zie bij procaïne-penicilline |
Procaïne benzyl penicilline | Infecties door gevoelige G+ bacteriën | 20.000 IE/kg 1 dd IM gedurende 3-5 dagen | Op geleide van een antibiogram. Allergische (shock)reacties kunnen voorkomen. Bij meerdaagse behandeling meerdere spuitplekken gebruiken |
Ampicilline Na poeder | Uterusspoelingen en | Intra-uterien: 2- 3 g in 50-250 ml fysiologische zoutoplossing | Uitsluitend middelen te gebruiken die voor paard definitief zijn geregistreerd overeenkomstig artikel 3 van de Wet Zie bij procaïne-penicilline |
Ceftiofur-natrium | Infecties door gevoelige bacteriën: Pasteurella, Actinobacillus, Haemophilus, Streptococcen | 2,2 mg/kg 2 dd IM | Enkel bij gebleken ongevoeligheid voor andere antibiotica, op gezag van ABG |
Altrenogest oraal | A. Multifolliculaire ovaria B. Anoestrale merries C. Hengstigheidsuppressie | A.: 27,5 mg 1 dd gedurende 10 dagen B. + C.: 27,5 mg 1 dd zo lang als uitstel nodig is | Contraïndicaties: dracht, endometritis, mannelijke dieren, |
Insuline | Hyperlipaemie | 0,15 - 1 IE/kg 1-2 dd | Juiste dosering vaststellen |
Atropine-oogdruppels | Oogaandoeningen | 1 - 6 dd in de conjunctivaalzak | niet bij glaucoom |
Lidocaïne | locaal- en geleidingsanaestheticum | afhankelijk van na te streven effect, bij geleidingsanaethesie 40 - 200 mg, bij locale anaesthesie 100 - 600 mg, subcutaan en/of intramusculair | Uitsluitend middelen gebruiken die definitief zijn geregistreerd. |
Acepromazine | sedatie bij transport | oraal: 0,1 - 0,2 mg / kgLG, éénmalig per injectie: 0,04 - 0,1 mg /kg LG | Geen toepassing bij hypovolaemische dieren. Uitsluitend middelen gebruiken die zijn geregistreerd. |
gentamicine | bronchopneumonie, endometritis, poly arthritis door Gram- bacteriën | 1e dag: 2dd 4 mg / kgLG, IV daarna 4 mg/ kg LG, IV 1dd gedurende 3-5 dagen intrauterien: 1dd 2 gr/dier gedurende 2 dagen | Uitsluitend middelen gebruiken die zijn geregistreerd. |
Diersoort: Konijn | |||
Werkzame stof | Indicatie | Dosering | Bijzonderheden |
Zn-bacitracine | enterocolitis door Clostridium spp. | 150 mg kg voer gedurende 7-10 dagen | In verband met stabiliteit van de werkzame stof dient gegranuleerde bacitracine met een hoog Zn-gehalte ( >40%) worden gebruikt. |
colistine | diarree veroorzaakt door E.coli | via drinkwater: 4-5 mg/kgLG/ dag gedurende 3-5 dagen | Uitsluitend middelen te gebruiken die voor varken definitief zijn geregi- streerd conform artikel 3 van de Wet. |
Trimetoprim met sulfonamiden | – darminfecties door G- bacterien w.o. E.coli en Salmonellae – infecties veroorzaakt door Pasteurellae en Staphylococcen | oraal via drink- water: 25 mg/- kgLG/ dag gedurende maximaal 5 dagen per injectie: 15 mg/kgLG/- dag gedurende 3 dagen | Uitsluitend middelen te gebruiken die voor varken definitief zijn geregistreerd conform artikel 3 van de Wet. Niet te combineren met ionoforen |
oxytetracycline | – luchtweg-infecties veroorzaakt door Pasteurella multocida – mastistis en endometritis tgv Past multocida – Ziekte van Tyzzer | oraal: 800 mg/kg voer gedurende 3 dagen per injectie: 15 mg/kgLG gedurende 3-5 dagen Ziekte van Tyzzer:400 mg/kg voer gedurende 30 dagen | Uitsluitend middelen te gebruiken die voor varken definitief zijn geregistreerd overeenkomstig artikel 3 van de Wet. Het gebruik van te injecteren middelen is enkel toegestaan bij voedsters. |
sulfadimidine- Na | darmcoccidiose | drinkwater: 1,5 gr/l Behandelschema:2 maal 3 dagen met twee dagen tussentijd | Uitsluitend middelen te gebruiken die voor varken definitief zijn geregistreerd conform artikel 3 van de Wet |
sulfaquinoxaline-Na | levercoccidiose | drinkwater: 0,5 gr/l Behandelschema: 2 maal 3 dagen met twee dagen tussentijd | Uitsluitend middelen te gebruiken die voor voedselproducerende dieren definitief zijn geregistreerd conform artikel 3 van de Wet |
flubendazol | lint- en spoelwormen | oraal: 5 mg/kg LG gedurende 5-10 dagen Via voer: 30 mg/kg voer | Uitsluitend middelen te gebruiken die voor varken definitief zijn geregistreerd conform artikel 3 van de Wet |
ivermectine | oorschurft | oraal: 0,3 mg/- kgLG eenmalig, eventueel te herhalen na 14 dagen | Uitsluitend middelen te gebruiken die voor varken, rund of schaap definitief zijn geregistreerd conform artikel 3 van de Wet |
oxytocine | stimulatie uterus- contracties | per injectie: 2 IE/kgLG, eenmalig | Uitsluitend middelen te gebruiken die definitief zijn geregistreerd conform artikel 3 van de Wet |
Diersoort: RUND | |||
Werkzame stof | Indicatie | Dosering | Bijzonderheden |
Antimicrobiële zalfsuspensies voor klinische mastitisbehandeling inhoudende ampicilline in combinatie met cloxacilline | bacteriële oorontstekingen door met name G+ bacteriën | 1-2 maal per dag lokale toediening in het oor gedurende enkele dagen | Uitsluitend middelen gebruiken die definitief zijn geregistreerd conform artikel 3 van de Wet ter behandeling van klinische mastitis bij rundvee. |
cefapirine | lochiometra/endometritis met gesloten cervix binnen 14 dagen postpartum | intrauterien: 1 injector à 500 mg cefapirine | Uitsluitend middelen gebruiken die definitief zijn geregistreerd conform artikel 3 van de Wet ter behandeling van endometritis bij rundvee. |
Furosemide | diureticum | 0,5 - 1,0 mg kg LG I.V., zonodig éénmaal herhalen. | Uitsluitend middelen gebruiken die definitief zijn geregistreerd conform artikel 3 van de Wet. Niet intramusculair toedienen |
Na-salicylaat | Antiphlogistisch en antipyretisch bij virusinfecties bij kalveren | Niet-ruminerende kalveren: 10–20 mg/kg LG 2 dd oraal gedurende ten hoogste 3 dagen Ruminerende kalveren: 20–40 mg/kg LG 2dd oraal gedurende ten hoogste 3 dagen | Uitsluitend middelen te gebruiken die voor varkens definitief zijn geregistreerd conform artikel 3 van de wet. |
Na-metamizol | CONSUMPTIEMELK PRODUCERENDE DIEREN: opheffen van spasmen, koliekenof IM en ontstekingsprocessen | 40 mg/kg LG eenmalig IV | Uitsluitend middelen gebruiken die definitief geregistreerd conform artikel 3 van de Wet. |
Lidocaïne met/ zonder adrenaline | locale- en geleidingsanaesthesie | maximaal 4 mg per kg LG s.c., i.m. of i.v. | Uitsluitend middelen te gebruiken die definitief zijn geregistreerd conform artikel 3 |
Diersoort: VARKEN | |||
Werkzame stof | Indicatie | Dosering | Bijzonderheden |
enilconazol | behandeling van huidschimmels | topicaal: 3-4 maal om de 3-4 dagen de aangetaste plaatsen met een 1:50 verdunde emulsie wassen of besproeien | Uitsluitend middelen gebruiken die definitief zijn geregistreerd conform artikel 3 van de Wet. |
natrium-sulfaat poeder | laxans | oraal: 1 - 1,5 gr / kg LG in 1 l drinkwater per 100 kg LG | Uitsluitend middelen gebruiken die definitief zijn geregistreerd conform artikel 3 van de Wet. Verstrek voldoende drinkwater. |
lidocaïne | locale- en geleidingsanaesthesie | epidurale anaesthesie: 20 mg per 40 cm ruglengte + 30 mg per verdere 10 cm castratie biggen: 1 -2 mg per kg LG in het scrotum | Uitsluitend middelen gebruiken die definitief zijn geregistreerd conform artikel 3 van de Wet. |
Diersoort: KIP | |||
Werkzame stof | Indicatie | Dosering | Bijzonderheden |
amoxicilline- trihydraat | Consumptie-ei leggende kippen: luchtweg- en maag- darminfecties veroorzaakt door amoxicilline gevoelige micro- organismen | oraal via het drinkwater: 20 mg per kg LG gedurende minimaal 3-5 dagen | Uitsluitend middelen te gebruiken die voor kippen zijn geregistreerd conform artikel 3 van de Wet. Puls-dosering: gemedicineerd drinkwater moet binnen 2 uur geconsumeerd worden |
trimethoprim met sulfa- chloorpyridazine-Na | Consumptie-ei leggende kippen: infecties veroorzaakt door Grampositieve en Gramnegatieve bacteriën zoals Salmonellae, E. coli, Pasteurellae Staphylococcen en Haemophiluszine | oraal via drinkwater: maximaal 30 mg per kg LG sulfachloorpyrida-Na met 6 mg per kg LG trimethoprim per dag gedurende maximaal 5 dagen | Uitsluitend middelen te gebruiken die voor kippen zijn geregistreerd conform artikel 3 van de Wet. |
sulfaclozine-Na | Consumptie-ei leggende kippen: coccidiose ten gevolge van gevoelige Eimeria-species. | Oraal via drinkwater: 50 mg per kg LG gedurende 3 dagen | Uitsluitend middelen te gebruiken die voor kippen zijn geregistreerd conform artikel 3 van de Wet. |
Na-salicylaat | antiphlogisticum en antipyreticum bij virale infecties | oraal via drinkwater: 200 - 400 gram per 1000 l drinkwater per dag gedurende 3 dagen | Uitsluitend middelen te gebruiken die zijn geregistreerd conform artikel 3 van de Wet. Opname op de lijst wordt 2 jaar na publicatie herbezien. |
Diersoort: GEIT | |||
Werkzame stof | Indicatie | Dosering | Bijzonderheden |
procaïne benzylpenicilline | bacteriële infecties door gevoelige bacteriën | IM: 10- 12 mg/ kg LG/dag gedurende 3-5 dagen | Uitsluitend middelen te gebruiken die voor schapen definitief zijn geregistreerd conform artikel 3 van de Wet. |
procaïne benzylpenicilline met dihydrostreptomycine | bacteriële infecties door gevoelige bacteriën | IM: 8 mg penicilline en 10 mg streptomycine/kg LG/dag gedurende 3 dagen | Uitsluitend middelen te gebruiken die voor schapen definitief zijn geregistreerd conform artikel 3 van de Wet. Niet voor melkgevende geiten. |
ampicilline- trihydraat | bacteriële infecties door gevoelige bacteriën, waaronder Clostridia-species | IM: 7,5 mg/kg LG/dag gedurende 3-5 dagen Oraal: 20-30 mg/kg LG/dag gedurende 5 dagen, bij voorkeur in 2 doses per dag | Uitsluitend middelen te gebruiken die voor schapen definitief zijn geregistreerd conform artikel 3 van de Wet Orale toepassing enkel voor niet herkauwende geiten/lammeren. |
trimethoprim met sulfadiazine | Enteritis veroorzaakt door Salmonellae | oraal: 20-30 mg/kgLG 1-2 dd gedurende 3-5 dagen | Uitsluitend middelen te gebruiken die voor runderen definitief zijn geregistreerd conform artikel 3 van de Wet Enkel voor niet herkauwende geiten/lammeren. |
colistine-sulfaat | catharrale enteritis in de eerste levensweken door E.coli species | oraal: 2,5-5 mg/kgLG 2 dd gedurende 3 dagen | Uitsluitend middelen te gebruiken die voor runderen definitief zijn geregistreerd conform artikel 3 van de Wet. |
lincomycine met spectinomycine | bacteriële longinfecties en klauwinfecties gevoelig voor de combinatie van beide stoffen | 15 mg /kg LG/ dag IM 1dd ge- durende 3 dagen | Uitsluitend middelen te gebruiken die voor schapen zijn geregistreerd conform artikel 3 van de Wet. Niet voor melk gevende geiten |
nafcilline in combinatie met dihydrostreptomycine en procaïnebenzylpenicilline | droogzetter bij mastitis | intramammair 1 injector per uier-kwartier | Uitsluitend middelen te gebruiken die voor runderen definitief zijn geregistreerd conform artikel 3 van de Wet. |
oxytetracycline in capsule of bolus | endometritis, retentio secundinarum | eenmalig intrauterien | Uitsluitend middelen te gebruiken die voor runderen definitief zijn geregistreerd conform artikel 3 van de Wet. |
cefapirine | endometritis, lochiometra | intrauterien: 1 injector à 500 mg cefapirine | Uitsluitend middelen te gebruiken die voor runderen definitief zijn geregistreerd conform artikel 3 van de Wet. |
levamisol | maagdarm- en longwormen | oraal of subcu- taan: 7,5-8 mg/ kg LG eenmalig | Uitsluitend middelen te gebruiken die voor schapen definitief zijn geregistreerd conform artikel 3 van de Wet. Niet voor melkgevende geiten. |
oxfendazol, albendazol of fenbendazol | maagdarm- en longwormen | oraal: dosering schaap (4-8 mg/ kg LG) vermenigvuldigd met een factor 1,5 | Uitsluitend middelen te gebruiken die voor schapen definitief zijn geregistreerd conform artikel 3 van de Wet. Niet in het begin van de dracht i.v.m. embryotociteit. |
ivermectine | maagdarm- en longwormen | oraal of subcutaan: 0,2 mg/ kg LG eenmalig | Uitsluitend middelen te gebruiken die voor schapen conform artikel 3 van de Wet. Niet voor melkgevende geiten. |
triclabendazol | leverbot | oraal: dosering schaap 5-10 mg/ kg LG, eventueel herhalen na 6 weken) vermenigvuldigd met een factor 1,5 | Uitsluitend middelen te gebruiken die voor schapen conform artikel 3 van de Wet. Niet voor melkgevende geiten. Niet in het begin van de dracht i.v.m. embryotoxiciteit. |
amitraz | bestrijding van schurftmijt en luizen | als bad of wassing: 125 mg amitraz per 1,5 l water | Uitsluitend middelen te gebruiken die voor rund definitief zijn geregistreerd overeenkomstig artikel 3 van de Wet. |
xylazine | sedatie en premedicatie tezamen met anaestheticum | afhankelijk van na te streven niveau van sedatie: IM: 0,1 - 0,30 mg/kg | - Uitsluitend middelen te gebruiken die voor runderen definitief zijn geregistreerd conform artikel 3 van de Wet. - bij hoge dosering kan speeksel en en schuimvorming in pens optreden - antidote: atipamezol |
lidocaïne met/ zonder adrenaline | locale- en geleidingsanaesthesie | maximaal 4 mg per kg LG s.c., i.m. of i.v. | Uitsluitend middelen gebruiken die definitief zijn geregistreerd conform artikel 3 van de Wet. Pre- sentaties met aderenaline niet intraveneus en niet bij distale lichaamsdelen |
atropine | premedicatie bij anaesthesie | 0,03 - 0,07 mg/ kg subcutaan | |
detomidine | sedatie en analgesie | lichte sedatie: 10-20 mcg/kg sedatie: 20-40 mcg/kg sedatie en analgesie: 40-80 mcg/kg | Uitsluitend middelen te gebruiken die voor runderen definitief zijn geregistreerd conform artikel 3 van de Wet. |
Na-metamizol | opheffen van spasmen, ko- liek en ontstekings-processen | 40 mg/kg LG eenmalig IV of IM | Uitsluitend middelen te gebruiken die voor runderen definitief zijn geregistreerd conform artikel 3 van de Wet. |
scopolamine- butyl-bromide | opheffen van spasmen van maagdarmkanaal en urinewegen | 2 mg/10 kgLG eenmalig IV of IM | Uitsluitend middelen te gebruiken die voor runderen definitief zijn geregistreerd conform artikel 3 van de Wet. |
dexamethason | - acetonaemie - remming ontstekingen van m. n. het bewegingsapparaat, - allergische aandoeningen | per injectie: 20 mcg/kg dag | Uitsluitend middelen te gebruiken die voor runderen definitief zijn geregistreerd conform artikel 3 van de Wet. |
flunixine | ontstekings-remming, koortsremming | IM of IV: 1-2 mg/kgLG 1 dd gedurende max 5 dagen | Uitsluitend middelen te gebruiken die voor runderen definitief zijn geregistreerd conform artikel 3 van de Wet. |
broomhexine | luchtwegen expectorans | oraal: 1 gr/40 kgLG/ dag ge- durende 5 dagen | Uitsluitend bij niet herkauwende geitenlammeren |
calcium-magnesium oplossingen | melk- en kopziekte | 60-100 ml/dier IV, zonodig na 4-8 uur herhalen | Uitsluitend middelen te gebruiken die voor schapen definitief zijn geregistreerd conform artikel 3 van de Wet. |
propyleen glycol | acetonaemie | oraal: 2 dd 20-30 ml/dier gedurende 4 dagen | Uitsluitend middelen te gebruiken die voor schapen definitief zijn geregistreerd conform artikel 3 van de Wet. |
beta-sympaticomimeticum | verslapping uterusmusculatuur | clenbuterol- hydrochloride: 0,06 mg/100 kg IM of IV isoxsuprinelactaat: 30 - 40 mg/100 kg IM | Uitsluitend middelen te gebruiken die voor runderen definitief zijn geregistreerd conform artikel 3 van de Wet. |
Diersoort: SCHAAP | |||
Werkzame stof | Indicatie | Dosering | Bijzonderheden |
trimethoprim met sulfadiazine | Enteritis veroorzaakt door Salmonellae | oraal: 20-30 mg/kgLG 1-2 dd gedurende 3-5 dagen | Uitsluitend middelen gebruiken die definitief voor runderen zijn geregistreerd conform artikel 3 van de Wet. Enkel bij niet herkauwende schapen/lammeren |
colistine-sulfaat | catharrale enteritis in de eerste levensweken door E.coli species | oraal: 2,5-5 mg/ kgLG 2 dd gedurende 3 dag | Uitsluitend middelen gebruiken die definitief voor runderen zijn geregistreerd conform artikel 3 van de Wet. |
nafcilline in combinatie met dihydro- streptomycine en procaïne- benzylpenicilline | droogzetter bij mastitis | intramammair | Uitsluitend middelen gebruiken die definitief voor runderen zijn geregistreerd conform artikel 3 van de Wet. |
oxytetracycline in capsule of bolus | endometritis, retentio secundinarum | eenmalig intrauterien | Uitsluitend middelen gebruiken die definitief voor runderen zijn geregistreerd conform artikel 3 van de Wet. |
cefapirine | endometritis, lochiometra | intrauterien: 1 injector à 500 mg cefapirine | Uitsluitend middelen die voor rund voor de genoemde indicaties definitief zijn geregistreerd overeenkomstig artikel 3 van de Wet. |
xylazine | sedatie en premedicatie tezamen met anaestheticum | afhankelijk na te streven niveau van sedatie: IM: 0,1 - 0,30 mg/kg | Uitsluitend middelen gebruiken die definitief voor runderen zijn geregistreerd conform artikel 3 van de Wet. - bij hoge dosering speekselen en schuimvorming in pens - niet bij Portland schapen - antidote: atipamezol |
lidocaïne met/ zonder adrenaline | locale- en geleidingsanaesthesie | maximaal 4 mg per kg LG s.c., i.m. of i.v. | Uitsluitend definitief geregistreerde middelen gebruiken. Presentaties met adrenaline niet intraveneus en niet bij distale lichaamsdelen |
atropine | premedicatie bij anaesthesie | 0,03 - 0,07 mg/ kg subcutaan | |
detomidine | sedatie en analgesie | lichte sedatie: 10-20 mcg/kg sedatie: 20-40 mcg/kg sedatie en analgesie: 40-80 mcg/kg | Uitsluitend middelen gebruiken die definitief voor runderen zijn geregistreerd conform artikel 3 van de Wet. |
Na-metamizol | opheffen van spasmen, kolieken en ontstekingsprocessen | 40 mg/kg LG eenmalig IV of IM | Uitsluitend middelen gebruiken die definitief voor runderen zijn geregistreerd conform artikel 3 van de Wet. |
scopolamine- butylbromide | opheffen van spasmen van maagdarmkanaal en urinewegen | 2 mg/10 kgLG eenmalig IV of IM | Uitsluitend middelen gebruiken die definitief voor runderen zijn geregistreerd conform artikel 3 van de Wet. |
dexamethason | - acetonaemie - remming ontstekingen van m. n. het bewegingsapparaat, - allergische aandoeningen | per injectie: 20 mcg/kg dag | Uitsluitend middelen gebruiken die definitief voor runderen zijn geregistreerd conform artikel 3 van de Wet. |
flunixine | ontstekingsremming, koortsremming, | IM of IV: 1-2 mg/kgLG 1 dd gedurende max 5 dagen | Uitsluitend middelen gebruiken die definitief voor runderen zijn geregistreerd conform artikel 3 van de Wet. |
broomhexine | luchtwegen expectorans | oraal: 1 gr/40 kgLG/ dag gedurende 5 dagen | Enkel bij niet herkauwende lammeren |
beta-sympaticomimeticum | verslapping uterusmusculatuur | clenbuterolhydrochloride: 0,06 mg/100 kg IM of IV isoxsuprinelactaat: 30 - 40 mg/100 kg IM | Uitsluitend middelen gebruiken die definitief voor runderen zijn geregistreerd conform artikel 3 van de Wet. |
Amitraz | Bestrijding van schurftmijt en luizen | Als bad of wassing 125 mg amitraz per 1,5 l water | Uitsluitend middelen te gebruiken die voor rund definitief zijn geregistreerd overeenkomstig artikel 3 van de Wet |
Naam diergeneesmiddel, naam producent | Diersoort | Indicatie | Voorwaarden toepassing | Kanalisatie | Einddatum |
Flukiver van Janssen Cilag BV te Tilburg | niet-melkgevende schapen en niet-melkgevende runderen | leverbot-infectie | Uitsluitend indien bij te behandelen schapen dan wel runderen resistentie is gebleken tegen de in Nederland geregistreerde diergeneesmiddelen ter behandeling van leverbot of indien resistentie bij deze dieren aannemelijk is in het licht van gebleken resistentie bij andere schapen dan wel runderen in de nabije omgeving. Overeenkomstig de eisen die in het Verenigd Koninkrijk aan dit middel zijn gesteld bij de vergunning, bedoeld in artikel 5 van richtlijn nr. 2001/82/EG, zoals deze eisen luidden op 1 december 2004, voor toepassing bij schapen en runderen, aan de dosis, de wijze van toediening, de wachttermijn en de verpakking. | UDA | 31 december 2005 |
Gudair van CZ Veterinaria in Spanje | Geiten | Paratuberculose | Overeenkomstig de eisen die in Spanje aan dit middel zijn gesteld bij de vergunning, bedoeld in artikel 5 van richtlijn nr. 2001/82/EG, zoals deze eisen luidden op 1 augustus 2004, voor de toepassing bij geiten aan de dosis, de wijze van toediening, de wachttermijn en de verpakking. | 31 december 2005 |