Circulaire · BWBR0010861

Besluit leaseregeling

Wijzigingen Officiële bron
Besluit leaseregeling Besluit leaseregeling De Staatssecretaris van Financiën,

Besluit:

Vast te stellen de volgende regeling:

Deze regeling is tot stand gekomen in overleg met de Nederlandse Vereniging van Leasemaatschappijen. De regeling van 4 december 1992 tussen de Belastingdienst Grote Ondernemingen Amsterdam en de Nederlandse Vereniging van Leasemaatschappijen komt met ingang van 1 januari 2000 te vervallen.

De Staatssecretaris van Financiën,W.A.Vermeend

Het is wenselijk geoordeeld in het kader van de invordering en voor de heffing van inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting te komen tot een zoveel mogelijk gelijke behandeling van leasecontracten.

Deze regeling strekt toe om voor de toepassing van het bodemrecht ex artikel 22, derde lid, van de Invorderingswet 1990, alsmede voor de toepassing van artikel 10, eerste lid, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 en van de investeringsfaciliteiten, zoals die voorkomen in laatstgenoemde wet, het onderscheid tussen financiële en operationele lease nader te omschrijven.

In de regeling is er mee volstaan voor de aanduiding van het genoemde onderscheid aan te geven onder welke voorwaarden de lessor als fiscaal eigenaar van het lease-object wordt aangemerkt. Wordt aan die voorwaarden voldaan, dan is sprake van operationele leasing.

De lessor zal in ieder geval fiscaal als eigenaar van een door hem op basis van leasing ter beschikking gesteld lease-object worden aangemerkt indien hij:

Geacht wordt sprake te zijn van positief en/of negatief restwaarderisico ten aanzien van het lease-object indien aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:

Indien op grond van de hiervoor onder I genoemde bepalingen de lessor fiscaal als eigenaar van een door hem op basis van leasing ter beschikking gesteld lease-object kan worden aangemerkt, is met betrekking tot het betreffende leaseobject sprake van reële eigendom in de zin van artikel 22, § 5, vierde lid, van de Leidraad Invordering 1990.

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2000.