Ministeriële regeling · BWBR0011317

Regeling intrasectoraal programma metalektro vmbo

Wijzigingen Officiële bron
Regeling intrasectoraal programma metalektro vmboRegeling intrasectoraal programma metalektro vmboDe staatssecretaris van onderwijs, cultuur en wetenschappen,

Gelet op artikel 7 van het Eindexamenbesluit v.w.o.-h.a.v.o.-m.a.v.o.-v.b.o.;

Gezien het advies van de Onderwijsraad (advies van 3 december 1997, nr. OR 970921/145);

Besluit:

De staatssecretaris van onderwijs, cultuur en wetenschappen,K.Y.I.J. Adelmund.

Het intrasectoraal programma metalektro vmbo wordt vastgesteld zoals aangegeven in bijlage 1 bij deze regeling.

Deze regeling zal met de toelichting in Uitleg OCenW-Regelingen worden geplaatst, maar met uitzondering van de bijlage, die ter inzage wordt gelegd in de bibliotheek van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen. Van deze plaatsing en terinzagelegging zal mededeling worden gedaan in de Staatscourant.

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 augustus 2001.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling intrasectoraal programma metalektro vmbo.

De overige onderdelen van de bijlage liggen ter inzage bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen.

Deze examenbeschrijving geldt voor alle vakken en programma’s in alle leerwegen: de basisberoepsgerichte leerweg, de kaderberoepsgerichte leerweg, de gemengde leerweg en de theoretische leerweg. Specifieke zaken zijn vermeld in de examenbeschrijving per vak of programma.

Het examen bestaat per vak of programma uit

De volgende vakken uit het gemeenschappelijk deel kennen uitsluitend een schoolexamen: maatschappijleer, lichamelijke opvoeding en de kunstvakken.

Voor de vakken Nederlands en Engels uit het gemeenschappelijk deel, de vakken uit het sectordeel en de vakken of programma’s uit het vrije deel die tot het eindexamen vmbo kunnen behoren, is er zowel een schoolexamen als een centraal examen.

Als het examen bestaat uit een schoolexamen en een centraal examen is de richtlijn dat het schoolexamen betrekking heeft op ongeveer 2/3 deel van het examenprogramma en het centraal examen op ongeveer 1/3 deel. Het schoolexamen omvat ten minste die exameneenheden die niet in het centraal examen worden getoetst.

In de specifieke examenbeschrijvingen per vak of programma is aangegeven welke exameneenheden in het schoolexamen en welke exameneenheden in het centraal examen worden of kunnen worden getoetst.

Voor de basisberoepsgerichte leerweg bestaat het examenprogramma uit de eindtermen van het kerndeel, voor zover deze niet gecursiveerd zijn.

Voor de kaderberoepsgerichte leerweg bestaat het examenprogramma uit het kerndeel en voor de beroepsgerichte programma’s bovendien uit het verrijkingsdeel dat voor deze leerweg is vastgesteld.

Voor de gemengde leerweg en voor de theoretische leerweg bestaat het examenprogramma uit het kerndeel en het verrijkingsdeel van de algemene vakken. Voor de beroepsgerichte programma’s in de gemengde leerweg gelden de exameneenheden van het kerndeel.

Voor de basisberoepsgerichte leerweg, voor de algemene vakken van de kaderberoepsgerichte leerweg en voor de beroepsgerichte programma’s van de gemengde leerweg zijn de verrijkingsdelen facultatief en maken geen deel uit van het examenprogramma.

De algemene onderwijsdoelen van de preambule zijn per algemeen vak en per beroepsgericht programma uitgewerkt in het examenprogramma. De preambule maakt derhalve evenmin deel uit van het examenprogramma.

Schematisch

Het centraal examen kan bestaan uit:

Voor de algemene vakken wordt in alle leerwegen alleen een centraal schriftelijk examen afgenomen. Een uitzondering hierop vormen de beeldende vakken, die zowel een centraal schriftelijk als een centraal praktisch examen kennen.

In het volgende schema is per beroepsgericht programma gespecificeerd welke onderdelen van toepassing zijn.

Beroepsgerichte programma's

Een zitting van het centraal schriftelijk examen voor de basisberoepsgerichte leerweg duurt tussen 60 en 90 minuten, De CEVO stelt de precieze tijdsduur van het centraal schriftelijk examen voor de basisberoepsgerichte leerweg vast.

Een zitting bij het centraal schriftelijk examen voor de kaderberoepsgerichte, de gemengde en de theoretische leerweg duurt 120 minuten.

Het schoolexamen kan bestaan uit de volgende onderdelen

De toetsen en opdrachten die deel uitmaken van het schoolexamen, dienen aantoonbaar representatief te zijn voor de desbetreffende eindtermen uit het examenprogramma. De vakspecifieke vaardigheden dienen een substantieel onderdeel te zijn van de toetsing in het schoolexamen. De basisvaardigheden zoals genoemd in de exameneenheden K/2 van de algemene vakken, dienen gespreid over de vakken in het schoolexamen te worden opgenomen.

Het schoolexamen heeft de vorm van een examendossier. Het examendossier bevat

Het examendossier kan gespreid over het derde en vierde leerjaar worden opgebouwd. Voor de theoretische en de gemengde leerweg begint de opbouw van het dossier in ieder geval in het derde leerjaar omdat het dossier ook de afsluiting van de verplichte extra vakken van het derde leerjaar omvat waarin geen eindexamen wordt afgelegd. Ook wanneer vakken die alleen een schoolexamen kennen - de vakken maatschappijleer, lichamelijke opvoeding en de kunstvakken uit het gemeenschappelijk deel - in het derde leerjaar worden afgesloten, begint de opbouw van het dossier in het derde leerjaar.

ICT maakt onderdeel uit van de beroepsgerichte programma’s. ICT is ook onderdeel van de exameneenheid Basisvaardigheden van de algemene vakken. Als zodanig maakt ICT verplicht onderdeel uit van het schoolexamen en kan bij het centraal examen gebruik gemaakt worden van ICT-toepassingen. Indien bij het centraal examen gebruik gemaakt wordt van ICT-toepassingen maakt de CEVO dit tijdig bekend.

Het eindcijfer voor het examen komt als volgt tot stand. Per vak of programma wordt het cijfer voor het schoolexamen gecombineerd met het cijfer voor het centraal examen. Voor de basisberoepsgerichte leerweg geldt dat het cijfer voor het schoolexamen voor 2/3 en het cijfer voor het centraal examen voor 1/3 het eindcijfer bepaalt.

Voor de overige leerwegen bepalen het cijfer voor het schoolexamen en het cijfer voor het centraal examen elk de helft

Het cijfer voor het schoolexamen is samengesteld uit de cijfers en beoordelingen voor de toetsen en praktische opdrachten, zodanig dat er aantoonbaar sprake is van een evenwichtige bijdrage van de verschillende onderdelen. In het Programma van Toetsing en Afsluiting legt de school de weging van de verschillende onderdelen van het examendossier vast.

Het centraal examen (cspe) bij de basisberoepsgerichte leerweg heeft betrekking op de volgende exameneenheid:

ME/K/2

Professionele vaardigheden

en daarnaast op twee van de volgende vier exameneenheden:

ME/K/4

Inleiding op het leidingnet in de woning

ME/K/5

Inleiding op het afmonteren in de woning

ME/K/6

Inleiding op het leidingnet in de utiliteitsbouw

ME/K/7

Inleiding op elektrische toestellen en machines in de utiliteitsbouw

en op twee van de volgende drie exameneenheden:

ME/K/10

Inleiding plaat en constructie

ME/K/11

Inleiding verbindingstechniek

ME/K/12

Inleiding verspaningstechniek

De CEVO maakt de exameneenheden die centraal worden geëxamineerd drie jaar voor afname van het examen bekend.

Het centraal examen (cspe) voor de kaderberoepsgerichte leerweg (KB) heeft betrekking op de volgende exameneenheden:

ME/K/2

Professionele vaardigheden

ME/V/1

Integratieve opdracht

De CEVO bepaalt welke overige exameneenheden uit het kerndeel tot de examenstof van het cspe van het cspe KB behoren. Daarbij neemt de CEVO de voor het gehele vmbo geldende richtlijn in acht dat 1/3 deel van het examenprogramma centraal geëxamineerd wordt. De CEVO maakt de examenstof tijdig voor afname van het cspe KB bekend.

Het centraal schriftelijk examen bij de gemengde leerweg heeft betrekking op de volgende exameneenheden

ME/K/2

Professionele vaardigheden

ME/K/14

Installaties in de woning

En daarnaast op twee van de volgende drie exameneenheden:

ME/K/15

Elektronica

ME/K/16

Automatiseren

ME/K/17

Telematica

Het cijfer voor het centraal examen bij de basisberoepsgerichte leerweg wordt bepaald op grond van het centraal examen (cspe).

Voor de kaderberoepsgerichte leerweg geldt dat het cijfer voor het centraal examen voor de helft bepaald wordt door het centraal schriftelijk examen en voor de helft door de centrale integratieve eindtoets.

Het cijfer voor het centraal examen bij de gemengde leerweg wordt bepaald op grond van het centraal schriftelijk examen.

Voor de basisberoepsgerichte, kaderberoepsgerichte en gemengde leerweg heeft het schoolexamen betrekking op de exameneenheid:

ME/K/2

Professionele vaardigheden

en daarnaast op alle exameneenheden die niet in het centraal examen worden getoetst.