Wijzigingen Officiële bron
Wet van 11 mei 2000 tot vaststelling van de Invoeringswet Wet inkomstenbelasting 2001Invoeringswet Wet inkomstenbelasting 2001Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is om de invoering en inwerkingtreding te regelen van de Wet inkomstenbelasting 2001 en in verband daarmee enige wetten aan te passen alsmede het overgangsrecht te regelen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te 's-Gravenhage11 mei 2000Beatrix De Staatssecretaris van Financiën,W. J. Bos De Minister van Financiën,G. Zalmde dertigste mei 2000De Minister van Justitie,A. H. Korthals

Wijzigt de Natuurschoonwet 1928.

Wijzigt de Successiewet 1956.

De Wet op de herkapitalisatie 1957 wordt ingetrokken.

Wijzigt de Algemene wet inzake rijksbelastingen.

Wijzigt de Wet op de loonbelasting 1964.

Wijzigt de Wet op de dividendbelasting 1965.

Wijzigt de Wet op de omzetbelasting 1968.

Wijzigt de Wet op de vennootschapsbelasting 1969.

Wijzigt de Conjunctuurwet.

Wijzigt de Wet op belastingen van rechtsverkeer.

De wet van 29 augustus 1975 tot verruiming van de vervroegde afschrijving, de investeringsaftrek en de verliescompensatie in het belang van de werkgelegenheid (Stb. 467) wordt ingetrokken.

Wijzigt de Wet op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastingen.

Wijzigt de Invorderingswet 1990.

Wijzigt de Wet op de accijns.

Wijzigt de Wet waardering onroerende zaken.

Wijzigt de Wet belastingen op milieugrondslag.

Wijzigt de Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen.

Wijzigt de Kaderwet financiële verstrekkingen Financiën.

Wijzigt de Aanpassingswet Wet waardering onroerende zaken.

Wijzigt de Wet overgang belastingheffing in euro's.

Wijzigt de Wet fiscale behandeling pensioenen.

Wijzigt de Pensioen- en spaarfondsenwet.

Wijzigt de Coördinatiewet sociale verzekering.

Wijzigt de Wet financiering volksverzekeringen.

A. Tijdelijke verhoging van de stakingsaftrek bij staking van een gehele onderneming

B. Tijdelijke stakingsaftrek bij staking van een gedeelte van een onderneming

C. Drie-jaarstermijn voor stakingsaftrek

De stakingsaftrek van artikel 3.79 van de Wet inkomstenbelasting 2001 en onderdeel B is ten aanzien van de ondernemer die op de voet van artikel 15, derde lid, of artikel 17 van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 een onderneming voortzet of mede voortzet ten aanzien van die onderneming slechts van toepassing indien deze langer dan drie jaren voor zijn rekening is gedreven.

D. Tijdelijke tegemoetkoming medegerechtigden

Da. Tijdelijke tegemoetkoming recente medegerechtigden

Db. Tijdelijke doorschuiving in de familiesfeer

Dc

Dit onderdeel is nog niet in werking getreden.

Dd. Tijdelijke tegemoetkoming film 2001

E. Afgegeven beschikkingen bestemmingswijzigingswinst voor landbouwgronden

Artikel 70 van de Wet op de inkomstenbelasting 1964, zoals dat luidde op 31 december 2000, is van overeenkomstige toepassing bij het toepassen van artikel 3.12 van de Wet inkomstenbelasting 2001.

F. Verwijzingen naar te verrekenen verliezen

G. Voor bepaling van de winst aan de hand van de tonnage is 1996 het eerste jaar

Artikel 70b van de Wet op de inkomstenbelasting 1964, zoals dat luidde op 31 december 2000, is van overeenkomstige toepassing bij het toepassen van artikel 3.22 van de Wet inkomstenbelasting 2001.

H. Gevolgen wijziging waarderingsstelsel pensioenverplichtingen ultimo 1994

Artikel 70a van de Wet op de inkomstenbelasting 1964, zoals dat luidde op 31 december 2000, en hetgeen krachtens dat artikel is bepaald, blijft van overeenkomstige toepassing onder de Wet inkomstenbelasting 2001.

I. Tegemoetkoming voor de kosten van het invoeren van de euro in 2001

J. Scholingsbijtelling en reserves

K. Oudedagsreserve bij begin van 2001

L. Doorschuiving oudedagsreserve bij staking in het jaar 2000

M. Waardering vermogensbestanddelen bij overgang naar een werkzaamheid

Ma. Nog niet genoten inkomsten bij overgang van andere arbeid naar een werkzaamheid

N. Handhaving voorwaarden met betrekking tot stamrechten van voor 1 januari 1992

Artikel 80b van de Wet op de inkomstenbelasting 1964, zoals dat luidde op 31 december 2000, blijft van overeenkomstige toepassing voor de Wet inkomstenbelasting 2001.

O. Bestaande rechten en verplichtingen ter zake van periodieke uitkeringen en verstrekkingen

P. Afrekenoptie voor bepaalde rechten op periodieke uitkeringen en verstrekkingen

Q. Afrekenverplichting ter zake van bepaalde rechten op periodieke uitkeringen en verstrekkingen

R

Vervallen.

Ra. Overgangsregeling inhaal pensioentekorten

S. Omzetting stakingswinst in lijfrente; rekening houden met bestaande rechten

Voor de toepassing van artikel 3.129, eerste en derde lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 behoren mede tot de reeds opgebouwde voorzieningen de bedragen die op grond van artikel 45a, tweede tot en met vijfde lid, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964, zoals die bepalingen luidden vóór 1 januari 2001, in de voorafgaande kalenderjaren in aanmerking zijn genomen.

Sa. Verlenging voor 2001 en 2002 van terugwentelingsperiode

Voor de kalenderjaren 2001 en 2002 wordt de in artikel 3.130, tweede lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 bedoelde termijn van zes maanden vervangen door een termijn van twaalf maanden.

T. Inpassen van betaalde lijfrentepremies

U. Aangewezen periodieke uitkeringen en verstrekkingen

Uitkeringen ingevolge artikel 81, tweede lid, onderdeel c, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering die voortvloeien uit aanspraken op uitkeringen ingevolge artikel 59a van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet zoals die wet luidde op 31 december 1997, behoren tot de inkomsten in de vorm van aangewezen periodieke uitkeringen en verstrekkingen die worden ontvangen op grond van een publiekrechtelijke regeling.

Ua. Negatieve persoonsgebonden aftrek

V. Tijdstip genieten

Voor de toepassing van artikel 3.146, tweede lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 is artikel 39 van de Wet op de loonbelasting 1964 van overeenkomstige toepassing.

W. Voorwaartse verliesverrekening

X. Achterwaartse verliesverrekening

Y.

Vervallen.

Ya. Bijzonder tarief overlijdens- en invaliditeitsuitkering

Z. Gelijkstelling koopopties met onderliggende waarde

Za. Gelijkstelling lidmaatschapsrechten coöperaties

AA. Participaties open fondsen voor gemene rekening

AB. Verkrijgingsprijs aanmerkelijk belang

AC. Genotsrechten en aanmerkelijk belang

AD

Vervallen.

AE. Fictieve aanmerkelijk belangen ontstaan na 1 januari 1997

AF. Kwalificatie aanmerkelijk belang

AG. Keuze voor afrekenen bij toepassing onderdeel AF

Voor de toepassing van de Wet inkomstenbelasting 2001 worden vermogensbestanddelen die uitsluitend op grond van de onderdelen AE, AF of AI tot een aanmerkelijk belang behoren, aangemerkt als een aanmerkelijk belang op grond van artikel 4.11 van die wet.

AI. Fictieve aanmerkelijke belangen ontstaan voor 1 januari 1997

AJ. Waardering vermogensbestanddelen bij overgang naar een werkzaamheid in aanmerkelijk-belangsituaties

AK. Lopende termijnen

AKa. Uitgestelde termijnen

AKaa. Nog niet lopende termijnen

AKab. Overgangsrecht eigenwoningregeling bij echtscheiding

Voor zover per 31 december 2000 een woning de belastingplichtige niet meer anders dan tijdelijk ter beschikking staat als hoofdverblijf, maar zijn gewezen partner wel, wordt de termijn als genoemd in artikel 3.111, vierde lid, van de Wet IB 2001 geacht te zijn aangevangen op 1 januari 2001.

AKac. Overgangsrecht meegefinancierde bouwrente en meegefinancierde oversluitkosten

AKad. Overgangsrecht koophuurwoningen

AKb. Aanvang termijn bestaande schulden eigen woning

De termijn van op 31 december 2000 bestaande schulden die zijn aangegaan ter verwerving dan wel voor verbetering of onderhoud van een eigen woning wordt voor de toepassing van artikel 10bis.10, eerste lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 geacht te zijn aangevangen op 1 januari 2001.

AKc. Inkoop eigen aandelen gehouden door een beleggingsinstelling

AL. Kapitaalverzekeringen die via box I worden afgewikkeld

AM. Kapitaalverzekeringen: voorwaardelijke vrijstelling aangegroeide rente

AN. Kapitaalverzekeringen: vrijstelling in box III

AO. Kapitaalverzekering eigen woning

AP. Imputatieregeling

APa Verzoek gezamenlijk genieten kapitaalverzekering

APb. Vrijstelling aandelen en winstbewijzen in aangewezen particuliere participatiemaatschappijen

Tot de bezittingen, bedoeld in artikel 5.3, tweede lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 behoren niet aandelen in en winstbewijzen van bij het Besluit particuliere participatiemaatschappijen aangewezen participatiemaatschappijen tot een bedrag van maximaal €11 345.

AQ. Geldleningen aan beginnende ondernemers; deelnemingen in partcipatiemaatschappijen

De artikelen 5.17, 5.18 en 6.8 van de Wet inkomstenbelasting 2001 zijn niet van toepassing:

AR. Uitgaven wegens arbeidsongeschiktheid of chronische ziekte

AS. Uitgaven wegens chronische ziekte van kinderen

ASa. Tijdelijke aftrek van rente die verband houdt met ziektekosten

ASb. Tijdelijke aftrek van rente die verband houdt met scholingsuitgaven

AT. Aftrekbare giften

ATa. Tijdelijke verhoging van de algemene heffingskorting

AU. Guldensbedragen

De in de Wet inkomstenbelasting 2001, in de Wet op de loonbelasting 1964 en in deze wet vermelde guldensbedragen vervallen met ingang van 1 januari 2002, met inbegrip van de guldentekens en de haakjes. Zonodig past Onze Minister de opmaak van tabellen daaraan aan.

AV. Overgangsrecht groene beleggingen

AW. Overgangsrecht groenprojecten

Tot de projecten, bedoeld in artikel 5.14, derde lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001, behoren mede projecten die als zodanig zijn aangewezen op grond van artikel 26, tweede lid, van de Wet inkomstenbelasting 1964, zoals dat luidde op 31 december 2000.

A. Toepassing Wet op de inkomstenbelasting 1964 en Wet op de vermogensbelasting 1964 op belastingjaren vóór 2001

De Wet op de inkomstenbelasting 1964 en de Wet op de vermogensbelasting 1964 blijven van toepassing met betrekking tot belastingjaren vóór 1 januari 2001.

B. Toepassing Algemene wet inzake rijksbelastingen en Invorderingswet 1990 op belastingaanslagen onder oud recht

De Algemene wet inzake rijksbelastingen en de Invorderingswet 1990 zoals deze wetten luidden op 31 december 2000 blijven van toepassing op de belasting die is verschuldigd ingevolge de Wet op de inkomstenbelasting 1964 of de Wet op de vermogensbelasting 1964.

C. Toepassing regels omtrent aanpassing verkrijgingsprijs en vermindering conserverende aanslagen op aanslagen ter zake van vervreemdingen onder oud recht

Artikel 4.25, vierde en vijfde lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 en de daarop berustende bepalingen zijn eveneens van toepassing op aanslagen bij de vaststelling waarvan artikel 20a, zesde lid, onderdeel i, onderscheidenlijk artikel 49, vijfde lid, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 is toegepast.

Voor de plaatsing in het Staatsblad brengt Onze Minister van Financiën de in deze wet voorkomende aanhalingen van de artikelen, paragrafen, afdelingen en hoofdstukken van de Wet inkomstenbelasting 2001 met de nieuwe nummering van de artikelen, paragrafen, afdelingen en hoofdstukken van de Wet inkomstenbelasting 2001, bedoeld in artikel 11.2 van die wet, in overeenstemming.