Ministeriële regeling · BWBR0011408

Handhavingsvoorschrift Maastricht

Wijzigingen Officiële bron
Handhavingsvoorschrift krachtens artikel 30a van de Luchtvaartwet voor het luchtvaartterrein MaastrichtHandhavingsvoorschrift MaastrichtDe Minister van Verkeer en Waterstaat,

Handelende in overeenstemming met de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;

Gelet op artikel 30a van de Luchtvaartwet;

Gezien het advies van de Milieucommissie Luchthaven Maastricht van 2 maart 2000, kenmerk MLM 00-033;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Verkeer en Waterstaat, T.Netelenbos

De gegevens, bedoeld in artikel 30b, tweede lid, onder b van de Luchtvaartwet, die nodig zijn voor de bepaling van de verwachte geluidsbelasting, zijn de in bijlage C bij deze regeling genoemde gegevens, uitgesplitst per maand.

Indien de exploitant niet heeft voldaan aan een van de termijnen, genoemd in artikel 30b, zesde lid, van de Luchtvaartwet, maakt de Inspecteur-Generaal daarvan onmiddellijk rapport op. Hij zendt het rapport aan de Luchtvaartpolitie en een afschrift daarvan aan de exploitant, de Minister van VROM en de voorzitter van de Commissie 28. Tevens stelt hij de Minister hiervan terstond in kennis.

Indien blijkt dat de maximaal toelaatbare geluidsbelasting in een netwerkpunt is overschreden, stelt de Inspecteur-Generaal de Minister en de exploitant daarvan onmiddellijk in kennis, en zendt een afschrift van deze mededeling aan de Minister van VROM en aan de voorzitter van de Commissie 28.

Vervallen

Op verzoek van het klachtenbureau van de Commissie 28 kan de Inspecteur-Generaal, indien de aard of omvang van de klachten daartoe aanleiding geeft, een specifieke controle uitvoeren op de toepassing van het preferentieel baangebruiksysteem.

Indien blijkt dat de exploitant in strijd met artikel 7 van het aanwijzingsbesluit vliegtuigbewegingen op het luchtvaartterrein heeft toegelaten, maakt de Inspecteur-Generaal hiervan rapport op en zendt dit aan de Luchtvaartpolitie en in afschrift aan de exploitant en de Minister van VROM. Tevens stelt de Inspecteur-Generaal de Minister daarvan onmiddellijk in kennis.

Indien blijkt dat de gezagvoerder circuitvluchten, les- en oefenvluchten als bedoeld in artikel 8 van het aanwijzingsbesluit uitvoert of heeft uitgevoerd buiten in dat artikel genoemde periode, maakt de Inspecteur-Generaal hiervan rapport op en zendt dit aan de Luchtvaartpolitie.

Indien blijkt dat de gezagvoerder heeft gehandeld in strijd met de in artikel 18 genoemde Richtlijn, maakt de Inspecteur-Generaal hiervan rapport op en zendt dit aan de Luchtvaartpolitie.

Deze regeling is van overeenkomstige toepassing op de voorschriften van een krachtens artikel 25f van de Luchtvaartwet gegeven ontheffing.

Hoofdstuk 4 van deze regeling is van overeenkomstige toepassing op een besluit als bedoeld in artikel 35, tweede lid, van de Luchtvaartwet.

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Deze regeling wordt aangehaald als: Handhavingsvoorschrift Maastricht.