Wijzigingen Officiële bron
Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Reinigingsagenten Dienst Stadstoezicht Amsterdam 2000Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Reinigingsagenten Dienst Stadstoezicht Amsterdam 2000De Minister van Justitie,

Handelende in overeenstemming met de betrokken Ministers;

Gelezen het verzoek van de directeur van de Dienst Stadstoezicht van de gemeente Amsterdam en de daaropvolgende adviezen van de hoofdofficier van justitie te Amsterdam en de korpschef van de politieregio Amsterdam-Amstelland;

Gelet op: artikel 17, eerste lid, aanhef en onder ten tweede, van de Wet op de economische delicten; artikel 8, zevende lid, van de Politiewet 1993; artikel 142, eerste lid, onder b, van het Wetboek van Strafvordering; het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar.

Besluit:

Dit besluit zal in de Staatscourant en het Algemeen Politieblad worden geplaatst.

Den Haag19 december 2000 De Minister van Justitie, namens deze,het hoofd van de afdeling Individuele Beleidsbeslissingen, wnd., H.Gerritse

In dit besluit wordt verstaan onder de buitengewoon opsporingsambtenaar: de buitengewoon opsporingsambtenaar bedoeld in artikel 2.

De personen in dienst van/werkzaam bij de reinigingspolitie van de Dienst Stadstoezicht van de gemeente Amsterdam Amsterdam, die de functie vervullen van reinigingsagent, zijn aangewezen als buitengewoon opsporingsambtenaar.

De buitengewoon opsporingsambtenaar is bevoegd bij de opsporing van de in artikel 3, eerste lid, genoemde strafbare feiten gebruik te maken van de bevoegdheden, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Politiewet 1993. Hij gedraagt zich overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk 7 van de Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke Marechaussee en de buitengewoon opsporingsambtenaar.

Het Besluit BOA, Reinigingsagenten Dienst Stadstoezicht Amsterdam d.d. 18 december 1995, kenmerk 95/6025-7880/Asd, nadien gewijzigd bij besluit d.d. 20 september 1996, kenmerk 95/6025-7880/B Asd, en laatstelijk bij besluit d.d. 18 september 1997, kenmerk 97/6025-7880/C Asd, wordt ingetrokken.

De op naam gestelde akten van opsporingsbevoegdheid en beëdiging, de legitimatiebewijzen buitengewoon opsporingsambtenaar en de overige benoemingsbescheiden, welke zijn uitgevaardigd op het in artikel 8 van dit besluit omschreven besluit, zijn van kracht tot aan de in die akten, legitimatiebewijzen en overige benoemingsbescheiden vermelde geldigheidsdatum.

Dit besluit treedt in werking met ingang van 31 december 2000 en vervalt op 31 december 2005.

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Reinigingsagenten Dienst Stadstoezicht Amsterdam 2000.