Ministeriële regeling · BWBR0012205

Regeling huisvesting en verzorging proefdieren

Wijzigingen Officiële bron
Regeling huisvesting en verzorging proefdierenRegeling huisvesting en verzorging proefdierenDe Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;

Gelet op artikel 4, tweede lid, van het Dierproevenbesluit,

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De MinistervanVolksgezondheid, Welzijn en Sport, E.Borst-Eilers

In deze regeling wordt verstaan onder:

a.dierverblijf:

ruimte waar proefdieren zijn ondergebracht;

b.bedding:

bodembedekkend materiaal bestaande uit bijvoorbeeld compost, (gehakseld) stro, houtkorrels, houtkrullen, houtschilfers, houtzaagsel, kleikorrels, papier, turfmolm of zand, of een combinatie van twee of meer van deze materialen;

c.dierlijk laboratoriumafval:

kadavers, delen van kadavers van dieren, faeces en urine, bedding, strooisel en voederrestanten uit de verblijven. Tevens vallen hieronder dierlijke producten die in het laboratorium zijn gebruikt, zoals eieren, bloed en melk en kunstmatig gekweekte cellen en weefsels;

d.ventilatievoud:

het aantal luchtverversingen per uur.

Dierverblijven zijn zo vervaardigd dat ze geen afbreuk doen aan de gezondheid of het welzijn van de dieren en de mogelijkheid bieden de dieren te inspecteren.

Het gebruik van draadkooien en draadroosterbodems voor knaagdieren en konijnen is niet toegestaan.

Het is verboden te roken in ruimten waarin zich dieren bevinden.

In dierverblijven wordt de relatieve vochtigheid op 55% ± 15% gehouden en minimaal eenmaal per dag gecontroleerd.

Dieren die buiten worden gehouden of gehuisvest zijn in verblijven met direct contact met de buitenlucht, beschikken over mogelijkheden tot bescherming tegen wind, regen, zonnebrand en extreme temperaturen.

Sterke geluidsprikkels in het bereik van de hoorbare en ultrasone frequenties worden vermeden.

Alle automatische of mechanische apparatuur die noodzakelijk is voor de gezondheid en het welzijn van de dieren, wordt ten minste eenmaal per dag geïnspecteerd. Defecten worden onmiddellijk hersteld of indien zulks niet mogelijk is, worden de nodige maatregelen getroffen om de gezondheid en het welzijn van de dieren te beschermen totdat het defect is hersteld, met name door de toepassing van andere voedermethoden en het handhaven van een acceptabel leefklimaat. Bij gebruik van kunstmatige ventilatie of ingeval van zuurstofvoorziening bij vissen wordt voor een noodvoorziening gezorgd, zodat er, wanneer het systeem uitvalt, toch voldoende verse lucht of zuurstof wordt aangevoerd om de gezondheid en het welzijn van de dieren veilig te stellen, en is een alarmsysteem aanwezig om de vergunninghouder te waarschuwen wanneer het systeem uitvalt. Het alarmsysteem wordt regelmatig getest.

Voer, niet zijnde ruwvoeders zoals hooi of kuilmais, wordt bewaard verpakt in gesloten zakken of in silo's. De vervaldatum van het verpakte voer is aangegeven.

Dieren worden alleen vervoerd, als zij geschikt zijn voor transport. In de gevallen van transport met het oog op behandeling, diagnostisch onderzoek of in het kader van de proef is passende verzorging tijdens het transport aanwezig.

Ratten en muizen worden niet gezamenlijk in één dierverblijf gehuisvest.

De in de artikelen 4, 6, 7, 9, 10, 11 en 13 opgenomen eisen met betrekking tot dierverblijven zijn tot twee jaar na het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling niet van toepassing op dierverblijven waarvan de vergunninghouder kan aantonen dat zij vóór dat tijdstip in gebruik zijn genomen.

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling huisvesting en verzorging proefdieren.