Wijzigingen Officiële bron
Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Belastingdienst/FIOD-ECD 2001Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Belastingdienst/FIOD-ECD 2001De Minister van Justitie,

Handelende in overeenstemming met de Minister van Financiën, van Economische Zaken en van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

Gelet op artikel 17, eerste lid, aanhef en onder ten tweede, van de Wet op de economische delicten, artikel 142, eerste lid, onder c van het Wetboek van Strafvordering, artikel 142, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering, artikel 8, zevende lid, van de Politiewet 1993, artikel 3a van de Wet wapens en munitie en het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar;

Besluit:

Deze regeling wordt met toelichting in de Staatscourant en het Algemeen Politieblad geplaatst.

Binnen zes weken na publicatie van dit besluit kan een belanghebbende daartegen een bezwaarschrift indienen bij de Minister van Justitie, Postbus 20301, 2500 EH Den Haag. Het bezwaarschrift dient te zijn gemotiveerd.

Den Haag13 juni 2001De Minister van Justitie, namens deze, hoofd bureau Juridische en Beleidsondersteunende Aangelegenheden, H.Ph. Mayer

In deze regeling wordt verstaan onder:

De buitengewoon opsporingsambtenaar is bevoegd bij de opsporing van de in artikel 3, eerste lid, genoemde strafbare feiten gebruik te maken van de bevoegdheden, bedoeld in artikel 8, eerste en derde lid, van de Politiewet 1993. Hij gedraagt zich overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk 7 van de Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke marechaussee en de buitengewoon opsporingsambtenaar.

De medewerkers genoemd in artikel 2, eerste lid, kunnen gedurende de uitoefening van hun taak als buitengewoon opsporingsambtenaar uitgerust zijn met:

De voorzitter van het managementteam van de Belastingdienst/FIOD-ECD brengt jaarlijks, vóór 1 april over het jaar daaraan voorafgaand, met betrekking tot de buitengewoon opsporingsambtenaar werkzaam bij de Belastingdienst/FIOD-ECD aan de Minister van Justitie verslag uit over:

Na de inwerkingtreding van deze regeling berusten krachtens het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar FIOD 1995 alsmede het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar ECD 1995 vastgestelde besluiten op deze regeling.

De op naam gestelde akten van opsporingsbevoegdheid en beëdiging, de legitimatiebewijzen buitengewoon opsporingsambtenaar en de overige benoemingsbescheiden, welke zijn uitgevaardigd op de in artikel 12 genoemde besluiten, zijn van kracht tot aan de in die akten, legitimatiebewijzen en overige benoemingsbescheiden vermelde geldigheidsdatum.

Ingetrokken worden:

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en vervalt 5 jaar na de datum van inwerkingtreding.

Deze regeling wordt aangehaald als: Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Belastingdienst/FIOD-ECD 2001.