Ministeriële regeling · BWBR0012615

Regeling paardensperma

Wijzigingen Officiële bron
Regeling paardensperma Regeling paardenspermaDe Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,

Gelet op de artikelen 15 en 18 van het Besluit eisen dierlijk sperma en spermawincentra;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst

De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, L.J.Brinkhorst

In deze regeling wordt verstaan onder:

a.besluit:

Besluit eisen dierlijk sperma en spermawincentra;

b.Minister:

Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie;

c.NVWA:

Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit;

d.keuringsdierenarts:

dierenarts verbonden aan de NVWA;

e.winning:

hoeveelheid sperma die op een bepaald moment van een donor is verkregen;

f.dierenarts van het centrum:

dierenarts verbonden aan het paardenspermawincentrum;

g.hengst:

geslachtsrijpe paardachtige van het mannelijk geslacht die kennelijk bestemd is voor de fokkerij;

h.richtlijn 92/65/EEG:

Richtlijn 92/65/EEG van de Raad van Europese Gemeenschappen van 13 juli 1992 tot vaststelling van de veterinairrechtelijke voorschriften voor het handelsverkeer en de invoer in de Gemeenschap van dieren, sperma, eicellen en embryo's waarvoor ten aanzien van de veterinairrechtelijke voorschriften geen specifieke communautaire regelgeving als bedoeld in bijlage A, onder I, van Richtlijn 90/425/EEG geldt (PbEG L 268);

i.geaccrediteerde keuringsinstantie:

keuringsinstantie, waarvan

Het paardenspermawincentrum voldoet aan Bijlage D, hoofdstuk I, van Richtlijn 92/65/EEG.

Het winnen, bewerken en opslaan van paardensperma geschiedt voor zover van toepassing overeenkomstig Bijlage D, hoofdstuk III, van Richtlijn 92/65/EEG.

Van toezicht van een dierenarts van het centrum als bedoeld in Bijlage D, Hoofdstuk I, onderdeel I, subonderdeel 1, punt 1.1, van richtlijn 92/65/EEG is sprake, indien die dierenarts overeenkomstig de krachtens artikel 5 vastgestelde procedures en protocollen erop toeziet dat de voorschriften bedoeld in artikel 2, 3 en 4 in acht worden genomen en dat door betrokkenen de krachtens artikel 5 vastgestelde procedures en protocollen correct worden uitgevoerd.

Vervallen

Als laboratorium, bedoeld in Bijlage D, Hoofdstuk II, onderdeel I, subonderdeel 1, punt 1.5, van richtlijn 92/65/EEG, wordt erkend het Centraal Veterinair Instituut, te Lelystad.

De eigenaar of de exploitant van een paardenspermawincentrum dan wel diens vertegenwoordiger beschikt over een administratie waarmee de keuringsdierenarts en de geaccrediteerde keuringsinstantie op elk moment een overzicht kan worden geboden van het sperma dat in het paardenspermawincentrum gewonnen dan wel opgeslagen is, en die de tracering van contacten tussen het paardenspermawincentrum met inseminatoren, dierenartsen, vervoerders, handelaren en gebruikers van het sperma inzichtelijk maakt.

Het is de eigenaar of de exploitant van een paardenspermawincentrum dan wel diens vertegenwoordiger uitsluitend toegestaan paardensperma voorhanden te hebben, in voorraad te hebben, te bewaren, op te slaan, te gebruiken, te ontvangen of af te leveren indien op de verpakking van iedere dosis sperma onuitwisbaar de in artikel 8, derde lid, bedoelde gegevens zijn vermeld.

Een partij sperma is gedurende het vervoer en de verhandeling voorzien van het document, bedoeld in artikel 14, eerste of tweede lid.

Het uitsluitend toegestaan paardensperma voorhanden te hebben, in voorraad te hebben, te bewaren, op te slaan, te gebruiken, te ontvangen of af te leveren indien op de verpakking van iedere dosis sperma onuitwisbaar de navolgende gegevens zijn vermeld:

Een wijziging van een of meer onderdelen van richtlijn 92/65/EEG gaat voor de toepassing van de artikelen van deze regeling, waarin naar die onderdelen wordt verwezen, gelden met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijzigingsrichtlijn uitvoering moet zijn gegeven, tenzij bij ministerieel besluit, dat in de Staatscourant wordt bekend gemaakt, een ander tijdstip wordt vastgesteld.

Artikel 5, eerste lid, is gedurende de periode van 9 maanden vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling niet van toepassing op de eigenaar of de exploitant van een paardenspermawincentrum die op het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling beschikt over een ingevolge artikel 2, tweede lid, onderdeel a, van de Verordening K.I. bij dieren 1985 door het Landbouwschap verleende toestemming tot het winnen van sperma van paarden.

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 juli 2001.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling paardensperma.