Wijzigingen Officiële bron
Regeling subsidiëring gebiedsgericht beleid en reconstructie concentratiegebieden Regeling subsidiëring gebiedsgericht beleid en reconstructie concentratiegebieden De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, de Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en de Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat,

Mede gelet op artikel 33 van verordening (EG) nr. 1257/99 van de Raad van de Europese Unie van 17 mei 1999 betreffende steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw (EOGFL) en tot wijziging en instelling van een aantal verordeningen (PbEG L160);

Gelet op de artikelen 2 en 4 van de Kaderwet LNV subsidies;

Gelet op artikel 15.13, eerste tot en met derde lid, van de Wet milieubeheer;

Na overleg met de provincies;

Besluiten:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

's-Gravenhage20 september 2001De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, L.J. BrinkhorstDe Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, G.FaberDe Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, J.Pronk, De Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat, M. deVries

In deze regeling wordt verstaan onder:

a.de ministers:

de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en de Minister van Verkeer en Waterstaat;

b.DLG:

Dienst landelijk gebied van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;

c.bestuursovereenkomst:

bestuursovereenkomst als bedoeld in artikel 11, eerste lid;

d.gebiedsplan:

gebiedsplan als bedoeld in artikel 10, eerste lid;

e.uitvoeringsprogramma behorend bij een gebiedsplan:

uitvoeringsprogramma als bedoeld in artikel 10, eerste lid;

f.plangebied:

bij de vaststelling van een gebiedsplan begrensd gebied overeenkomstig artikel 10, tweede lid;

g.reconstructieplan:

reconstructieplan als bedoeld in artikel 11 van de Reconstructiewet concentratiegebieden;

h.uitvoeringsprogramma behorend bij een reconstructieplan:

uitvoeringsprogramma voor reconstructiegebieden als bedoeld in artikel 31 van de Reconstructiewet concentratiegebieden;

i.reconstructiegebied:

reconstructiegebied als bedoeld in artikel 1 van de Reconstructiewet concentratiegebieden;

j.Vinac-gebied:

uitbreidingslocatie als bedoeld in de Actualisering Vierde Nota over de Ruimtelijke Ordening Extra, planologische kernbeslissing.

k.provinciaal uitvoeringsprogramma:

provinciaal uitvoeringsprogramma als bedoeld in artikel 12, eerste lid;

l.uitvoeringscontract:

uitvoeringscontract als bedoeld in artikel 13;

m.activiteiten:

concreet uit te voeren werken of werkzaamheden, die passen binnen een of meerdere van de categorieën, bedoeld in de artikelen 16 tot en met 19;

n.verordening (EG) nr. 1257/1999:

verordening (EG) nr. 1257/1999 van de Raad van de Europese Unie van 17 mei 1999 betreffende steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw (EOGFL) en tot wijziging en instelling van een aantal verordeningen (PbEG L160);

o.probleemgebied:

probleemgebied als bedoeld in artikel 1, onder l, van de Subsidieregeling agrarisch natuurbeheer.

Op grond van deze regeling kunnen de ministers op aanvraag subsidie verstrekken in de kosten van activiteiten:

Voorzover voor dezelfde activiteiten eveneens subsidie aan particulieren wordt verstrekt door andere overheidsorganen en hierdoor het totaal van de overheidsbijdrage meer zou bedragen dan 90% van de subsidiabele kosten, of in de gevallen bedoeld in artikel 3, tweede of derde lid, de aldaar genoemde percentages van de subsidiabele kosten, wordt de subsidie op grond van deze regeling zoveel lager vastgesteld dat het totaal van de overheidsbijdrage die 90% respectievelijk de in artikel 3, tweede lid of derde lid, genoemde percentages niet overschrijdt.

Indien de aanvrager door ernstige nalatigheid of opzettelijk een onjuiste aanvraag tot subsidieverlening of -vaststelling heeft ingediend of anderszins onjuiste gegevens zijn verstrekt in het kader van een andere regeling ter uitvoering van hoofdstuk IX van verordening (EG) nr. 1257/1999, of indien een verleende subsidie wordt ingetrokken op grond van artikel 27, eerste lid, of een vastgestelde subsidie wordt ingetrokken op grond van artikel 27, tweede lid, wordt geen subsidie verleend in het kalenderjaar waarin de onjuiste aanvraag is ingediend of anderszins onjuiste gegevens zijn verstrekt.

De ministers en gedeputeerde staten sluiten telkens voor het tijdvak waarvoor het provinciaal uitvoeringsprogramma is vastgesteld, een uitvoeringscontract, in ieder geval ten aanzien van:

Subsidie kan worden verstrekt voor activiteiten in plangebieden en reconstructiegebieden die tot doel hebben diversificatie van de bedrijvigheid in de landbouw en in verwante activiteiten gericht op het combineren van verscheidene activiteiten of het aanboren van alternatieve inkomstenbronnen, of die tot doel hebben vergroting van de recreatieve toegankelijkheid en de belevings- en gebruiksmogelijkheden van landbouw, natuur, bos of landschap, of die tot doel hebben herstel of ontwikkeling van landschap, cultuurhistorie of biodiversiteit, en die passen in een of meer van de volgende subcategorieën:

Vervallen

Subsidie kan worden verstrekt voor onderzoek, voorlichtingsactiviteiten en het ontwikkelen van plannen, niet zijnde reconstructieplannen, uitvoeringsprogramma's behorend bij een reconstructieplan, gebiedsplannen en uitvoeringsprogramma's behorend bij een gebiedsplan, voorzover die onderdeel zijn van een of meerdere activiteiten.

De subsidie-ontvanger dient een aanvraag tot subsidievaststelling in bij de directeur DLG binnen zes maanden na uitvoering van de activiteit.

Bij de beschikking tot subsidieverlening kunnen aan de subsidie-ontvanger verplichtingen als bedoeld in artikel 4:37 van de Algemene wet bestuursrecht worden opgelegd.

De subsidie-ontvanger is verplicht een overzichtelijke en deugdelijke administratie te voeren ten aanzien van de activiteit waar de subsidieverlening betrekking op heeft en deze te bewaren gedurende tenminste drie jaren na datum van de subsidievaststelling overeenkomstig artikel 4 van verordening (EG) nr. 4045/1989 van de Raad van 21 december 1989 inzake de door de Lidstaten uit te voeren controles op de verrichtingen in het kader van de financieringsregeling van de afdeling Garantie van het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw en houdende intrekking van Richtlijn 77/435/EEG (PbEG L388).

De ministers verstrekken op aanvraag voorschotten met inachtneming van de stand van de werkzaamheden, tot een totaal van ten hoogste tachtig procent van het in de beschikking tot subsidieverlening vermelde maximum subsidiebedrag.

Indien de beschikking tot subsidieverlening of -vaststelling is ingetrokken of ten nadele van de subsidie-ontvanger is gewijzigd, betaalt de aanvrager de door hem ontvangen subsidiebedragen en voorschotten terug op eerste vordering van de ministers vermeerderd met de wettelijke rente over de periode van de datum van uitbetaling van de subsidie tot het tijdstip van voldoening.

Voorzover de activiteit niet voor cofinanciering van de Europese Unie in aanmerking komt op grond van verordening (EG) nr. 1257/1999, kan de subsidieverlening of de subsidievaststelling worden ingetrokken of ten nadele van de subsidie-ontvanger gewijzigd worden indien het verstrekken van de subsidie een met de gemeenschappelijke markt onverenigbare steunmaatregel is in de zin van artikel 87 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap.

Met het toezicht op de naleving van deze regeling zijn belast de daartoe door de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit aangewezen medewerkers van DLG.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling subsidiëring gebiedsgericht beleid en reconstructie concentratiegebieden.

De te subsidiëren activiteiten dienen in het agrarische gebied te worden uitgevoerd. De definitie van agrarisch gebied is opgenomen in het Plattelandsontwikkelingsprogramma (POP) bij maatregel 36. Op grond van deze definitie worden gebieden waar 75% of meer van het landgebruik agrarisch is, beschouwd als agrarisch gebied. De landbouw neemt in deze gebieden derhalve het overgrote deel van het ruimtegebruik voor zijn rekening. Ingrepen in deze gebieden hebben dan ook directe invloed op de landbouw.

Als landbouwgrond wordt beschouwd grond waarop ten tijde van de aanvraag blijkens de meest recente officiële bodemstatistiek van het Centraal Bureau voor de Statistiek dan wel een fysieke nulmeting ter plaatse, enige vorm van akkerbouw, weidebouw, veehouderij, pluimveehouderij, tuinbouw – daaronder begrepen fruitteelt en het kweken van bomen, bloemen en bloembollen – en elke andere vorm van bodemcultuur hier te lande met uitzondering van de bosbouw, wordt bedreven, of gronden die uit productie zijn genomen in het kader van de Beschikking terzake het uit productie nemen van bouwland en de Regeling EG-steunverlening akkerbouwgewassen.

Een agrariër is een ondernemer van een bedrijf waarop de landbouw wordt uitgeoefend.

Subsidie wordt niet verstrekt aan de veroorzaker van de vervuiling.

Activiteiten met betrekking tot waterwegen of waterlopen zijn slechts subsidiabel indien het waterwegen of waterlopen betreft met in hoofdzaak een waterhuishoudkundige functie in de aan- en afvoer van water voor de landbouw- en natuurgebieden. Het gaat hierbij in hoofdzaak om waterwegen of waterlopen die in eigendom, beheer en onderhoud zijn bij de waterschappen, agrariërs en natuurbeschermende organisaties. Uitgesloten zijn Rijkswateren en waterwegen of waterlopen met een in hoofdzaak stedelijke afwateringsfunctie of (recreatieve) verkeersfunctie tenzij een aanpassing van deze waterwegen of waterlopen noodzakelijk is voor een goede uitvoering van het betreffende projectplan onder deze regeling.

Activiteiten met betrekking tot wegen zijn slechts subsidiabel indien het gaat om wegen van lokaal belang. Onder wegen van lokaal belang worden verstaan wegen die een lokale functie hebben en in beheer zijn bij provincies, gemeenten of waterschappen. Niet in aanmerking komen rijkswegen en provinciale wegen met de functie doorgaand verkeer, tenzij het gaat om aanpassingen aan deze wegen die onontkoombaar zijn voor een goede uitvoering van het desbetreffende projectplan. De genoemde wegen zijn vastgelegd op kaarten van de provincie.

Categorie 1. reductie van het doorslagprobleem van fosfaat

Activiteit: de activiteit betreft het afgraven van de fosfaatverzadigde laag.

Voorwaarden:

Categorie 2. vermindering van ammoniakemissies en ammoniakdeposities

Activiteit I: de activiteit betreft investeringen in emissiearme bemestingstechnieken.

Voorwaarden: de voorwaarden, bedoeld in Hoofdstuk IV, paragraaf 1, van deze bijlage.

Activiteit II: de activiteit betreft investeringen in voorzieningen om emissies van stallen te beperken.

Voorwaarden: de voorwaarden, bedoeld in Hoofdstuk IV, paragraaf 1, van deze bijlage.

Activiteit III: de activiteit betreft het uitvoeren van demonstratieprojecten.

Voorwaarden: de voorwaarden, bedoeld in Hoofdstuk IV, paragraaf 3, van deze bijlage.

Categorie 3. vermindering gebruik en emissies van bestrijdingsmiddelen

Activiteit I: de activiteit betreft het uitvoeren van demonstratieprojecten.

Voorwaarden: de voorwaarden, bedoeld in Hoofdstuk IV, paragraaf 3, van deze bijlage.

Activiteit II: de activiteit betreft investeringen in nieuwe technieken gericht op vermindering van verliezen en gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen of toepassing van mechanische onkruidbestrijding.

Voorwaarden: de voorwaarden, bedoeld in Hoofdstuk IV, paragraaf 1, van deze bijlage.

Activiteit III: de activiteit betreft het toepassen van windsingels of houtwallen ter voorkoming van immissie van bestrijdingsmiddelen en andere stoffen of met oog op biologische bestrijding.

Voorwaarden:

Activiteit IV: de activiteit betreft het toepassen van ecologisch bermbeheer.

Voorwaarden:

Categorie 4. advisering, voorlichting, kennisuitwisseling, ontwikkeling van plannen en het toepassen van bedrijfsinterne milieuzorg gericht op de omschakeling van landbouwbedrijven naar duurzame productiesystemen

Activiteit I: de activiteit betreft advies en ondersteuning bij opstellen van plannen.

Voorwaarden: de voorwaarden, bedoeld in Hoofdstuk IV, paragraaf 3, van deze bijlage.

Activiteit II: de activiteit betreft cursussen, voorlichtingsbijeenkomsten en studieclubs gericht op emissiereductie (van bestrijdingsmiddelen, mest en ammoniak), bedrijfsinterne milieuzorg en milieugerichte productontwikkeling.

Voorwaarden: de voorwaarden, bedoeld in Hoofdstuk IV, paragraaf 2, van deze bijlage.

Activiteit III: de activiteit betreft investeringen voor bedrijfsinterne milieuzorg.

Voorwaarden: de voorwaarden, bedoeld in Hoofdstuk IV, paragraaf 1, van deze bijlage.

Categorie 5. verbetering kwaliteit en vergroting variatie bodemleven

Activiteit I: de activiteit betreft het uitvoeren van demonstratieprojecten van bodembewerkingsmethoden en bemestingsmethoden en bemestingstechnieken.

Voorwaarden: de voorwaarden, bedoeld in Hoofdstuk IV, paragraaf 3, van deze bijlage.

Activiteit II: de activiteit betreft advisering en ondersteuning bij het opstellen van plannen.

Voorwaarden: de voorwaarden, bedoeld in Hoofdstuk IV, paragraaf 3, van deze bijlage.

Categorie 1. beperking van geluidsoverlast

Activiteit I: de activiteit betreft de aanleg van geluidswallen of het aanbrengen van beplanting.

Voorwaarden:

Activiteit II: de activiteit betreft haalbaarheidsstudies naar en de verbetering of de aanleg van voorzieningen om mobiliteit te beperken.

Voorwaarden:

Categorie 2. beperking van verstoring door licht

Activiteit: de aanleg van voorzieningen ter afscherming van lichtbronnen.

Voorwaarden:

Categorie 3. beperking van stankoverlast

Activiteit: investeringen in voorzieningen om emissies van stallen te beperken.

Voorwaarden: de voorwaarden, bedoeld in Hoofdstuk IV, paragraaf 1, van deze bijlage.

Categorie 4. beperking van verstoring door verkeer

Activiteit I: de aanleg van voorzieningen langs lokale wegen om verkeersslachtoffers onder wilde dieren te beperken.

Voorwaarden:

Activiteit II: het afsluiten van wegen door of langs natuurgebieden.

Voorwaarden:

Onder investeringen wordt verstaan:

Doelgroep: landbouwbedrijven

Subsidiabiliteitsvoorwaarden:

Subsidie wordt gegeven voor:

Investeringen moeten gericht zijn op:

Bedrijf moet economisch levensvatbaar zijn, blijkend uit:

Aanvrager moet over voldoende agrarische bekwaamheid beschikken: hij bezit tenminste een getuigschrift van een erkende landbouwkundige opleiding (of gelijkwaardig niveau) of kan aantonen tenminste 3 jaar op een agrarisch bedrijf werkzaam te zijn geweest.

Eindbegunstigden:

groepen van landbouwondernemers en boseigenaren, groepen plattelandvrouwen, natuurorganisaties, landbouworganisaties, milieucoöperaties, opleidingsinstellingen, kennisinstellingen, groepen vrijwilligers van landbouwers of bosbouwers, samenwerkingsverbanden tussen overheid en landbouworganisaties en provincies.

De volgende activiteiten komen voor subsidie in aanmerking:

1. Scholing, tijdelijke begeleiding en kennisverspreiding omtrent:

2. Opleidingskosten en trainingskosten voor demonstratieprojecten uit Hoofdstuk IV, paragraaf 3, van deze bijlage.

Subsidiabel zijn:

Het gaat om een cursus of opleiding die naast de normale leergangen en lesprogramma’s ontwikkeld wordt.

Eindbegunstigden:

De volgende activiteiten komen voor subsidie in aanmerking:

Subsidiabel zijn:

Onder een demonstratieproject wordt verstaan: een samenhangend geheel van activiteiten gericht op het in de praktijk uittesten en demonstreren van resultaten van vernieuwingen in samenhang met landbouw en landschapsbeheer.

Subsidie wordt verstrekt voor die demonstratieprojecten: