Wijzigingen Officiële bron
Regeling kenmerken, registratie en luchtwaardigheid militaire luchtvaartuigenRegeling kenmerken, registratie en luchtwaardigheid militaire luchtvaartuigenDe Staatssecretaris van Defensie;

Handelende in overeenstemming met de Minister van Verkeer en Waterstaat;

Gelet op de artikelen 1.2a, eerste en tweede lid, 3.2, derde en vierde lid, 3.3, vijfde lid, 3.5, vijfde lid, 3.9, vierde lid, 3.12, vierde lid, 3.14, eerste lid, onder b, tweede en derde lid, 3.18, vijfde lid, en 10.3 van de Wet luchtvaart,

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst, met uitzondering van de bijlagen, die ter inzage liggen bij de Stafgroep Juridische zaken van de Bevelhebber der Luchtstrijdkrachten, Binckhorstlaan 135 te Den Haag, en bij de Afdeling Juridische zaken van de Marinestaf, Van der Burchlaan 31 te Den Haag.

's-Gravenhage8 oktober 2001De Staatssecretaris van Defensie, H.A.L. vanHoof

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. wet:

Wet luchtvaart;

b. minister:

Minister van Defensie;

c.register:

Nederlandse register voor militaire luchtvaartuigen.

Militaire raketten en militaire projectielen zijn vrijgesteld van het verbod, bedoeld in artikel 1.2a, eerste lid, van de wet, voor zover deze raketten of projectielen worden gebruikt in een gebied dat voor burgerluchtverkeer is gesloten.

De middellijn van het nationaliteitskenmerk is ten hoogste 125 centimeter en, tenzij het gaat om luchtvaartuigen die hetzij automatisch, hetzij op afstand worden bestuurd, ten minste 30 centimeter. Luchtvaartuigen die hetzij automatisch, hetzij op afstand worden bestuurd, voeren een nationaliteitskenmerk waarvan de grootte is afgestemd op de afmetingen van het luchtvaartuig, met dien verstande dat het nationaliteitskenmerk goed zichtbaar is.

Een Nederlands militair luchtvaartuig dat naar het oordeel van de minister van historische waarde is, kan in plaats van het nationaliteits- en inschrijvingskenmerk, bedoeld in de artikelen 3 tot en met 7, een nationaliteits- en inschrijvingskenmerk voeren dat door de minister voor het desbetreffende luchtvaartuig is aangewezen.

In het register wordt in elk geval aantekening gemaakt van:

Het bewijs van inschrijving van Nederlandse militaire luchtvaartuigen wordt vastgesteld overeenkomstig de modellen, die als bijlage bij deze regeling behoren.

De Minister geeft met betrekking tot Nederlandse militaire luchtvaartuigen, opgenomen in het register, het bewijs van luchtwaardigheid af, overeenkomstig het model dat als bijlage bij deze regeling behoort.

De minister trekt het bewijs van luchtwaardigheid in elk geval in, indien het luchtvaartuig, waarop het bewijs van luchtwaardigheid betrekking heeft:

Deze regeling treedt in werking met ingang van 15 oktober 2001.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling kenmerken, registratie en luchtwaardigheid militaire luchtvaartuigen.