Regeling · BWBR0012955
Vergoedingenregeling Commissie van deskundigen gerechtsdeurwaarders
Op voordracht van de Staatssecretaris van Justitie van 25 oktober 2001, nr. 5127199/801;
Gelet op artikel 3 van het Vacatiegeldenbesluit 1988 (Stb. 1988, 205);
Hebben goedgevonden en verstaan:
Onze Minister van Justitie is belast met de uitvoering van dit besluit dat in het Staatsblad zal worden geplaatst.
's-Gravenhage1 november 2001BeatrixDe Staatssecretaris van Justitie,N. A. Kalsbeekde veertiende februari 2002De Minister van Justitie,A. H. KorthalsIn dit besluit wordt verstaan onder de Commissie: de commissie van deskundigen, bedoeld in artikel 6 van de Interim-beleidsregels vestiging gerechtsdeurwaarders en artikel 6, tweede lid, van de Gerechtsdeurwaarderswet.
De voorzitter en de leden van de Commissie ontvangen een vaste jaarlijkse vergoeding.
De vergoeding van de voorzitter wordt vastgesteld op € 4.610,–.
De vergoeding van de leden wordt vastgesteld op € 3.688,–.
De vergoeding van de plaatsvervangend leden wordt na rato van deelname vastgesteld op een evenredig deel van de vergoeding van de leden.
Vervallen
Indien de voorzitter of een lid van de Commissie niet gedurende het hele jaar de functie van voorzitter of lid bekleedt, wordt de vergoeding, genoemd in de artikelen 3 en 4 naar evenredigheid vastgesteld.
De voorzitter en de leden hebben recht op vergoeding wegens reis- en verblijfkosten in het binnenland en buitenland overeenkomstig hetgeen daarover is overeengekomen in de laatstelijk afgesloten collectieve arbeidsovereenkomst voor ambtenaren die krachtens een arbeidsovereenkomst met de Staat werkzaam zijn.
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot 1 januari 2001.
Deze regeling wordt aangehaald als: Vergoedingenregeling Commissie van deskundigen gerechtsdeurwaarders.