Ministeriële regeling · BWBR0013196

Regeling mandaat handhaving Inspectoraat-generaal VROM

Wijzigingen Officiële bron
Regeling mandaat handhaving Inspectoraat-generaal VROMRegeling mandaat handhaving Inspectoraat-generaal VROMDe Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

Besluit:

's-Gravenhage17 december 2001De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, J.Pronk

In deze regeling en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

a.minister:

de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;

b.staatssecretaris:

Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;

c.inspecteur-generaal:

inspecteur-generaal van het Inspectoraat-generaal VROM, als bedoeld in het Organisatiebesluit Inspectoraat-generaal VROM;

d.regionaal inspecteur:

regionaal inspecteur van de regionale inspectie van het Inspectoraat-generaal VROM, als bedoeld in het Organisatiebesluit Inspectoraat-generaal VROM.

De inspecteur-generaal kan de bevoegdheid tot het beslissen op bezwaarschriften, als bedoeld in artikel 2, tweede lid van deze regeling, niet uitoefenen, indien hij tevens het besluit waartegen het bezwaar zich richt, op grond van artikel 2, eerste lid van deze regeling, heeft genomen.

De Regeling mandaat handhaving Inspectie Milieuhygiëne wordt ingetrokken.

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2002.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling mandaat handhaving Inspectoraat-generaal VROM.