Wijzigingen Officiële bron
Subsidieregeling algemene organisaties voor ontwikkelingssamenwerkingSubsidieregeling algemene organisaties voor ontwikkelingssamenwerkingDe Minister voor Ontwikkelingssamenwerking,

Gelet op artikel 3, eerste en tweede lid, van de Kaderwet subsidies Ministerie van Buitenlandse Zaken;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag18 december 2001 De Minister voor Ontwikkelingssamenwerking, E.Herfkens

Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder:

a.de Minister:

de Minister voor Ontwikkelingssamenwerking;

b.ontwikkelingslanden:

landen, vermeld in deel I, Developing Countries and Territories, van de in het kader van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) door het Development Assistence Committee (DAC) meest recent vastgestelde List of Aid Recipients.

De minister kan subsidie verlenen ten behoeve van activiteiten die strekken tot of dienstig zijn aan structurele armoedebestrijding in ontwikkelingslanden door middel van de samenhangende interventiestrategieën directe armoedebestrijding, maatschappijopbouw en beleidsbeïnvloeding. De activiteiten omvatten de ondersteuning van een breed scala van thematische en op specifieke doelgroepen gerichte organisaties op meerdere continenten, per continent binnen meerdere landen en in diverse sectoren.

Voor subsidie op grond van deze regeling komen in aanmerking particuliere organisaties die aantoonbaar voldoen aan de volgende eisen:

Onverminderd het overigens bij of krachtens de wet bepaalde omvat de subsidieaanvraag naast een jaarplan en een jaarbegroting als bedoeld in de artikelen 1.2.2 en 1.2.3 van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken in elk geval een bedrijfsplan waarin de aanvrager zijn beleid, beoogde doelstellingen, resultaten , activiteiten en financiële raming voor het subsidietijdvak uiteenzet. De aanvrager besteedt daarbij aandacht aan de onderlinge samenhang van alle werkzaamheden en geeft inzicht in doeltreffendheid, doelmatigheid en beheersbaarheid.

Deze regeling vindt voor de eerste maal toepassing met het oog op subsidieverlening voor het subsidietijdvak dat aanvangt met ingang van 1 januari 2003. Het overleg, bedoeld in artikel 4, derde lid, voert de minister met de op het tijdstip van inwerkingtreding krachtens hoofdstuk II, afdeling 6, paragraaf 1, van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken gesubsidieerde organisaties.

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling algemene organisaties voor ontwikkelingssamenwerking.

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.