Regeling · BWBR0013319

Verordening op de Raad voor Geschillen

Wijzigingen Officiële bron
Verordening op de Raad voor Geschillen Verordening op de Raad voor Geschillen De ledenvergadering van het NIVRA,

Gelet op artikel 19, lid 1, van de Wet op de Registeraccountants, stelt de volgende verordening vast;

Er is een Raad voor Geschillen, hierna te noemen: de Raad.

Het bestuur van het NIVRA benoemt, na overleg met de voorzitter van de Raad, een secretaris en zo nodig een plaatsvervangend secretaris van de Raad. Dezen moeten het doctoraat examen Nederlands recht aan een Nederlandse universiteit met goed gevolg hebben afgelegd. Zij zijn geen lid van de Raad.

De leden van de Raad ontvangen een vergoeding van reis- en verblijfkosten en een vergoeding voor tijdverzuim overeenkomstig de regeling van de artikelen 1, 2 en 3 van de Verordening Kostenvergoedingen.

De eis wordt ingesteld bij een schriftelijk gemotiveerde conclusie, waaruit de inhoud van het geschil duidelijk blijkt. De verweerder wordt in de gelegenheid gesteld schriftelijk, gemotiveerd op de conclusie van eis te antwoorden.

De Raad behandelt een haar voorgelegd geschil op de wijze die hij dienstig oordeelt, met inachtneming van de bepalingen van deze verordening. De voorzitter van de Raad regelt de werkzaamheden.

De voorzitter, dan wel de Raad is bevoegd, onder het stellen van een termijn, van partijen te verlangen dat zij de Raad schriftelijk of mondeling nadere inlichtingen verschaffen, of bepaalde stukken overleggen.

Een tegenvordering die niet uiterlijk bij het eerste antwoord van verweerder zoals bedoeld in artikel 11, tweede volzin, is ingesteld, kan nadien niet meer in dezelfde geschillenprocedure worden ingesteld. De oorspronkelijke eiser wordt in de gelegenheid gesteld schriftelijk op de tegenvordering te antwoorden.

Indien één der partijen voor of tijdens de behandeling van een geschil de wens uitspreekt, dat de Kamer van verdere behandeling afziet, zal de Kamer, indien de andere partij zich daartegen niet verzet, de zaak als afgedaan beschouwen.

Is de Kamer van oordeel dat het geschil in staat van wijzen is, dan stelt zij haar uitspraak vast.

Alle beslissingen van de Kamer worden genomen met gewone meerderheid van stemmen.

De Kamer bepaalt dat de kosten van de procedure tot een door de Kamer te bepalen bedrag door één of door beide partijen worden gedragen. Daarbij bepaalt de Kamer tevens in hoeverre de procedurekosten worden voldaan uit het depot als bedoeld in artikel 9.

Zodra de Kamer bij de behandeling van een geschil haar einduitspraak heeft gedaan, zenden de leden van de Kamer de in hun bezit zijnde stukken, die op dit geschil betrekking hebben, aan de secretaris. Deze draagt zorg, dat de stukken in het archief van de Raad worden bewaard of, voorzover zij overtollig zijn, worden vernietigd.

De ledenvergadering waarin de leden van de Raad voor de eerste maal worden benoemd, kan ten aanzien van de zittingsduur van deze personen regelen stellen, welke afwijken van het bepaalde in artikel 5.

Deze verordening kan worden aangehaald onder de naam: Verordening op de Raad voor Geschillen.

De Verordening op het beslechten van geschillen wordt ingetrokken.

Overgangsbepaling Verordening op de Raad voor Geschillen

Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2002.