Ministeriële regeling · BWBR0013571

Regeling radionucliden bevattende aanwijsinstrumenten

Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J. F. Hoogervorst houdende regels met betrekking tot aanwijsinstrumenten waaraan radionucliden zijn toegevoegdRegeling radionucliden bevattende aanwijsinstrumentenDe Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J. F. Hoogervorst,

Gelet op de artikelen 30, tweede lid, onder a, en 31, vijfde lid, van het Besluit stralingsbescherming;

Besluiten:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

's-Gravenhage5 april 2002De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,J.P.PronkDe Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,J.F.Hoogervorst

Deze regeling is van toepassing op aanwijsinstrumenten waaraan voor verlichtingsdoeleinden radionucliden zijn toegevoegd.

Als waarschuwingsteken voor ioniserende straling als bedoeld in artikel 30, tweede lid, onder a, van het besluit, wordt vastgesteld het waarschuwingsteken dat is afgebeeld in bijlage 1 bij deze regeling.

Bij het controleren of aanwijsinstrumenten na de toevoeging van radionucliden voldoen aan de bij of krachtens de artikelen 28, onder d, of 29, onder d, van het besluit gestelde voorschriften met betrekking tot de constructie worden ten minste de in bijlage 2 bij deze regeling beschreven tests uitgevoerd.

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 maart 2002.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling radionucliden bevattende aanwijsinstrumenten.

Het waarschuwingsteken dat wordt aangebracht op aanwijsinstrumenten waaraan voor verlichtingsdoeleinden radionucliden zijn toegevoegd, is het waarschuwingsbord, bedoeld in artikel 2 van de Regeling waarschuwingssignalering ioniserende straling met dien verstande dat het een zodanige afmeting heeft dat het met het blote oog herkenbaar is. Het betreft de volgende figuur:

Figuur 1 Model van het waarschuwingsteken waaraan voor verlichtingsdoeleinden radionucliden zijn toegevoegd. De achtergrond is geel en de lijnen en de figuur zijn zwart

Dit waarschuwingsteken dient voorts zodanig geplaatst te zijn dat het vanaf de buitenzijde van het aanwijsinstrument waarneembaar is zonder dat het instrument daarvoor eerste geopend of uit elkaar gehaald behoeft te worden.

I

De tests kunnen worden uitgevoerd op onderdelen van de aanwijsinstrumenten. Ze worden echter zo mogelijk met het gehele aanwijsinstrument verricht.

I

Tests worden verricht op prototypen van elke partij aanwijsinstrumenten met het doel te bepalen of de samenstelling van de radioactieve verf, het gebruikte materiaal en de gebruikte fabricage-methode zodanig zijn dat de onderdelen van het aanwijsinstrument en het gehele aanwijsinstrument voldoen aan de voorgeschreven normen. Prototype-tests worden uitgevoerd op een geschikt monster. De test omvat:

III

Gedurende de vervaardiging van aanwijsinstrumenten, waarvan de prototypen zijn getest als beschreven onder II, wordt gecontroleerd of de aanwijsinstrumenten en onderdelen daarvan overeenkomen met die welke als prototype zijn getest. Deze controle omvat in ieder geval een volledig visueel onderzoek van elk aanwijsinstrument op barsten of schilferen van de radioactieve verf, onvolkomenheden in het doorzichtige deel van het omhulsel van het aanwijsinstrument en de aanwezigheid van merktekens, indien deze zijn vereist.

IV

De resultaten van de test als beschreven onder II en van de controle als beschreven onder III worden door de ondernemer vastgelegd in een daartoe bestemde administratie. In die administratie worden tenminste de volgende gegevens vastgelegd: