Ministeriële regeling · BWBR0013593

Subsidieregeling infrastructuur technostarters

Wijzigingen Officiële bron
Subsidieregeling infrastructuur technostarters Subsidieregeling infrastructuur technostartersDe Minister van Economische Zaken,

Gelet op artikel 3 van de Kaderwet EZ-subsidies;

Besluit:

's-Gravenhage11 april 2002 De Minister vanEconomische Zaken, A.Jorritsma-Lebbink

In deze regeling wordt verstaan onder:

a.minister:

de Minister van Economische Zaken;

b.kennisinstelling:

een instelling als vermeld in bijlage 1 bij deze regeling;

c.groep:

een economische eenheid, waarin organisatorisch zijn verbonden:

d.technostartersproject:

een planmatig en met elkaar samenhangend geheel van activiteiten met als doel om tegen zo laag mogelijke kosten zo veel mogelijk personen zich te laten ontwikkelen tot technostarter en technostarters te stimuleren tot het opbouwen van een succesvol bedrijf, welke activiteiten bestaan uit het aanbieden van infrastructuur in de vorm van ruimte in een bedrijfsverzamelgebouw, apparatuur, advies en begeleiding bij het ontwikkelen van een ondernemingsplan, en die worden uitgevoerd in aantoonbare samenwerking met ten minste één onafhankelijke deskundige derde op het gebied van ondersteuning van technostarters;

e.technostarter:

een natuurlijke of een rechtspersoon die:

f.bedrijfsverzamelgebouw:

bedrijfsgebouw dat uitsluitend bestemd is voor technostarters, in beheer is van een instelling zonder winstoogmerk en beschikt over kantoor- en onderzoeksruimten en gemeenschappelijke voorzieningen;

g.de minimisverordening:

verordening (EG) nr. 69/2001 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 12 januari 2001 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het EG-verdrag op de de minimis-steun (PbEG L 10);

h.ondernemingsplan:

plan dat ten minste bestaat uit een analyse en een beoordeling van de technische en economische mogelijkheden om voor eigen rekening en risico een onderneming op te richten;

i.looptijd van het technostartersproject:

de termijn tussen de aanvang van het technostartersproject en het moment waarop het technostartersproject op grond van deze regeling moet zijn voltooid.

De minister beslist in ieder geval afwijzend op een aanvraag indien:

De subsidie-ontvanger brengt steeds na afloop van een periode van zes maanden aan de minister schriftelijk verslag uit omtrent de uitvoering van het technostartersproject, met inbegrip van een vergelijking van die uitvoering met het projectplan en de bij de subsidieverlening vermelde raming van de projectkosten. De subsidie-ontvanger brengt een dergelijk verslag voor de eerste maal uit zes maanden na verlening van de subsidie.

De minister kan afwijzend beschikken op een aanvraag om een voorschot, indien de subsidie-ontvanger niet heeft voldaan aan ingevolge de subsidieverlening voor hem geldende verplichtingen.

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling infrastructuur technostarters.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen, die ter inzage worden gelegd. Van deze terinzagelegging zal mededeling worden gedaan in de Staatscourant. De terinzagelegging vindt plaats bij het agentschap Senter, Grote Marktstraat 43, 's-Gravenhage.