Wijzigingen Officiële bron
Wet van 16 mei 2002, houdende regels inzake stankemissie in ontwikkelingsgebieden (Wet stankemissie veehouderijen in landbouwontwikkelingsgebieden)Wet stankemissie veehouderijen in landbouwontwikkelings- en verwevingsgebiedenWij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is regels te stellen met betrekking tot beslissingen inzake vergunningen krachtens de Wet milieubeheer voor veehouderijen, voorzover het betreft de stankemissies van veehouderijen in landbouwontwikkelingsgebieden;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad wordt geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te 's-Gravenhage16 mei 2002BeatrixDe Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,J. P. PronkDe Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,L. J. Brinkhorstzevenentwintigste juni 2002De Minister van Justitie,A. H. Korthals

Met inachtneming van de artikelen 3, eerste lid, en 4, bedraagt de afstand van de buitenzijde van een dierenverblijf of een mestverwerkingsinstallatie tot de buitenzijde van een voor stank gevoelig object:

Voor de toepassing van de artikelen 3 tot en met 5 wordt:

Een ministeriële regeling krachtens deze wet wordt vastgesteld door Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij.

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Deze wet wordt aangehaald als: Wet stankemissie veehouderijen in landbouwontwikkelings- en verwevingsgebieden.

Vervallen