Wijzigingen Officiële bron
Besluit van 13 juli 2002, houdende indieningsvereisten voor aanvragen om bouwvergunning en voorschriften omtrent het opnemen van gegevens in het openbaar bouwregister (Besluit indieningsvereisten aanvraag bouwvergunning)Besluit indieningsvereisten aanvraag bouwvergunningWij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 18 februari 2002, nr. MJZ2002012758, Centrale Directie Juridische Zaken, Afdeling Wetgeving;

Gelet op de artikelen 40a en 57, tweede en derde lid, van de Woningwet;

De Raad van State gehoord (advies van 27 mei 2002, nr. W08.02.0091/V);

Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 12 juli 2002, nr. MJZ2002056918, Centrale Directie Juridische Zaken, Afdeling Wetgeving;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

's-Gravenhage13 juli 2002BeatrixDe Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,J. W. Remkesde achtste augustus 2002De Minister van Justitie a.i.,J. P. Balkenende

In dit besluit wordt verstaan onder:

bijlage: bij dit besluit behorende bijlage;

wet: Woningwet.

Indien gegevens en bescheiden langs elektronische weg worden verstrekt, voldoet de aanvrager daarbij aan de eisen van paragraaf 2.4 van hoofdstuk 2 van de bijlage.

Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit indieningsvereisten aanvraag bouwvergunning.

Een rapport waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld, indien een dergelijk rapport in het bestemmingsplan is voorgeschreven.

De gegevens en bescheiden, genoemd in paragraaf 1.2, met uitzondering van de ten behoeve van de bouwvergunning eerste fase aangeleverde gegevens.

De gegevens en bescheiden moeten in een zodanige vorm worden aangeleverd dat een goede en effectieve beoordeling door de gemeente mogelijk is. De aanvrager of een door de aanvrager aangewezen deskundige dient er tevens zorg voor te dragen dat de samenhang tussen de verschillende gegevens blijkt uit de aangeleverde gegevens en bescheiden. Alle tekeningen, berekeningen en andere rapportages moeten door de respectieve opstellers van de adviezen ondertekend dan wel gewaarmerkt zijn.

Alle tekeningen moeten voorzien zijn van een duidelijke maatvoering.

– Conform NEN 47

– Conform NEN 2302

– Conform NEN 3870

– Conform NEN 379

Het kaartmateriaal dat is gebruikt voor het weergeven van de kadastrale aanduiding en/of ligging van het bouwwerk moet van voldoende kwaliteit zijn. Aan deze eis wordt in ieder geval voldaan indien gebruik gemaakt wordt van:

Uit het kaartmateriaal moet de oriëntatie van het bouwwerk blijken (noordpijl).

Van elke bouwlaag moet een plattegrond getekend zijn (een horizontale doorsnede 1200 mm boven vloerniveau), waarop (voorzover van toepassing op de aanvraag) is aangegeven:

Ten behoeve van de beoordeling van de bruikbaarheid, de gebruiksoppervlakte (GO) en het verblijfsgebied moeten de relevante doorsneden, inclusief 1500 – 2400 – 2600 mm hoogtelijn en voorzien van maatvoering, getekend zijn.

Alle aanzichten in loodrechte verticale projectie. Alle dichte delen en kozijnen die een directe koppeling met de berekeningen hebben moeten als zodanig traceerbaar zijn in berekening, rapportage of renvooi.

De volgende informatie betreffende de toegepaste rekensoftware moet uit de gegevens en bescheiden bij de aanvraag om bouwvergunning blijken:

Berekeningen betreffende geluidsniveau van installaties, geluidwerende voorzieningen, geluidsabsorptie van gemeenschappelijke verkeersruimten, gangen en trappenhuizen in woongebouwen en berekeningen van de nagalmtijd in verblijfsruimten van onderwijsgebouwen en sportlokalen behorende bij een onderwijsfunctie als bedoeld in artikel 1.1, derde lid, van het Bouwbesluit 2003, contact- en luchtgeluidsisolatie tussen ruimten en van de uitwendige scheidingsconstructie.

In de puntsgewijze toelichting wordt de opsomming indien noodzakelijk toegelicht. Tevens wordt verwezen naar relevante normen waaraan de gevraagde informatie moet voldoen. De letter voor de toelichting verwijst naar de overeenkomstige gegevens en bescheiden genoemd in de in de titel tussen haakjes genoemde paragraaf van de bijlage.

Ten behoeve van de toetsing van het bouwplan moet in geval van verbouw of restauratie naast de nieuwe situatie ook de bestaande situatie voldoende blijken uit de aangeleverde gegevens en bescheiden.

e. Tot de bouwkosten worden niet gerekend de grondkosten (omvattende de verwervingskosten van het terrein, de kosten van infrastructurele voorzieningen en de kosten van het bouwrijp maken), de inrichtingskosten (zoals bedrijfsinstallaties en -apparatuur) en de bijkomende kosten (waartoe onder andere behoren de architecten- en de adviseurshonoraria, kosten voor grondonderzoek, verzekeringen, omzetbelasting en andere heffingen). Tot de bouwkosten behoren echter wel de kosten van de verwarmingsinstallatie, liften, roltrappen en dergelijke, althans voorzover deze installaties behoren tot de normaal te verwachten inrichting van het betrokken bouwwerk en dus bijvoorbeeld niet zijn aangebracht in verband met bedrijfsinstallaties en -apparatuur.

De bouw- en materiaalkosten moeten marktconform worden opgegeven, ook wanneer een deel van de werkzaamheden door middel van zelfwerkzaamheid wordt uitgevoerd.

Indien de aanvraag om bouwvergunning betrekking heeft op een woonwagen of een standplaats wordt met aannemingssom bedoeld:

f. De verklaring bij langs elektronische weg indienen van gegevens en bescheiden dient voor ieder aangeleverd bestand de volgende onderdelen te bevatten:

De bestanden moeten, ongecomprimeerd en als «alleen lezen» gemarkeerd, op een bestandsdrager (cd-rom of diskette) worden aangeleverd. Indien gegevens per e-mail worden aangeleverd mogen deze gecomprimeerd zijn, maar moeten deze zonder gebruik van een compressieprogramma kunnen worden teruggebracht in hun oorspronkelijke vorm («self-extracting»). De gegevens die per bestand moeten worden aangeleverd moeten in het laatste geval ook van het gecomprimeerde bestand worden aangegeven, inclusief controlewaarde (CRC of checksum).

De overzichtslijst die aan de elektronisch ingediende gegevens en bescheiden wordt toegevoegd dient als controlelijst voor de ingediende gegevens en bescheiden. Tevens verklaart de indiener met de ondertekening van de overzichtslijst dat de aangeleverde gegevens en bescheiden betrekking hebben op het bouwen waarvoor een vergunning wordt aangevraagd.

Op grond van artikel 40 van de Monumentenwet 1988 kan in het bestemmingsplan de verplichting tot het aanleveren van een rapport inzake de archeologische waarde van de ondergrond worden verlangd. Dat rapport wordt toegevoegd aan de indieningsvereisten bij de aanvraag om een bouwvergunning. Artikel 41 van de Monumentenwet 1988 regelt dat de aanvrager van een vrijstelling van voorschriften van een bestemmingsplan ook kan worden verplicht een dergelijk rapport aan te leveren. Burgemeester en wethouders of, in geval van een vrijstelling als bedoeld in artikel 19, eerste lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening, de gemeenteraad, beoordelen of met het rapport de archeologische waarde in voldoende mate is vastgesteld.

b. Aanduiding van de bestemmingen van ruimten en groepen van ruimten binnen het bouwwerk en van het bouwwerk zelf.

d. De bruto-inhoud en de bruto-vloeroppervlakte moeten bepaald worden zoals bedoeld in het normblad NEN 2580.

e. Aan te geven op de situatietekening. Duidelijk moet zijn wat de ligging is van de gevels van het bouwwerk ten opzichte van de wegzijde, op welke wijze het terrein ontsloten wordt, de aangrenzende terreinen en de daarop voorkomende bebouwing en het beoogd gebruik van het terrein behorende bij het voorgenomen bouwwerk.

f. Met de term straatpeil wordt hier bedoeld de hoogteligging van het bouwwerk ten opzichte van:

g. Met parkeervoorzieningen op het eigen terrein wordt bedoeld de opstelplaats(en) voor voertuigen op het bij het geplande bouwwerk behorende perceel.

h. In gebieden waar sprake is van een agrarische bestemming kunnen burgemeester en wethouders een advies inzake de aanvraag om bouwvergunning aanvragen bij de Agrarische Adviescommissie. De Agrarische Adviescommissie toetst of het beoogde bouwwerk daadwerkelijk een agrarische bestemming heeft. Burgemeester en wethouders stellen vast welke informatie ten behoeve van deze aanvraag noodzakelijk is en geven aan op welke wijze de desbetreffende informatie moet worden aangeleverd.

i. Een bestemmingsplan kan regels bevatten, ter toetsing waaraan nadere gegevens van de aanvrager nodig zijn. Dat betreft met name de regels over uitvoerbaarheid als bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening en daarbinnen de in artikel 1.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening omschreven woningbouwcategorieën sociale huurwoning, sociale koopwoning en particulier opdrachtgeverschap. Ook een projectbesluit en besluiten als bedoeld in de artikelen 3.40, 3.41 en 3.42 van de Wet ruimtelijke ordening kunnen voorschriften over de uitvoerbaarheid bevatten, waaraan een bouwaanvraag wordt getoetst. Voor een uitleg over de woningbouwcategorieën zij verwezen naar de toelichting bij onderdeel j (exploitatieplan). Ook bij andere bouwplannen kunnen nadere gegevens nodig zijn, bijvoorbeeld bij de aanvraag van een bedrijfswoning.

j. Op grond van artikel 44, eerste lid, aanhef en onderdeel g, van de Woningwet, moet de bouwvergunning worden geweigerd bij strijd met een exploitatieplan als bedoeld in artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening. Toetsing is alleen aan de orde bij bouwplannen waarvoor een reguliere bouwvergunning is vereist en die nader zijn aangewezen bij artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening. Voor de toetsing aan de regels voor de woningbouwcategorieën sociale huurwoning, sociale koopwoning of particulier opdrachtgeverschap kan overlegging van nadere gegevens nodig zijn. De definitie van deze categorieën is opgenomen in artikel 1.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening. Het betreft de volgende gegevens: bij een sociale koopwoning gegevens waaruit blijkt dat de woning in de betreffende categorie wordt verkocht en bewoond zal worden door iemand die tot de doelgroep behoort. De gegevens kunnen mede betrekking hebben op de inschrijving voor de woning en de toewijzing ervan. Bij een sociale huurwoning betreft het gegevens waaruit aannemelijk wordt dat de woning in de betreffende categorie wordt geëxploiteerd. Deze gegevens betreffen de toekomstige exploitant. Gegevens kunnen mede betrekking hebben op de inschrijving voor de woning en de toewijzing ervan. Bij particulier opdrachtgeverschap betreft het gegevens waaruit blijkt dat de aanvrager voldoet aan de regels voor particulier opdrachtgeverschap in het Besluit ruimtelijke ordening en exploitatieplan. Voorts kunnen bij alle soorten bouwplannen gegevens nodig zijn ter toetsing aan de locatie-eisen in het exploitatieplan. Een voorbeeld betreft de eisen voor bouwrijp maken.

a. Uit de geveltekeningen moet duidelijk worden hoe het voorgenomen bouwwerk in de omgeving past. Hiertoe is het noodzakelijk dat tevens een beeld van de belendende bebouwing gegeven wordt. Bij grotere bouwwerken kan, ter ondersteuning van de beoordeling van het bouwwerk, eventueel een schetsmaquette worden aangeleverd.

b. Ten behoeve van de welstandstoetsing dient de aanvrager principedetails over te leggen. Het betreft hier schetsen of tekeningen van die onderdelen van het gebouw die voor het uiterlijk bepalend zijn, zonder een volledige bouwkundige uitwerking van die onderdelen.

c. De aan te leveren foto's moeten, ook bij kleinere bouwwerken, een duidelijk beeld geven van de inpassing van het geplande bouwwerk in de directe omgeving. Het is dan ook van belang dat niet alleen de locatie van het geplande bouwwerk maar ook de directe omgeving duidelijk blijkt uit de foto's. De foto's moeten in kleur zijn afgedrukt of, in geval van digitaal aangeleverde foto's, in kleur zijn af te drukken.

d. De aanvrager dient duidelijk te maken wat de toegepaste kleuren in het ontwerp zijn. Hiertoe moeten van een aantal bouwdelen, indien van toepassing, het materiaalgebruik en de kleur worden aangegeven:

Ter ondersteuning van de toetsing kan een dakpan, steen of (kleur)monsterbord worden gevraagd.

Indien de aanvraag om bouwvergunning betrekking heeft op een woonwagen kan aan de eis met betrekking tot het aanleveren van gegevens en bescheiden ten behoeve van toetsing van het uiterlijk van de woonwagen aan redelijke eisen van welstand, als genoemd in paragraaf 1.2.2, onderdelen a, b en d, worden voldaan door het indienen van documentatie van de leverancier, mits hierop de bedoelde gegevens duidelijk zichtbaar zijn.

Indien het op te richten bouwwerk in een gebied gelegen is waarvan door de gemeenteraad bepaald is dat de eisen van welstand niet van toepassing zijn, behoeven bovenstaande gegevens niet te worden verstrekt. Dit geldt tevens voor tijdelijke bouwwerken en voor typen bouwwerken welke door de gemeenteraad welstandsvrij verklaard zijn of waarvoor door de gemeenteraad in de gemeentelijke welstandsnota geen welstandscriteria zijn vastgesteld.

1. De gevraagde gegevens en bescheiden moeten in alle gevallen bestaan uit tekeningen en berekeningen betreffende de te wijzigen of te bouwen constructieve delen. Zie voor verdere eisen de paragrafen 2.2 en 2.3.

Indien de aanvraag betrekking heeft op de wijziging of uitbreiding van een bestaand bouwwerk moet uit de aangeleverde gegevens tevens blijken wat de opbouw van de bestaande constructie is (tekeningen en berekeningen) en wat de toegepaste materialen zijn.

Het voldoen aan de gestelde eisen met betrekking tot de uiterste grenstoestand van de fundering moet worden aangetoond door middel van een funderingsplan dat, voorzover de grondslag en/of de aard van het bouwwerk daartoe aanleiding geven, gebaseerd moet zijn op een onderzoek naar de draagkracht van de ondergrond. In het funderingsplan moet een plattegrond van de fundering zijn opgenomen. De gevraagde gegevens moeten tevens op deze plattegrond zijn weergegeven. In een funderingsplan is of zijn over het algemeen de volgende onderwerpen opgenomen:

2. Met betrekking tot gelijkwaardigheid stelt het Bouwbesluit 2003 in artikel 1.5:

Aan een in het tweede tot en met zesde hoofdstuk [van het Bouwbesluit 2003] gesteld voorschrift dat moet worden toegepast om te voldoen aan een met betrekking tot een bouwwerk of een gedeelte daarvan gestelde eis, behoeft niet te worden voldaan, voorzover anders dan door toepassing van dat voorschrift het bouwwerk of het betrokken gedeelte daarvan ten minste dezelfde mate van veiligheid, bescherming van de gezondheid, bruikbaarheid, energiezuinigheid en bescherming van het milieu biedt, als is beoogd met het betrokken voorschrift.

Met dit artikel voorziet het Bouwbesluit 2003 in de mogelijkheid om, mits binnen het kader van de functionele eisen wordt gebleven, af te wijken van de in het Bouwbesluit 2003 gegeven prestatie-eisen. Redenen voor afwijking van de in het Bouwbesluit 2003 gegeven prestatie-eisen kunnen bijvoorbeeld zijn de aard van het desbetreffende bouwwerk of de toepassing van innovatieve materialen en constructies. De aanvrager die een beroep op dit gelijkwaardigheidsartikel doet moet ten genoegen van burgemeester en wethouders aantonen dat het bouwwerk ten minste een zelfde mate van veiligheid, bescherming van de gezondheid, bruikbaarheid, energiezuinigheid en bescherming van het milieu biedt als is beoogd met het betrokken voorschrift.

Met betrekking tot kwaliteitsverklaringen stelt het Bouwbesluit 2003 in artikel 1.6:

Indien bij of krachtens dit besluit een eis is gesteld ten aanzien van een bouwmateriaal of bouwdeel en voor dat bouwmateriaal of bouwdeel een op die eis toegesneden, door Onze Minister erkende kwaliteitsverklaring is afgegeven, is aan de betreffende eis voldaan, indien dat bouwmateriaal of bouwdeel overeenkomstig die kwaliteitsverklaring is toegepast.

Alleen die kwaliteitsverklaringen die een relatie hebben met een voorschrift van het Bouwbesluit 2003, en door de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer zijn erkend, leveren voldoende bewijs op dat aan een bij of krachtens dit besluit gegeven voorschrift is voldaan.

Met de overlegging van erkende kwaliteitsverklaringen/CE-markeringen en/of verklaringen van gelijkwaardigheid, welke voldoen aan het in de Regeling Bouwbesluit 2003 gestelde, wordt voldaan aan de in artikel 4 van dit besluit gestelde eis dat aannemelijk gemaakt moet worden dat het bouwen voldoet aan de desbetreffende eis.

De gegevens en bescheiden moeten in een zodanige vorm worden aangeleverd, dat een goede en efficiënte afhandeling van de aanvraag om bouwvergunning door de gemeente mogelijk is. De aanvrager van de bouwvergunning is hiervoor verantwoordelijk. Bijvoorbeeld ten aanzien van de constructieberekening geldt dat niet volstaan kan worden met het aanleveren van op zichzelf staande (detail) berekeningen, maar dat ook de samenhang tussen de verschillende berekeningen moet blijken uit de aangeleverde gegevens en bescheiden.

Indien tekeningen schaal 1:200 (punt 2b) worden aangeleverd moeten voor de beoordeling van het voorgenomen bouwwerk relevante details op schaal 1:50 of 1:100 worden bijgevoegd. De schaal waarop details, bedoeld onder punt 3, worden aangeleverd moet zodanig worden gekozen dat een goede beoordeling van de details mogelijk is.

De eisen betreffende vouwwijze en papierformaat zijn niet van toepassing waar het langs elektronische wijze ingediende tekeningen betreft.

De projectie van de geveltekeningen moet zodanig zijn dat uit de tekeningen het daadwerkelijke aanzicht van de gevels blijkt. Vertekeningen als gevolg van krommingen, schuinstand of een anderszins afwijkende gevelvorm moeten in een loodrechte verticale projectie worden weergegeven.

In tabel 1 bij deze toelichting is aangegeven op welke wijze de gevraagde gegevens en bescheiden kunnen worden aangeleverd. In de meeste gevallen betreft dit berekeningen, tekeningen en rapportages. Zoals ook in de tekst van dit besluit is aangegeven, staat het de aanvrager vrij om de gegevens en bescheiden in een andere vorm aan te bieden, zolang het jegens burgemeester en wethouders maar aannemelijk wordt gemaakt dat het bouwwerk op de van toepassing zijnde onderdelen voldoet aan de regelgeving.

In de tabel is voor alle aan te leveren gegevens en bescheiden een verwijzing opgenomen naar de overeenkomstige paragraaf in hoofdstuk 1 van deze bijlage.

In de tabel worden de volgende informatiedragers onderscheiden: