Wijzigingen Officiële bron
Herziene beleidsregel ontheffingen vervoer van vuurwerk met zeeschepenHerziene beleidsregel ontheffingen vervoer van vuurwerk met zeeschepenDe Minister van Verkeer en Waterstaat,

gelet op artikel 9, eerste lid van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen, in combinatie met artikel 13, eerste lid van de Regeling vervoer gevaarlijke stoffen met zeeschepen;

Besluit:

Deze beleidsregel zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Verkeer en Waterstaat, R.H. deBoer

Een ontheffing van de maximale hoeveelheden ontplofbare stoffen aan boord van zeeschepen wordt, indien het verzoek geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op het vervoer van vuurwerk van en naar zee, voor vuurwerk uitsluitend verleend indien wordt voldaan aan het bepaalde in deze beleidsregel.

De belanghebbende richt zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen 10 werkdagen voor verwachte aankomst van het zeeschip in de haven, een complete aanvraag om een ontheffing aan de Inspectie Verkeer en Waterstaat, te 's-Gravenhage. Deze aanvraag bevat ten minste de volgende in het Nederlands of in het Engels gestelde informatie:

Indien de voorgenomen ligplaats gebaseerd is op toepassing van artikel 1, tweede lid, bevat de aanvraag tevens alle informatie, waaronder paklijsten, benodigd voor het toepassen van de standaardclassificatie van vuurwerkartikelen, zoals opgenomen in bijlage 1.

Bij een verzoek om ontheffing wordt de externe veiligheid beoordeeld op basis van de te vervoeren hoeveelheid netto explosieve massa aan boord van het zeeschip, in combinatie met de afstand van de voorgenomen ligplaats tot kwetsbare objecten.

Op basis van deze beleidsregel gelden voor de voorgenomen ligplaats ten minste de in onderstaande tabel aangegeven afstanden tot kwetsbare objecten, gebaseerd op de netto explosieve massa aan boord van het zeeschip. Bedoelde afstanden worden gemeten vanaf de plaats bij de voorgenomen ligplaats waar het vuurwerk zich aan boord van het zeeschip bevindt.

Indien niet voldaan wordt aan de voorwaarden van artikel 4 wordt de aanvraag niet in behandeling genomen.

Indien niet voldaan wordt aan de voorwaarden van artikel 6 wordt de ontheffing geweigerd.

De beleidsregel ontheffingen vervoer van vuurwerk met zeeschepen (Stcrt. 2002, 126) wordt ingetrokken.

Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van 1 augustus 2002.

Deze beleidsregel wordt aangehaald als: 'Herziene beleidsregel ontheffingen vervoer van vuurwerk met zeeschepen'.

Opmerking 1: Percentages in deze tabel hebben, tenzij anders aangegeven, betrekking op de totale massa pyrotechnische mengsels (bij voorbeeld: vuurpijlmotor, voortdrijvende lading, breeklading en effectlading).

Opmerking 2: In deze tabel heeft ‘flitspoeder’ betrekking op pyrotechnische mengsels die een oxiderende stof en een metaalpoeder als brandstof bevatten. Deze mengsels worden gebruikt om een hoorbaar knaleffect te verkrijgen of als breeklading in vuurwerkartikelen.

Opmerking 3: Afmetingen in mm verwijzen:

Opmerking 4: Een aantal synoniemen uit de lijst is weergegeven in gangbare Nederlandstalige synoniemen.

In samenhang met het toelatingsbeleid voor transport voor vuurwerk c.q. Explosieve stoffen met zeeschepen is een gestructureerde, transparante en eenduidige wijze van handhaving noodzakelijk.

Voor een zeeschip dat meer dan de in art. 13, eerste lid van de Regeling vervoer van gevaarlijke stoffen met zeeschepen (Rvgz) genoemde hoeveelheden vuurwerk/explosieve stoffen binnen Nederland wil brengen, dient een ontheffing te worden aangevraagd bij de Inspectie Verkeer en Waterstaat (IVW).

Na beoordeling van de aanvraag kan de IVW tot het volgende besluiten:

Meerdere overtredingssituaties zijn mogelijk. Dit betreft onder meer:

Uitgangspunt bij overtreding is het zo spoedig mogelijk opheffen van de onrechtmatige situatie. Hierbij kunnen de volgende (straf- en of bestuursrechtelijke) maatregelen worden genomen: