Ministeriële regeling · BWBR0014118
Landbouwkwaliteitsregeling delegatie bevoegdheden eieren
Gelet op artikel 5 van het Landbouwkwaliteitsbesluit eieren;
Besluit:
`s-Gravenhage11 oktober 2002De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,C.P.VeermanIn deze regeling wordt verstaan onder:
- a.
minister: Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;
- b.
productschap: Productschap Pluimvee en Eieren.
Deze regeling is mede gebaseerd op artikel 3, tweede en vierde lid, van het Legkippenbesluit 2003.
Het productschap is belast met het stellen van nadere regels als bedoeld in artikel 3 van het Landbouwkwaliteitsbesluit eieren.
Het productschap is belast met het vaststellen van een officieel kenteken en een model als bedoeld in artikel 4 van het Landbouwkwaliteitsbesluit eieren.
Het productschap is belast met de registratie, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van het Landbouwkwaliteitsbesluit pluimveevlees.
Regels vastgesteld krachtens artikel 2 behoeven de goedkeuring van de minister.
Registratie en uitgifte van nummers als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van het Legkippenbesluit 2003 vindt plaats overeenkomstig de bijlage bij Richtlijn 2002/4/EG van de Commissie van 30 januari 2002 met betrekking tot de registratie van onder Richtlijn 1999/74/EG van de Raad vallende inrichtingen waar legkippen worden gehouden.
Het productschap is belast met de registratie en met de uitgifte van nummers, als bedoeld in het eerste lid.
Het Productschap Pluimvee en Eieren kan in de Verordening identificatie en registratie van pluimveebedrijven, broedeieren en levend pluimvee (PPE) 2005 bepalen dat bij overtreding van artikel 2 van die verordening tuchtrechtelijke maatregelen worden gesteld.
De Landbouwkwaliteitsregeling delegatie bevoegdheden scharreleieren wordt ingetrokken.
Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag waarop het Landbouwkwaliteitsbesluit eieren in werking treedt.
Deze regeling wordt aangehaald als: Landbouwkwaliteitsregeling delegatie bevoegdheden eieren.