Wijzigingen Officiële bron
Vrijwillige voortzetting pensioenregeling na ontslagVrijwillige voortzetting pensioenregeling na ontslag De Directeur-Generaal Belastingdienst heeft namens de Staatssecretaris van Financiën het volgende besloten.

In artikel 10a van het Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965 is aangegeven welke perioden in aanmerking worden genomen als dienstjaren dan wel als diensttijd. Ingevolge de wijziging van onderdeel c per 1 januari 2001 kunnen – onder door Onze Minister te stellen voorwaarden – perioden van ten hoogste drie jaar die direct volgen op ontslag worden aangemerkt als dienstjaren dan wel diensttijd. Daarbij is niet relevant of gedurende die perioden een loongerelateerde uitkering wordt ontvangen. Met deze regeling is beoogd ex-werknemers die na beëindiging van een dienstbetrekking niet elders in dienstbetrekking gaan werken, maar bijvoorbeeld een eigen onderneming starten, gedurende een periode van ten hoogste drie jaar direct volgend op de beëindiging van de dienstbetrekking, in de gelegenheid te stellen de reeds bestaande deelname aan de pensioenregeling voort te zetten Dit besluit strekt ertoe nadere invulling te geven aan de voorwaarden waaronder vrijwillige voortzetting kan plaatsvinden. Deze voorwaarden hebben tot doel slechts die situaties waarin sprake is van een reële voortzetting van een bestaande pensioenregeling fiscaal te faciliëren.

Aan de toepassing van artikel 10a, eerste lid, onderdeel c, laatste zinsnede, van het Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965 verbind ik de volgende voorwaarden:

De premies kunnen onder die voorwaarden als negatief loon worden opgenomen in de aangifte inkomstenbelasting van het jaar van betaling.