Ministeriële regeling · BWBR0014564

Regeling uitvoering beveiliging burgerluchtvaart

Wijzigingen Officiële bron
Regeling van 3 januari 2003 houdende voorschriften voor de uitvoering van controle van personen, bagage en van vracht op luchtvaartterreinen (Regeling uitvoering beveiliging burgerluchtvaart)Regeling uitvoering beveiliging burgerluchtvaartDe Minister van Justitie, in overeenstemming met de Minister van Verkeer en Waterstaat,

Gelet op de artikelen 37g, eerste lid, 37h, eerste lid, onder c en d en vijfde lid, 37hb, onder b, 37j, tweede lid, onder f, 37k, vierde lid, 37l, tweede lid, onder b, en vierde lid, 37n, derde lid, 37o, eerste lid, 37p, tweede tot en met het zesde lid, van de Luchtvaartwet;

Besluit:

De Minister van Justitie,J.P.H.Donner

In deze regeling wordt verstaan onder:

Een onderzoek als bedoeld in artikel 37h, eerste lid, onder c en d van de wet, wordt verricht indien bij een verhoogde dreiging op grond van een risicoanalyse de Minister van Justitie daartoe beslist.

Voor bedreiging geschikte voorwerpen als bedoeld in artikel 37hb, onder b, van de wet, kunnen slechts aan boord van een luchtvaartuig worden gebracht indien deze voorwerpen:

Van de verplichting tot controle, bedoeld in artikel 37k, eerste lid, onder b, van de wet, is vrijgesteld de vracht, bedoeld in paragraaf 6.3., onderdeel 3, van de bijlage bij verordening (EG) nr. 2320/2002 en paragraaf 6.3.5. en 6.3.6. van de bijlage bij verordening (EG) 622/2003 vastgestelde goederen.

Vracht wordt op een zodanige wijze verpakt dat zonder verbreking geen gevaarlijke goederen kunnen worden toegevoegd.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling uitvoering beveiliging burgerluchtvaart.

Deze instructies zijn opgesteld ter informatie van en toepassing door u en uw medewerkers die betrokken zijn bij de voorbereiding en controle van luchtvrachtzendingen. Deze instructies zijn in overeenstemming met verordening (EG) 2320/2002 van het Europees Parlement en van de Raad tot vaststelling van gemeenschappelijke regels op het gebied van beveiliging van de burgerluchtvaart.

De toegang tot ruimtes waar luchtvrachtzendingen worden voorbereid, verpakt en/of opgeslagen wordt gecontroleerd teneinde te waarborgen dat onbevoegden geen toegang hebben tot de zendingen.

Bezoekers dienen te allen tijde te worden vergezeld in de ruimtes waar luchtvrachtzendingen worden voorbereid, verpakt en/of opgeslagen.

Alle medewerkers die worden aangesteld en toegang zullen hebben tot luchtvracht dienen te worden gecontroleerd op hun integriteit. Deze verificatie omvat ten minste een identiteitscontrole en een controle van het curriculum vitae en/of verstrekte referenties.

Alle medewerkers die toegang hebben tot de luchtvracht dienen te worden gewezen op hun verantwoordelijkheden op het gebied van de veiligheid zoals omschreven in deze instructies.

Er dient ten minste een persoon te worden aangewezen die verantwoordelijk is voor de uitvoering van en controle aan de hand van deze instructies (aangewezen verantwoordelijke).

Luchtvrachtzendingen mogen geen verboden artikelen bevatten, tenzij deze naar behoren zijn aangegeven en onderworpen worden aan de toepasselijke wet- en regelgeving (zie bijgevoegde lijst).

Luchtvrachtzendingen dienen te zijn beveiligd tegen manipulatie door onbevoegden.

Luchtvrachtzendingen dienen adequaat te zijn verpakt en waar mogelijk te zijn voorzien van een verzegelde sluiting (‘tamper-evident closure’).

Alvorens aan boord te worden geplaatst dienen luchtvrachtzendingen volledig te worden beschreven op de bijgevoegde documenten, met inbegrip van de correcte adressering.

Indien de expediteur verantwoordelijk is voor het transport van luchtvrachtzendingen, dienen de zendingen te zijn beveiligd tegen manipulatie door onbevoegden.

Geconstateerde onregelmatigheden ten opzichte van deze instructies of bij verdenking daarvan dienen te worden gemeld aan de aangewezen verantwoordelijke. De aangewezen verantwoordelijke neemt passende maatregelen.

De volgende artikelen worden aangemerkt als verboden voor luchtvracht:

Explosieve of licht ontvlambare componenten die zelfstandig of in combinatie met andere voorwerpen een explosie of brand kunnen veroorzaken. Hieronder worden verstaan explosieve materialen, slagpijpjes, vuurwerk, benzine, andere brandbare vloeistoffen, munitie e.d. of een combinatie daarvan.

Bijtende of giftige stoffen, met inbegrip van gassen, al dan niet onder druk;

en

Alle soorten traangas, pepperspray en soortgelijke chemicaliën en gassen, in een pistool, een patroon of een andere houder, en andere personen uitschakelende middelen zoals elektrische wapenstokken, elektronische middelen enz.

Tenzij zij naar behoren zijn aangegeven en onderworpen worden aan de toepasselijke wet- en regelgeving.