Ministeriële regeling · BWBR0014609

Vaststellingsregeling Aanwijzingen voor convenanten 2003

Wijzigingen Officiële bron
Regeling van 21 januari 2003, tot vaststelling van de Aanwijzingen voor convenantenVaststellingsregeling Aanwijzingen voor convenanten 2003De Minister-President, Minister van Algemene Zaken,

Handelende in overeenstemming met het gevoelen van de ministerraad;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag21 januari 2003 De Minister-President, Minister van Algemene Zaken, J.P.Balkenende

Vastgesteld worden de als bijlage bij deze regeling gevoegde Aanwijzingen voor convenanten.

De regeling van de Minister-President, Minister van Algemene Zaken, van 18 december 1995, Stcrt. 249, wordt ingetrokken.

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 februari 2003.

Toelichting

Eerste lid:

De zinsnede aan het slot van dit lid ziet op bijzondere situaties waarin de aard van een bepaald convenant zich tegen onverkorte toepassing van deze aanwijzingen verzet. Een voorbeeld hiervan zijn afspraken tussen aanvrager en bevoegd gezag over de invulling van voorschriften bij een vergunning. Omdat die afspraken in vergunningvoorschriften moeten worden vastgelegd, met de daarbij behorende totstandkomingsprocedures, is toepassing van de aanwijzingen hierop niet zinvol. Een ander voorbeeld is de fiscale vaststellingsovereenkomst, waarbij belastingplichtige en belastinginspecteur zich jegens elkaar binden, ter beëindiging of ter voorkoming van onzekerheid of geschil, omtrent hetgeen tussen hen rechtens geldt.

Overigens zij er op gewezen dat op het afsluiten van convenanten altijd de algemene beginselen van behoorlijk bestuur van toepassing zijn, omdat het hierbij gaat om overheidshandelen. Bij het afsluiten van convenanten zullen met name het vertrouwensbeginsel en het zorgvuldigheidsbeginsel een grote rol spelen.

Tweede lid:

Convenanten zijn er in vele soorten en maten. Het hier omschreven begrip convenant beoogt daaraan geen inperking te geven. Ook zogenoemde bestuursakkoorden, waarbij alleen bestuursorganen partij zijn, vallen onder deze aanwijzingen. Voor de toepasselijkheid van deze aanwijzingen is niet van belang welk rechtskarakter aan een convenant kan worden toegekend (zie echter de uitzondering in het derde lid) en of het al dan niet in rechte afdwingbaar is. Met het oog daarop is in de definitie de term afspraken gebruikt, welke zowel op in rechte afdwingbare overeenkomsten als op niet-afdwingbare intentieverklaringen ziet. Ook de naam die partijen aan hun afspraken geven, is niet bepalend voor de vraag of deze aanwijzingen van toepassing zijn. Partijen zijn vrij in de keuze van de vorm waarin convenanten op schrift worden gesteld. Dit biedt de gelegenheid om de vorm af te stemmen op het onderwerp en de omstandigheden van het geval. Zo kan in sommige gevallen een briefwisseling volstaan en zal in andere gevallen aan een formeel document behoefte bestaan.

Mondelinge afspraken vallen niet onder de aanwijzingen. Vanzelfsprekend kunnen elementen van de aanwijzingen wel van belang zijn voor zulke afspraken. Afspraken van enig belang dienen in de praktijk overigens steeds op schrift te worden gesteld.

Derde lid:

Het is minder zinvol dat de bijzondere waarborgen en procedurele voorschriften die deze aanwijzingen geven van toepassing zijn op overeenkomsten die naar hun onderwerp ook door burgers onderling kunnen worden gesloten (bijvoorbeeld koop, huur, arbeidsovereenkomst en - daaraan verwant - een overeenkomst die strekt tot behoud en beheer van natuur en landschapswaarden in een bepaald gebied, de zogenoemde beheersovereenkomst). Daarom zijn dergelijke overeenkomsten van de toepassing van deze aanwijzingen uitgesloten. Daarbij moet worden vastgesteld dat er overeenkomsten zijn waarvan het onduidelijk is of ze onder de aanwijzingen vallen. Bij twijfel zouden de aanwijzingen moeten worden gevolgd, waarbij aanwijzing 1, eerste lid, uitkomst kan bieden voor eventuele onwenselijke gevolgen van toepassing.

Deze aanwijzingen worden in acht genomen door de ministers en staatssecretarissen en de onder hen ressorterende dienstonderdelen en personen, die bij de totstandkoming van convenanten zijn betrokken.

Toelichting

Deze aanwijzingen binden naar hun aard decentrale overheden en zelfstandige bestuursorganen niet. Niettemin verdient het aanbeveling dat ook zij rekening houden met deze aanwijzingen.

In dit verband wordt nog gewezen op het tussen Rijk, provincies en gemeenten gesloten Bestuursakkoord nieuwe stijl (Bans). In het kader van de uitwerking van het Bans is de handreiking 'Convenanten: naar goed gebruik' (Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Den Haag, februari 2001) opgesteld, waarbij zoveel mogelijk is aangesloten bij de Aanwijzingen voor convenanten voor het Rijk. Onderliggende gedachte van deze handreiking is onder meer om bij interbestuurlijke samenwerking te kunnen verwijzen naar een gemeenschappelijk begrippenapparaat en gedachtegoed.

Voordat wordt besloten tot het sluiten van een convenant wordt een afweging gemaakt, waarbij in elk geval aan de orde komt:

Toelichting

Onderdeel a:

Het sluiten van een convenant dient zorgvuldig afgewogen te worden, waarbij het gebruik van een convenant en andere mogelijkheden om de gekozen doelen te bereiken tegen elkaar moeten worden afgezet. Allereerst zal uiteraard moeten worden bezien of interventie door de rijksoverheid wel noodzakelijk is (onderdeel a). Indien te verwachten is dat het beoogde doel bijvoorbeeld bereikt kan worden door middel van zelfregulering binnen de betrokken sector, dient gekozen te worden voor zelfregulering in plaats van ingrijpen van de overheid door middel van een convenant. (Zie hierover ook de aanwijzingen 7 en 8 van de Aanwijzingen voor de regelgeving)

Onderdeel b:

Indien geconcludeerd wordt dat interventie door de rijksoverheid noodzakelijk is, dient zorgvuldig te worden bezien welk instrument het rijk hiervoor behoort te gebruiken. Van belang is in dit kader dat de overheid in bepaalde gevallen geen keuze heeft (onderdeel b). Het internationale of nationale recht kunnen aan het gebruik van een convenant in de weg staan. Indien bijvoorbeeld de wet een vergunning eist, kan deze niet worden vervangen door een convenant. In dergelijke gevallen maakt de wet het onmogelijk een convenant (met een dergelijke strekking) af te sluiten. Voorts kunnen het internationale recht, de Grondwet of andere wetgeving dwingen tot regelgeving. Gedacht kan bijvoorbeeld worden aan handhaving door strafrechtelijke sancties, maar ook aan de situatie waarin de wetgever heeft bepaald dat zaken bij algemene maatregel van bestuur of ministeriële regelgeving moeten worden geregeld.

Een en ander laat overigens onverlet dat, indien regelgeving op een bepaald terrein noodzakelijk is, het niet uitgesloten is dat, naast die regelgeving, convenanten worden gesloten. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan een convenant ter ondersteuning van de desbetreffende regelgeving.

Onderdeel c:

Indien ingrijpen van het rijk noodzakelijk is en het internationale of nationale recht niet dwingt tot een ander instrument dan een convenant, moet bekeken worden of een convenant het meest geschikte instrument is om het beoogde doel te bereiken. Aan de overheid kunnen immers meerdere instrumenten ter beschikking staan. Zo kan zich een situatie voordoen waarin regelgeving niet door internationale of nationale regelgeving wordt voorgeschreven, maar wel mogelijk is. In dat geval bestaat de keuze tussen het gebruik van een convenant of het tot stand brengen van regelgeving. Een ander voorbeeld waarin gekozen moet worden tussen een convenant en een ander instrument is de situatie waarin samenwerking tussen overheden beoogd wordt. In dat geval is een bestuursconvenant mogelijk, maar met gebruikmaking van een lichte vorm van een gemeenschappelijke regeling op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen kan wellicht hetzelfde doel bereikt worden.

In onderdeel c is een aantal aspecten opgenomen waarop gelet moet worden bij de keuze voor het meest geschikte instrument. Een convenant kan op het punt van vormvrijheid en flexibiliteit hoog scoren, maar bijvoorbeeld uit een oogpunt van bescherming van de betrokken belangen van derden bedenkelijk zijn. Tevens is in dit kader van belang de bereidheid van de wederpartij om een eventueel convenant na te leven. De overheid zal zich bovendien moeten overtuigen van de betrouwbaarheid van haar wederpartij. Van geval tot geval zal moeten worden bezien wat het meest gepaste instrument of de meest gepaste combinatie van instrumenten is en hoe het beste aan eisen van uitvoerbaarheid, handhaafbaarheid, rechtszekerheid, rechtsbescherming en belangenbescherming kan worden voldaan.

Bij de keuze tussen convenant of regelgeving is voorts van belang aanwijzing 6 van de Aanwijzingen voor de regelgeving. Op grond van deze aanwijzing wordt alleen besloten tot het tot stand brengen van regelgeving, indien de noodzaak daarvan is komen vast te staan. Dit betekent dat, wanneer vaststaat dat overheidsinterventie noodzakelijk is, uitsluitend voor regelgeving gekozen behoort te worden indien geen lichter instrument voorhanden is, dat even geschikt of geschikter is om het beoogde doel te bereiken. Bij de beantwoording van de vraag of sprake is van een geschikt(er) instrument moet in ieder geval worden gelet op de in onderdeel c genoemde aspecten. In dit verband zij opgemerkt dat de instrumenten regelgeving en convenant duidelijk zeer verschillende instrumenten zijn, waartussen de keuze niet onafhankelijk van de concrete situatie openstaat. Afgezien van de situatie waarin het nationale of internationale recht dwingt tot regelgeving (bijvoorbeeld bij algemeen verbindend verklaring, zie onderdeel b), kan zich ook een situatie voordoen waarin bijvoorbeeld door de omvang van de doelgroep dan wel in verband met de belangen van derden regelgeving het meest geschikte instrument is.

Overigens kunnen de instrumenten convenant en regelgeving ook gecombineerd worden. Zo kan, als vaststaat dat er wetgeving komt, een convenant worden gesloten, om vooruitlopend op die wetgeving vast resultaten te boeken dan wel door middel van een convenant de mogelijke vormgeving van wetgeving te verkennen en tegelijkertijd vast inhoudelijk resultaat te boeken. Ook is het mogelijk om, als verwacht mag worden dat bepaalde regelgeving op den duur overbodig zal worden, een convenant te sluiten om die situatie te bespoedigen en, vooruitlopend daarop, vast resultaten te behalen. Voorts bestaat, zoals hierboven al is aangegeven, de mogelijkheid om door middel van een convenant wetgeving te ondersteunen. In hoeverre bovenstaande combinaties mogelijk zijn, is uiteraard afhankelijk van de concrete omstandigheden.

Overigens zij nog opgemerkt dat ook de, in het kader van het Bans opgestelde, handreiking 'Convenanten: naar goed gebruik' (Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Den Haag, februari 2001) ingaat op de keuze tussen een convenant en andere instrumenten.

Toelichting

Tweede lid:

Bij de implementatie van EG-besluiten door zelfregulering, bijvoorbeeld convenanten, is het van belang aandacht te besteden aan de jurisprudentie van het Hof van Justitie EG met betrekking tot tijdige en juiste implementatie. Ingevolge deze rechtspraak wordt de inzet van andere instrumenten dan wet- en regelgeving als implementatie-instrument aan strikte randvoorwaarden gebonden. Uit deze rechtspraak kan worden afgeleid, dat implementatie via zelfregulering zonder wettelijke conditionering slechts toelaatbaar is voorzover er geen rechten en verplichtingen voor particulieren in het geding zijn. Indien wel rechten en verplichtingen voor particulieren in het geding zijn, dient implementatie via zelfregulering gepaard te gaan met flankerende wettelijke maatregelen. Dergelijke vangnetbepalingen, die bij het verstrijken van de implementatietermijn tot stand moeten zijn gebracht, moeten de afdwingbaarheid van de richtlijn waarborgen wanneer het convenant niet wordt nageleefd. Het verdient voorts aanbeveling, in ieder geval indien gebruik gemaakt wordt van een uitdrukkelijk in de richtlijn voorziene afwijkingsbevoegdheid maar - uit een oogpunt van rechtszekerheid en kenbaarheid - bij voorkeur ook wanneer in algemene zin geïmplementeerd wordt via zelfregulering, deze wettelijke maatregelen zodanig te formuleren dat daarin de bij het aangaan van een convenant in aanmerking te nemen aspecten en voorwaarden, alsmede de inhoud van het convenant worden gepreciseerd. De inhoud van het EG-besluit en de vormgeving en inbedding van een zelfreguleringsinstrument zijn bepalend voor de toelaatbaarheid van de wijze van implementatie in een concreet geval. Zie daartoe onder meer: HvJ EG zaak 143/83, Jur. 1985, pag. 434; zaak C-220/94, Jur. 1995, pag. I-1598 en zaak C-340/96 van 22 april 1999.

Zie hierover uitgebreider de 101 Praktijkvragen over de implementatie van EG-besluiten (Sdu Uitgevers, derde druk, Den Haag 2002).

Bij de beoordeling of een convenant in het algemeen een passend alternatief vormt voor regelgeving, worden de maatstaven van aanwijzing 3 betrokken.

Derde lid:

Aan het gebruik en de inhoud van (milieu)convenanten als implementatiemiddel is door de Commissie van de Europese Gemeenschappen en de Raad van de Europese Unie een aantal vereisten en richtsnoeren verbonden (aanbeveling van de Commissie van 9 december 1996, 96/733/EG: milieuconvenanten tot uitvoering van communautaire richtlijnen, Pb EG 1996, L 333/59 en COM. 96/561 en resolutie van de Raad van 7 oktober 1997 over milieuconvenanten, Pb EG 1997, C 321/6). Het derde lid sluit aan bij deze vereisten en richtsnoeren (zie ook aanwijzing 9 en de toelichting daarbij).

Ten aanzien van onderdeel e wordt nog opgemerkt dat indien het convenant niet integraal in de Staatscourant gepubliceerd wordt, in ieder geval de zakelijke inhoud ervan in de Staatscourant gepubliceerd moet worden. Zie hierover ook aanwijzing 25, eerste lid. Wanneer in de Staatscourant uitsluitend de zakelijke inhoud van het convenant wordt gepubliceerd, zal de tekst van het convenant niettemin elders integraal gepubliceerd moeten worden.

Vierde lid:

Bij de totstandkoming van convenanten moet rekening worden gehouden met de mogelijkheid dat over de materie die het convenant beoogt te regelen nieuwe regelgeving in EG-kader in voorbereiding is. Deze of andere ontwikkelingen in EG-kader kunnen ertoe nopen dat het convenant op termijn moet worden aangepast aan deze ontwikkelingen, of dat er flankerende wettelijke maatregelen moeten worden getroffen. In dergelijke gevallen verdient het aanbeveling om een bepaling omtrent de opzegging of wijziging van het convenant op te nemen. Zie hierover de aanwijzingen 20 en 21 en de toelichting daarbij.

Toelichting

Eerste tot en met derde lid:

Deze aanwijzing strekt ertoe te voorkomen dat het convenant zijn effect mist, doordat partijen geen zeggenschap blijken te hebben over de materie waarover afspraken worden gemaakt, of dat personen, organen of instellingen voor wie het convenant verplichtingen bevat en die voor de uitvoering van het convenant actie moeten ondernemen of besluiten moeten nemen, niet gebonden blijken te zijn. Zo kan de VNG de gemeenten niet zonder machtiging binden. Gebondenheid ontstaat door zelf of via voldoende rechtsgeldige vertegenwoordiging als partij te ondertekenen. Onder deze aanwijzing valt ook de situatie dat niet een derde als vertegenwoordiger optreedt, maar een (rechts)persoon of instelling door een eigen orgaan of werknemer wordt vertegenwoordigd.

Indien de vertegenwoordigingsbevoegdheid blijkt uit statuten of instellingsregelingen, kan worden volstaan met het verwijzen naar of het bijvoegen bij het convenant van de relevante passages of artikelen daaruit.

Bij publiekrechtelijke bestuursbevoegdheden past extra oplettendheid. Publiekrechtelijke bevoegdheden zijn bevoegdheden van bestuursorganen. Alleen zij zelf kunnen verplichtingen ter zake van hun bevoegdheden aangaan, zodat zij dan ook, al dan niet via vertegenwoordiging, partij dienen te zijn. Dit betekent dat als een convenant betrekking heeft op bijvoorbeeld de bevoegdheden van een minister, deze minister zelf partij dient te zijn. Formeel gesproken heeft de staat als rechtspersoon naar privaatrecht geen zeggenschap over publiekrechtelijke bevoegdheden van ministers of andere rijksoverheidorganen. Voorzover een convenant afspraken bevat over bevoegdheden die zijn toegekend aan ambtenaren die aan de minister hiërarchisch ondergeschikt zijn, komt de betreffende ambtenaar als partij meer in aanmerking dan de minister.

Deze aanwijzing sluit niet uit dat in een convenant afspraken worden gemaakt die betrekking hebben op bevoegdheden van organen die geen partij zijn bij het convenant. Zo is het bijvoorbeeld mogelijk dat een minister afspreekt dat hij zich zal inzetten om gemeentelijke of provinciale organen ertoe te bewegen op een bepaalde manier van hun bevoegdheden gebruik te maken.

Als principe geldt dat slechts partijen bij een convenant gebonden zijn aan de daarin neergelegde afspraken. Indien de wens bestaat om ook anderen dan partijen (bijvoorbeeld een gehele branche) aan het convenant te binden, dan dient het convenant algemeen verbindend verklaard te worden. Daartoe is een wettelijke basis vereist.

Vierde lid:

Volgens artikel 27 van de Comptabiliteitswet worden privaatrechtelijke rechtshandelingen namens de staat in het algemeen verricht door de betrokken ministers of, krachtens algemene of bijzondere volmacht, namens deze. Hoewel het in de rechtspraktijk niet tot problemen hoeft te leiden als het niet gebeurt, verdient het aanbeveling bij convenanten die tevens afspraken over publiekrechtelijke bevoegdheden van een of meer ministers bevatten, tot uitdrukking te brengen dat de minister(s) in dubbele hoedanigheid partij is (zijn): namelijk als vertegenwoordiger van de staat en als bestuursorgaan. Afspraken tussen organen van de staat zullen overigens niet namens de staat gemaakt kunnen worden. De staat kan immers niet partij en wederpartij tegelijk zijn. Deze aanwijzing ziet daar dan ook niet op.

Voorbeelden

Toelichting

Eerste lid:

Een toetredingsregeling maakt het mogelijk een convenant een groter bereik te geven. Indien het niet uitgesloten is dat conflicten over toetreding ontstaan, verdient het aanbeveling te overwegen of terzake een regeling moet worden getroffen, bijvoorbeeld door te voorzien in de mogelijkheid van arbitrage of bindend advies.

Tweede lid:

Het tweede lid van deze aanwijzing refereert aan de eisen die het gelijkheidsbeginsel aan elk overheidsoptreden stelt. Indien de overheid een convenant sluit met wederpartijen, dienen in beginsel anderen die in gelijke positie verkeren onder gelijke omstandigheden tot het convenant te kunnen toetreden. Individuele convenanten tussen de rijksoverheid en één wederpartij (bijvoorbeeld een minister en een enkel bedrijf) lenen zich veelal niet voor toetreding door anderen. In die gevallen brengt het gelijkheidsbeginsel mee dat anderen die in dezelfde omstandigheden verkeren de mogelijkheid om ook een convenant te sluiten niet wordt onthouden.

Voorbeeld toetredingsregeling

Toelichting

Eerste en tweede lid:

Rechten en verplichtingen van partijen over en weer dienen zo helder mogelijk te zijn. Wat de inhoud van een convenant ook moge zijn, van groot belang is dat partijen helder en duidelijk zijn over hun bedoelingen en verwachtingen. Een preambule in of een toelichting bij het convenant met daarin de overwegingen waarom en de doelen waartoe het convenant gesloten wordt, kan een belangrijk hulpmiddel zijn bij de interpretatie van het convenant. Dit sluit overigens niet uit dat in een inleidende bepaling van het convenant de doelstellingen van het convenant worden neergelegd.

Vooral bij convenanten die worden gesloten met het oog op kwantitatieve resultaten die op langere termijn moeten worden bereikt, verdient het aanbeveling een fasering in de doelen te overwegen. Er kunnen dan ijkmomenten worden ingebouwd die een aangrijpingspunt vormen voor een tussentijdse beoordeling en eventuele aanpassing van het convenant.

Opstellers van convenanten dienen zich bewust te zijn van het verschil tussen de bindendheid en de in rechte afdwingbaarheid van de afspraken en het verschil tussen inspannings- en resultaatsverplichtingen. In convenanten neergelegde afspraken zijn altijd bindend. Dit houdt in dat partijen gehouden zijn deze afspraken na te komen. Het is echter de vraag of deze afspraken ook in rechte afdwingbaar zijn. Partijen moeten afspreken in hoeverre afspraken in rechte afdwingbaar zijn. In dat verband zij opgemerkt dat resultaatsverplichtingen zich beter in rechte laten afdwingen dan inspanningsverplichtingen. Bij resultaatsverplichtingen ('binnen drie jaar wordt het verbruik van x met y verminderd') levert reeds het niet bereiken van een bepaald resultaat een tekortkoming in de nakoming op. Bij inspanningsverplichtingen ('partijen spannen zich in binnen drie jaar het verbruik van x met y te verminderen') bestaat er pas een tekortkoming in de nakoming wanneer er onvoldoende zorg is betracht. Het vastleggen van afspraken in een convenant in de vorm van inspanningsverplichtingen zal daarom in de praktijk vaak ertoe leiden dat partijen minder snel (met succes) tot afdwinging over zullen gaan. Zie hierover ook aanwijzing 16.

Derde lid:

Deze terughoudendheid is niet alleen van belang met het oog op het voorkomen van het jegens de wederpartij opwekken van verwachtingen die later niet waargemaakt kunnen worden, maar ook met het oog op het overleg dat een bewindspersoon met de overige partners in het wetgevingsproces moet voeren. De druk van in een convenant gedane toezeggingen kan de verhoudingen in dit overleg beïnvloeden.

Vierde lid:

Het vierde lid laat onverlet dat doublures met wettelijke definitiebepalingen moeten worden voorkomen.

Voorbeeld

In dit convenant (en de daarbij behorende bijlagen) wordt (mede) verstaan onder ...: ...

De financiële consequenties van een convenant worden bij voorkeur gebundeld in een financiële paragraaf.

Toelichting

Het komt regelmatig voor dat in een convenant afspraken worden neergelegd over de besteding van gelden ten behoeve van de uitvoering van de gemaakte afspraken. Mede in het kader van de controleerbaarheid van de besteding van de gelden is het noodzakelijk dat deze afspraken zoveel mogelijk gebundeld worden opgenomen in een convenant, bij voorkeur in een financiële paragraaf.

Het is echter mogelijk dat afspraken over de besteding van gelden zodanig zijn verbonden met andere convenantsafspraken, dat zij zich minder goed lenen voor een centrale opname in een afzonderlijke financiële paragraaf. In een dergelijk geval kan van een financiële paragraaf worden afgezien.

Toelichting

Eerste lid, onderdeel a:

Hoewel de eis dat een convenant niet in strijd met nationaal of internationaal recht mag zijn vanzelfsprekend lijkt, wordt daar in de convenantspraktijk niet altijd even goed op gelet. Een voorbeeld daarvan is het in 1991 gesloten convenant tussen het Hoogheemraadschap van Delfland en het Landbouwschap inzake vergunningen op grond van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren (Wvo), waarin de wettelijk vereiste vergunning voor lozingen van ongeveer 4000 tuinders werd ingeruild voor vrijwillige afspraken over lozingsreductie. Dit convenant is door gedeputeerde staten van Zuid-Holland vernietigd wegens strijd met de wet: de Wvo eist nu eenmaal een vergunning en die wet kan niet bij convenant opzij gezet worden. Beoordeeld moet worden of beschikbare publiekrechtelijke wegen behoren te worden benut, omdat niet-benutting zou kunnen leiden tot doorkruising van publiekrechtelijke regelingen.

Wat betreft de verenigbaarheid met internationaal recht kan onder meer worden gewezen op de artikelen 28, 49, 81 en 82 EG. Artikel 28 verbiedt kwantitatieve invoerbeperkingen en maatregelen van gelijke werking, artikel 49 ziet op het vrij verkeer van diensten in de Europese Gemeenschappen, en de artikelen 81 en 82 bevatten onder meer een verbod tot kartelvorming en misbruik van machtspositie op de gemeenschappelijke markt. Voorts dienen de ter zake van het onderwerp van het convenant geldende EG-richtlijnen en -verordeningen in acht te worden genomen. Voorts zij er op gewezen dat bij convenant geen bestuursbevoegdheden kunnen worden toegekend of overgedragen, indien een wettelijke basis voor attributie of delegatie ontbreekt.

Zie in verband met dit onderdeel ook aanwijzing 4, vierde lid.

Eerste lid, onderdeel b:

Er dient zoveel mogelijk voor gewaakt te worden dat de overheid afspraken aangaat waarvan achteraf blijkt dat die niet nagekomen kunnen worden. Daarmee komt immers de betrouwbaarheid van de overheid als convenantspartij op het spel te staan, hetgeen fnuikend is voor het verdere gebruik van convenanten. Indien voor de realisering van de afspraken besluitvorming of anderszins medewerking van derden, die niet door het convenant gebonden worden, nodig is (bijvoorbeeld instemming van vertegenwoordigende organen of ministerraad of het nemen van een besluit door of de goedkeuring van een ander bestuursorgaan), kunnen afspraken daaromtrent niet verder gaan dan de bevoegdheden die partijen bij het convenant hebben ter bevordering van de totstandkoming van de gewenste medewerking. Zo kan een minister niet toezeggen dat er wetten in formele zin of algemene maatregelen van bestuur komen, worden gewijzigd of ingetrokken, maar hij kan wel afspreken dat hij de totstandkoming zal bevorderen, waarbij 'bevorderen' ziet op indiening van een voorstel bij de ministerraad. Denkbaar is ook dat een minister een verplichting aangaat onder ontbindende voorwaarden, bijvoorbeeld de voorwaarde dat de Staten-Generaal instemmen met (het afsluiten van) het convenant. De term 'draagt zorg voor' is voor tweeërlei uitleg vatbaar en moet daarom in dit verband worden vermeden.

Eerste lid, onderdeel c:

Bij afspraken over het gebruik van publiekrechtelijke bevoegdheden dient er goed op te worden gelet dat de afspraken de grenzen van de wettelijke beleidsvrijheid van de betrokken bestuursorganen niet te buiten gaan. Dit onderdeel wijst daar nog eens uitdrukkelijk op.

Derde lid, onderdeel a:

Het Europees aanbestedingsrecht wordt beheerst door vier EG-richtlijnen: de richtlijnen inzake aanbestedingen voor leveringen, werken, nutssectoren en diensten (respectievelijk de nrs. 93/36, 93/37 en 93/38, d.d. 9 augustus 1993 (PbEG L 199) en 92/50, d.d. 24 juli 1992 (PbEG L 209)). Deze richtlijnen zijn geïmplementeerd door middel van de Raamwet EEG-voorschriften aanbestedingen en daaronder hangende besluiten. Deze richtlijnen hebben tot doel de markt van overheidsopdrachten in de Europese Gemeenschappen te openen. Een aanbestedende overheid die van plan is een opdracht voor een werk, levering of dienst te verlenen, is in principe verplicht, wanneer deze opdracht het drempelbedrag van de betreffende richtlijn overschrijdt, het voornemen daartoe kenbaar te maken. Door deze aankondiging raken alle bedrijven binnen de Europese Gemeenschappen van het voornemen op de hoogte en kunnen zij bij de aanbestedende overheid hun interesse in de opdracht kenbaar maken. Ook bij het sluiten van convenanten kunnen overheden die partij zijn bij het convenant te maken krijgen met de aanbestedingsrichtlijnen. Convenanten bevatten immers geregeld ook privaatrechtelijke afspraken (schriftelijke overeenkomsten onder bezwarende titel), waarmee bedragen gemoeid kunnen zijn die boven de drempelbedragen van de richtlijnen uitkomen. Men kan daarbij denken aan de situatie waarin de rijksoverheid, een aantal lagere overheden en aannemers betrokken zijn bij een convenant over de aanleg van infrastructurele werken. Indien de afspraken onder de (nationale en Europese) aanbestedingsregels vallen moet de procedure van de richtlijnen worden gevolgd alvorens het convenant kan worden gesloten.

Derde lid, onderdeel b:

De bepalingen in het EG-verdrag met betrekking tot mededinging zijn primair bedoeld voor ondernemingen. Ook de overheid kan door deze voorschriften worden geraakt, wanneer zij partij is bij een convenant. Artikel 81, eerste lid, EG verbiedt alle overeenkomsten tussen ondernemingen, alle besluiten van ondernemersverenigingen en alle onderling afgestemde feitelijke gedragingen welke de handel tussen lidstaten ongunstig kunnen beïnvloeden en ertoe strekken of ten gevolge kunnen hebben dat de mededinging binnen de gemeenschappelijke markt wordt verhinderd en met name die welke bestaan in de in dit artikellid nader genoemde gedragingen. Het verdrag noemt met name overeenkomsten die inhouden dat de productie, de afzet of de investeringen worden beperkt of gecontroleerd en overeenkomsten die betrekking hebben op het verdelen van (afzet)markten.

Artikel 82 EG verbiedt het misbruik maken van een machtspositie op de gemeenschappelijke markt of op een wezenlijk deel daarvan door één of meer ondernemingen, voorzover de handel tussen lidstaten daardoor ongunstig kan worden beïnvloed. Dit geldt met name voor de in dat artikel genoemde handelingen.

Het sluiten van convenanten waarbij de overheid partij is, kan mededingingsrechtelijke aspecten hebben. Te denken valt aan de situatie waarin de overheid in het kader van een convenant met een branche afspreekt dat bedrijven een maximale hoeveelheid van een product produceren (bijvoorbeeld om de afvalemissie die met deze productie gepaard gaat beperkt te houden). Los van de ontheffingsmogelijkheden die op grond van het derde lid van artikel 81 geboden worden, kan het hierbij om een verboden afspraak gaan.

De overheid moet zich bij het opstellen van convenanten overigens niet alleen nadrukkelijk de vraag stellen of bij de te maken afspraken Europese mededingingsrechtelijke aspecten betrokken zijn, maar ook nationale (Mededingingswet).

Derde lid, onderdeel c:

In convenanten kunnen afspraken worden neergelegd die door partijen na te leven normen en technische voorschriften in de zin van de zogenoemde notificatierichtlijn inhouden (richtlijn nr. 98/34/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 22 juni 1998 betreffende een informatieprocedure op het gebied van normen en technische voorschriften en regels betreffende de diensten van de informatiemaatschappij (PbEG L 204), zoals gewijzigd bij richtlijn nr. 98/48/EG van 20 juli 1998 (PbEG L 217)). Dergelijke convenanten vallen in beginsel onder de werkingssfeer van (artikel 1, onder 11, van) die richtlijn. Ook daarbuiten kunnen convenanten notificatieplichtig zijn, namelijk op grond van andere EG- of andere internationale verplichtingen. Een voorbeeld hiervan vormen bepalingen die leiden tot staatssteun (artikelen 87 en 88 EG).

Vierde lid:

In het vierde lid worden de in de Aanwijzingen voor de regelgeving neergelegde aanwijzingen met betrekking tot notificatie van overeenkomstige toepassing verklaard.

Toelichting

Eerste lid:

Het eerste lid volgt uit artikel 3:4 van de Algemene wet bestuursrecht. Op grond van dat artikel dienen bestuursorganen bij hun besluitvorming de verschillende bij een besluit betrokken belangen te betrekken. Op grond van artikel 3:1, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht, is artikel 3:4 van die wet ook van toepassing op convenanten.

Convenantsverplichtingen als zodanig kunnen zich alleen tot de partijen bij dat convenant richten.

Tweede lid:

Op grond van artikel 3:1, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht zijn de inspraak- en adviesbepalingen van die wet van overeenkomstige toepassing op onder andere convenanten. Dit betekent onder andere dat het betrokken bestuursorgaan kan besluiten de openbare voorbereidingsprocedure van afdeling 3.4 van die wet van toepassing te verklaren bij de voorbereiding en sluiting van een convenant.

In het convenant wordt, voorzover nuttig en mogelijk, aangegeven welke belangen bij de totstandkoming van het convenant zijn meegewogen en op welke wijze dit is geschied.

Toelichting

Deze belangenafweging kan in de overwegingen of een toelichting worden opgenomen. In het convenant wordt daarbij ook aangegeven dat de belangen van derden zijn meegewogen en op welke wijze dat is gebeurd. De afweging laat overigens onverlet dat bij het daadwerkelijk gebruik van de met het convenant toegekende publiekrechtelijke bevoegdheden opnieuw een zorgvuldige belangenafweging plaatsvindt.

Overwogen wordt of in het convenant een regeling wordt opgenomen voor een uitvoeringsorganisatie.

Toelichting

Indien een convenant complexe verplichtingen bevat die bijvoorbeeld door een groot aantal partijen moeten worden uitgevoerd, kunnen partijen de feitelijke uitvoering van die verplichtingen in handen leggen van bijvoorbeeld een stuurgroep of een werkgroep. Hierover kan het convenant bepalingen bevatten, waarmee feitelijk een regeling voor een uitvoeringsorganisatie wordt geboden.

Voorbeelden uitvoeringsorganisatie

Indien in een convenant afspraken zijn opgenomen over het gebruik van publiekrechtelijke bevoegdheden waarvoor regels van inspraak of advisering gelden, wordt met deze regels bij de uitvoering van het convenant rekening gehouden.

Toelichting

Indien ten aanzien van publiekrechtelijke besluiten, die ter uitvoering van het convenant moeten worden genomen, inspraak- of adviesprocedures gelden, dienen partijen er rekening mee te houden dat die besluiten misschien uiteindelijk anders komen te luiden dan was afgesproken. Een convenant mag en kan er niet aan in de weg staan dat wettelijk voorziene inspraak- of adviesprocedures worden doorlopen en ook volwaardig effect hebben.

Overwogen wordt of in het convenant wordt bepaald dat de uitvoering ervan gedurende de looptijd dan wel een deel daarvan wordt gevolgd en gemeten.

Toelichting

Met name bij langlopende convenanten is het nuttig om de naleving ervan te meten gedurende de looptijd. In de praktijk wordt deze vorm van meten ook wel 'monitoren' genoemd. De resultaten van deze metingen kunnen aanleiding zijn om de activiteiten tussentijds bij te sturen en wellicht zelfs om gemaakte afspraken aan te passen. Een en ander kan een belangrijke bijdrage leveren aan het behalen van de doelstellingen van het convenant en kan voorts een bijdrage leveren aan een goede uitvoering van een eventuele evaluatie.

Voorbeeld

Gedurende de looptijd van het convenant meet ... overeenkomstig ... de voortgang van de uitvoering van het convenant. Eenmaal per ... stelt ... hiervan een verslag op. Dit verslag wordt (binnen .../vóór ....) aangeboden aan ...

Overwogen wordt of in het convenant de wijze van verslaglegging wordt bepaald.

Toelichting

Met name bij convenanten die een monitoringsregeling bevatten, vormt de verslaglegging het sluitstuk van de convenantsafspraken. Ook bij overige convenanten kan verslaglegging dermate van belang zijn dat partijen daarover afspraken wensen vast te leggen. Zo kan het bij een convenant dat een langere looptijd heeft, aangewezen zijn dat partijen periodiek gegevens over de voortgang in een verslag vastleggen. Op die wijze kunnen partijen ook naar derden verantwoording afleggen over de activiteiten. Tenslotte kan verslaglegging een belangrijke rol spelen bij een goede uitvoering van een eventuele evaluatie.

Voorbeeld

Na afloop van ... stelt ... overeenkomstig ... een verslag op van de uitvoering van het convenant en van de behaalde resultaten. Dit verslag wordt (binnen .../vóór ...) aangeboden aan ...

Toelichting

Eerste lid:

In een convenant neergelegde rechten en verplichtingen zijn bindend en, wanneer daaromtrent niets is geregeld, (in rechte) afdwingbaar. Zie daarover de toelichting op aanwijzing 7, eerste en tweede lid.

Indien partijen echter geen afdwingbaarheid in rechte beogen, dient in het convenant, bijvoorbeeld in een expliciete bepaling, uitdrukkelijk te worden bepaald dat men met het convenant, of gedeelten daarvan, geen afdwingbare afspraken heeft beoogd. In dat geval willen partijen met het convenant een zogenoemd herenakkoord (gentlemen's agreement) sluiten.

Voorbeelden bij het eerste lid

Tweede lid:

Geschillen omtrent niet of ondeugdelijke nakoming van het convenant kunnen, indien het convenant daaromtrent niets bepaalt, in beginsel langs twee wegen aan rechterlijke toetsing worden onderworpen. Allereerst kan op grond van het burgerlijk recht een vordering tot nakoming, schadevergoeding of ontbinding wegens niet-nakoming worden ingediend of een actie uit onrechtmatige daad worden gestart bij de burgerlijke rechter. In de tweede plaats kan een geschil uitmonden in de vraag of de overheidspartij terecht een bestuursbesluit heeft genomen. Staat tegen een besluit beroep open bij een administratieve rechter, dan kan in die procedure het niet nakomen van afspraken aan de orde komen. Gezien de jurisprudentie van de Hoge Raad over de terugtred van de burgerlijke rechter waar de administratieve rechter rechtsmacht is toegekend, zal in concreto overigens steeds één rechtsgang openstaan.

Het is niet nodig om bij een gewoon beroep op de rechter daarover een bepaling op te nemen in het convenant.

Verder is het ook mogelijk om anders dan via de burgerlijke rechter geschillen te beslechten of op te lossen. Indien partijen een bijzondere wijze van geschilbeslechting of geschiloplossing wensen, moeten zij die in het convenant regelen. Gedacht kan worden aan arbitrage, bindend advies of mediation.

Voorbeelden bij het tweede lid

Bedacht moet worden dat arbitrage niet uitsluit dat een rechter zich in kort geding bevoegd verklaart (voorzieningenrechter). Uitsluiting van de voorzieningenrechter is niet wenselijk, omdat anders geen voorlopige voorzieningen getroffen kunnen worden. Evenzo sluit voorbeeld 1 niet uit dat de voorzieningenrechter in een ander arrondissement zich toch bevoegd acht.

De geschillenregelingen van de voorbeelden 3 tot en met 6 kunnen worden aangevuld met een overlegregeling zoals in voorbeeld 2 is opgenomen. Daarbij kan (zoals in milieuconvenanten regelmatig voorkomt) bijvoorbeeld bepaald worden dat het overleg plaatsvindt in een door partijen bij het convenant ingestelde commissie, werkgroep, overleggroep of dergelijke.

Derde lid:

Convenanten hebben tot doel in onderling overleg en samenwerking tot bepaalde resultaten te komen. Het past vaak beter bij de sfeer waarin convenanten worden gesloten om geschillen in eerste instantie in onderling overleg tussen partijen op te lossen.

Overwogen wordt of het wenselijk is in het convenant specifieke maatregelen op te nemen ter bevordering van de naleving.

Toelichting

Een convenant kan zelf in een handhavingsysteem voorzien door opneming van specifieke maatregelen. Zo kan een boetebeding worden opgenomen of kan worden bepaald dat de overheid eenzijdige, eventueel van het convenant afwijkende, maatregelen of besluiten kan nemen of dat partijen bij niet-nakoming tot eenzijdige opzegging kunnen overgaan. Voorbeeld van een andersoortige maatregel is een bepaling in een afdrachtenovereenkomst tussen minister en private partijen tot oprichting van een financieringsfonds, waarbij wordt bepaald dat als een leverancier niet voldoet aan zijn afdrachtverplichting aan dat fonds, zijn naam bekend zal worden gemaakt.

Bij boetebedingen past oplettendheid, met name in verband met artikel 6:92 BW, dat bepaalt dat geen nakoming kan worden gevorderd van zowel het boetebeding als de verbintenis waaraan het boetebeding is gebonden en voorts dat de boete in de plaats treedt van eventueel verschuldigde schadevergoeding. Artikel 6:92 BW bevat regelend recht en moet bij een boetebeding ten laste van de wederpartij worden weggeschreven.

Voorbeeld

Toelichting

Eerste en tweede lid:

Evaluatie biedt de mogelijkheid een convenant, gelet op de doelen en verwachtingen, op zijn effect te toetsen en kan aanknopingspunten bieden voor eventuele wijziging van een convenant of het sluiten van een nieuw convenant. De evaluatie kan door (één van de) partijen zelf worden uitgevoerd, maar kan bijvoorbeeld (zoals in veel milieuconvenanten) ook worden opgedragen aan een door partijen in het leven geroepen commissie, stuur- of werkgroep of aan een derde (bijvoorbeeld onafhankelijke deskundigen of een onafhankelijke instantie). Voorts is het denkbaar dat in een convenant voor partijen rapportageverplichtingen zijn opgenomen terzake van de uitvoering van het convenant (zie aanwijzing 15). Denkbaar is dat een door partijen in te stellen commissie of een derde de werking van het convenant beoordeelt aan de hand van die rapporten en daarover verslag uitbrengt en eventueel voorstellen voor wijziging doet. Een evaluatieregeling die voorziet in evaluatie op een bepaald moment sluit overigens niet uit dat partijen daarnaast afspreken om periodiek overleg te plegen over de voortgang en uitvoering van het convenant. Partijen kunnen daarbij overwegen om een commissie, een stuurgroep of een derde (bijvoorbeeld een stichting) te belasten met de controle op de uitvoering van het convenant aan de hand van rapportages.

Voorbeelden bij het eerste lid

Derde lid:

In het convenant kunnen de vervolgactiviteiten van de evaluatie geregeld worden, bijvoorbeeld door te bepalen dat partijen binnen een bepaalde termijn na de evaluatie in overleg treden over het treffen van nadere maatregelen of wijziging of beëindiging van het convenant. Daarbij kan bepaald worden dat degene die de evaluatie uitvoert daartoe voorstellen kan doen.

Toelichting

Eerste lid:

Over de begin- en einddatum van een convenant mag geen onduidelijkheid bestaan. Een convenant voor bepaalde tijd heeft in beginsel de voorkeur boven een convenant voor onbepaalde tijd. Partijen dwingen zich zodoende ertoe zich te bezinnen op de vraag of een convenant nog wel moet worden voortgezet. Wordt een convenant toch voor onbepaalde tijd aangegaan, dan zou in ieder geval moeten worden voorzien in een opzeggingsregeling en bij voorkeur ook in een regeling voor onvoorziene omstandigheden en evaluatie (zie aanwijzingen 18, 20 en 21).

Ambtsopvolgers van bewindspersonen zijn gebonden aan de door hun ambtsvoorgangers gesloten convenanten. In verband daarmee is terughoudendheid gewenst ten aanzien van het sluiten van convenanten waarvan de looptijd langer is dan de normale zittingsduur van een kabinet.

De duur van een convenant kan ook uitdrukkelijk gekoppeld worden aan een kabinetsperiode, zoals veelal bij de bestuursakkoorden tussen het Rijk en de VNG en IPO gebeurt.

Indien partijen afspraken maken die betrekking hebben op een reeds verstreken periode, buigen zij zich nadrukkelijk over de vraag in hoeverre hierdoor belangen van derden worden geschaad. Zonodig wordt hieraan aandacht besteed in (de toelichting bij) het convenant.

Voorbeelden

Tweede lid:

Het tweede lid van deze aanwijzing ziet met name op convenanten die gesloten worden vooruitlopend op (de voorbereiding van) nieuwe regelgeving of de intrekking van bestaande regelgeving, waarbij het de bedoeling is dat het convenant vervalt op het moment dat de regelgeving in werking treedt of wordt ingetrokken. In dat geval dienen partijen helder voor ogen te hebben om welke regelgeving het gaat. Het is aan te bevelen om in dergelijke gevallen een regeling voor onvoorziene omstandigheden op te nemen (zie aanwijzing 21, tweede lid), bijvoorbeeld voor het geval de bedoelde wettelijke regeling niet of niet tijdig tot stand komt.

Voorbeeld

Dit convenant treedt in werking ... (zie voorbeeld 1 bij het eerste lid) en eindigt met ingang van het tijdstip waarop de wettelijke regeling, bedoeld in ... (of: betreffende ...) in werking treedt (of: vervalt).

Derde lid:

Het verdient aanbeveling nadrukkelijk te bepalen of verlenging van het convenant mogelijk is. Bepaald kan worden dat een convenant na het einde van de looptijd stilzwijgend voor bepaalde of onbepaalde tijd wordt verlengd. Bepaald kan ook worden dat eerst na overleg en overeenstemming tussen partijen het convenant kan worden verlengd.

Voorbeelden

Toelichting

Eerste lid:

Indien partijen duidelijk voor ogen hebben in welke gevallen kan worden opgezegd, wordt dat duidelijk geregeld. Deze gevallen behoeven overigens niet per definitie voor alle partijen dezelfde te zijn. De situatie dat nakoming van verplichtingen een partij ernstig in problemen brengt of gewijzigde inzichten of omstandigheden (zie aanwijzing 21) kunnen grond voor opzegging vormen. Wat betreft de procedure kan gedacht worden aan zaken als de eis van een schriftelijke, aangetekende mededeling aan de overige partijen, eventueel gekoppeld aan een overlegverplichting, alsmede een opzegtermijn.

Voorbeelden

Deze bepalingen kunnen zowel in een convenant voor onbepaalde duur als in een convenant voor bepaalde duur worden opgenomen. In dat laatste geval verdient het aanbeveling steeds 'tussentijds' in de tekst van de opzeggingsbepaling in te voegen.

Derde lid:

Met het eerste lid is niet bedoeld dat er altijd een regeling wordt geschapen waardoor een convenant zonder meer geheel wordt beëindigd wanneer er één partij 'uit de afspraken stapt' en er voldoende partijen overblijven om het convenant (eventueel in gewijzigde vorm) voort te zetten. Er kan dus zowel sprake zijn van convenanten die hun bestaansrecht per definitie verliezen bij het uittreden van een (bepaalde) partij, als van convenanten die van kracht kunnen blijven bij het uittreden van een (bepaalde) partij. Het verdient aanbeveling dit aspect expliciet in het convenant te regelen.

Voorts kan wat betreft het regelen van de gevolgen worden gedacht aan zaken als een heronderhandelingsplicht voor alle of de overblijvende partijen, een regeling omtrent schadevergoeding, nakoming van verplichtingen door de overblijvende partijen of totale beëindiging van het convenant. Zo kan bepaald worden dat als gevolg van de opzegging partijen tot generlei verdere samenwerking meer zijn gehouden en dat geen van de partijen op enigerlei wijze tot schadevergoeding gehouden zal zijn.

Voorbeelden

Toelichting

Eerste lid:

Afwijkingsmogelijkheden kunnen verband houden met gewijzigde omstandigheden. Zo bevatte het Bestuursakkoord Rijk-VNG 1990 een bepaling waarin is geregeld dat indien één van beide partijen van oordeel is dat gewijzigde omstandigheden ertoe nopen van het convenant af te wijken, dat niet geschiedt dan nadat de andere partij daarvan op de hoogte is gesteld en partijen daarover overleg hebben gevoerd.

Tweede lid:

Daarnaast dienen partijen na te denken over de vraag of een regeling nodig is voor het geval andere, onvoorziene omstandigheden opkomen. Voor convenanten die als privaatrechtelijke overeenkomst aangemerkt kunnen worden, biedt artikel 6:258 BW bij onvoorziene omstandigheden in beginsel voldoende soelaas. Op grond van dit artikel kan de rechter op verzoek van een partij de gevolgen van een overeenkomst wijzigen of de overeenkomst geheel of gedeeltelijk ontbinden op grond van onvoorziene omstandigheden. Gelijke bevoegdheid hebben in beginsel ook arbiters.

Voorbeelden

Derde lid:

De overheidspartij kan zich met het sluiten van een convenant niet aan haar bijzondere verantwoordelijkheid voor de bescherming van algemene of bijzondere beschermingswaardige belangen onttrekken. Partijen dienen daar bij het totstandkomen van een convenant uitdrukkelijk rekening mee te houden. Indien de overheidspartij zich genoodzaakt ziet eenzijdige afwijkende maatregelen te treffen zonder dat een convenant daar rekening mee heeft gehouden, kan dat immers aanleiding zijn voor schadevergoedingsacties. Deze kunnen echter in belangrijke mate worden vermeden als in het convenant een en ander uitdrukkelijk wordt geregeld.

Ook moet in voorkomende gevallen rekening worden gehouden met de noodzaak tot wijzigingen in verband met ontwikkelingen in EG-kader (zie ook aanwijzing 4, vierde lid).

Vierde lid:

Ook los van de gevallen die zijn bedoeld in het tweede lid, kan het aangewezen zijn om een regeling in het convenant op te nemen die het mogelijk maakt het convenant gedurende de looptijd te wijzigen.

Voorbeeld:

Bij de voorbereiding van een convenant wordt met het oog op toetsing aan deze aanwijzingen de in aanmerking komende juridische afdeling van het departement tijdig betrokken.

Toelichting

Deze betrokkenheid, die plaatsvindt voordat het convenant tot stand komt en ondertekend wordt, dient ter bevordering van de rechtmatigheid en kwaliteit van convenanten. Deze taak zal in beginsel door de centrale juridische afdeling van het departement worden verricht. In voorkomend geval kan het ook een decentrale juridische afdeling zijn, mits daarmee een voldoende toets gewaarborgd is.

De juridische afdeling dient het convenant te toetsen aan de Aanwijzingen. Daarbij dient zij onder meer aandacht te besteden aan de vraag of notificatie van het convenant moet plaatsvinden en of bij het convenant mededingingsrechtelijke of aanbestedingsrechtelijke aspecten zijn betrokken (zie aanwijzing 9, derde lid).

De juridische afdeling moet tijdig bij de voorbereiding worden betrokken. Dat wil zeggen dat het concept van het convenant wordt voorgelegd in een fase waarin nog wijzigingen kunnen worden aangebracht.

Indien enige twijfel bestaat over de verenigbaarheid van een convenant met het EG-recht, verdient het aanbeveling het convenant vóór ondertekening ter beoordeling voor te leggen aan de Commissie van de Europese Gemeenschappen, een en ander onverminderd de op grond van het EG-Verdrag of andere EG-besluiten bestaande verplichtingen tot aanmelding van nationale en implementatiemaatregelen.

Toelichting

Ter vermijding van problemen met 'Brussel' verdient een voorafgaand contact met de Commissie van de Europese Gemeenschappen aanbeveling. Hierbij kan onder meer gedacht worden aan steun- en notificatiemeldingen (zie ook aanwijzing 9). Alvorens de Commissie in te schakelen wordt eerst zo veel mogelijk getracht op nationaal niveau duidelijkheid te verkrijgen. Dit mede om vertraging in de totstandkoming door voorlegging aan de Commissie zoveel mogelijk te beperken. Zie hierover ook § 8.6 van de Aanwijzingen voor de regelgeving.

Toelichting

Eerste lid:

Op grond van artikel 4, tweede lid, aanhef en onder d, van het Reglement van orde voor de ministerraad beraadslaagt de ministerraad over het bekendheid geven aan beleidsvoornemens, in welke vorm dan ook, die van invloed kunnen zijn op de positie van het kabinet, of die belangrijke financiële consequenties kunnen hebben, alsook over beleidsvoornemens van een minister die het beleid van andere ministers kunnen raken en waarover het bereiken van overeenstemming niet mogelijk is gebleken. In lijn daarmee dienen ook conceptconvenanten die binnen deze criteria vallen in de ministerraad aan de orde te worden gesteld.

Tweede lid:

Het sluiten van een convenant is een bestuursdaad waarvoor de minister op de gebruikelijke wijze door de Staten-Generaal achteraf ter verantwoording kan worden geroepen. Juridisch gezien kan een minister de wetgever ook niet binden: hij is niet de wetgever. Wat dat aangaat is er geen verschil met andere bestuursdaden en is er in beginsel geen aanleiding de Staten-Generaal vooraf bij het sluiten van een convenant te betrekken. Niettemin kunnen er bijzondere redenen zijn om de Staten-Generaal erbij te betrekken, bijvoorbeeld wanneer met een convenant nieuw beleid wordt ingezet, wanneer een convenant een politiek gevoelig onderwerp betreft of in het (naar verwachting in de praktijk sporadisch voorkomende) geval dat voor een convenant wordt gekozen als alternatief voor formele wetgeving. Voorts kan, gelet op het budgetrecht van de Staten-Generaal, een bijzondere aanleiding zijn het feit dat met een convenant grote financiële verplichtingen worden aangegaan. Een en ander laat uiteraard onverlet dat het parlement ook zelf langs de gebruikelijke wegen kan verlangen bij een convenant betrokken te worden. Over de wijze waarop de Staten-Generaal worden betrokken of geïnformeerd kunnen nadere afspraken worden gemaakt.

Hier zij nog gewezen op de in de toelichting bij aanwijzing 9, eerste lid, onderdeel b, aangegeven mogelijkheid om verplichtingen aan te gaan onder de ontbindende voorwaarde dat de Staten-Generaal daarmee instemmen.

Toelichting

Eerste en tweede lid:

In verband met de rechtszekerheid en de kenbaarheid van handelingen van de overheid moeten convenanten of de zakelijke inhoud ervan in de Staatscourant worden gepubliceerd. Indien een convenant omvangrijk is of veel bijlagen bevat kan worden volstaan met publicatie van de zakelijke inhoud of het gedeelte waarin de rechten en verplichtingen van partijen zijn opgenomen onder terinzagelegging van de gehele tekst. Convenanten die (mede) strekken ter implementatie van EG-richtlijnen dienen in elk geval voldoende openbaar gemaakt te worden. Zie hierover ook aanwijzing 4, derde lid, onder e.

Naast publicatie in de Staatscourant kan overwogen worden de convenanten of de zakelijke inhoud ervan te publiceren in huis-aan-huisbladen, dagbladen, vakbladen, nieuwsbrieven of op internet. Afhankelijk van het geval kan voor een bepaald medium worden gekozen.

Voorts wordt erop gewezen dat de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) van toepassing is op aanwijzing 25. Dit houdt in dat als de inhoud van het convenant valt onder de uitzonderingsgronden en beperkingen van de Wob (het convenant bevat bijvoorbeeld een beschrijving van controlestrategieën) publicatie achterwege blijft.

Het publicatievereiste geldt ook voor tussentijdse wijzigingen van het convenant. Zie daarover ook aanwijzing 21.

Voorbeelden

Derde lid:

Indien ter uitvoering van een convenant informatie-uitwisseling tussen partijen plaatsvindt (bijvoorbeeld over beleids- of technologische ontwikkelingen, voortgangsrapportages, evaluatierapporten en dergelijke) staan partijen stil bij de vraag in hoeverre deze informatie aan derden verstrekt kan worden. Hierbij bedenke men dat de rijksoverheid wettelijk verplicht kan zijn tot informatieverstrekking, bijvoorbeeld op grond van de Wet openbaarheid van bestuur, met betrekking tot haar beleid en de voorbereiding en uitvoering daarvan. Deze verplichtingen kunnen bij convenant niet ingeperkt worden. Er zij overigens op gewezen dat een ieder die betrokken is bij de uitvoering van overheidstaken ten aanzien van gegevens met een vertrouwelijk karakter in beginsel een geheimhoudingsplicht heeft: zie artikel 2:5 van de Algemene wet bestuursrecht.