Wijzigingen Officiële bron
Verordening van de Sociaal-Economische Raad van 21 november 2003 houdende regelen terzake van de bezoldiging van de voorzitter, de leden en de secretaris van een tuchtgerecht op grond van de Wet tuchtrechtspraak bedrijfsorganisatie 2002 (Verordening bezoldiging tuchtgerechten PBO)Verordening bezoldiging tuchtgerechten PBODe Sociaal-Economische Raad;

Gelet op artikel 36 van de Wet op de bedrijfsorganisatie;

Gelet op artikel 13, derde lid, van de Wet tuchtrechtspraak bedrijfsorganisatie 2002;

Gehoord de Bestuurskamer;

Besluit:

Den Haag21 november 2003H.H.F.WijffelsvoorzitterN.C.M. vanNiekerkalgemeen secretaris

Goedgekeurd door de Minister van Justitie bij besluit van 5 januari 2004, nr. 5263506/04/6 en door de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid bij besluit van 13 februari 2004, nr. AV/CAM/2003/94343.

In deze verordening wordt verstaan onder:

De bezoldiging van de leden van een tuchtgerecht en hun plaatsvervangers houdt in:

Indien een zitting niet langer duurt dan vier uren, worden de in artikel 2, eerste lid, onder b, en artikel 3, onder a, bedoelde bedragen gehalveerd.

De bezoldiging van de secretaris van een tuchtgerecht en van zijn plaatsvervanger is gebaseerd op de beloningsparagraaf van de geldende collectieve arbeidsovereenkomst voor de publiekrechtelijke bedrijfsorganisatie, met dien verstande dat de hoogte van de beloning ten minste overeenkomt met het minimum van salarisschaal 11 en ten hoogste met het maximum van salarisschaal 14.

Voor de periode die aanvangt met de inwerkingtreding van dit besluit en die eindigt op 31 december van het daaropvolgende jaar, stelt de Bestuurskamer het aantal zaken, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder a, bij besluit vast.

Deze verordening wordt gepubliceerd in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie.

Deze verordening treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet tuchtrechtspraak bedrijfsorganisatie 2002 in werking treedt.

Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening bezoldiging tuchtgerechten PBO.

Tabel, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a