Ministeriële regeling · BWBR0016301

Regeling luchtvaartvertoningen

Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat houdende regels inzake luchtvaartvertoningen (Regeling luchtvaartvertoningen)Regeling luchtvaartvertoningenDe Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat,

Gelet op artikel 158, tweede lid, van de Regeling Toezicht Luchtvaart;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat,M.H. Schultz van Haegen

Deze regeling is niet van toepassing op militaire deelnemers en militaire demonstratietoestellen.

De minister kan een vergunning verlenen voor het houden van een luchtvaartvertoning op een gecontroleerde luchthaven als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Regeling luchtverkeersdienstverlening, indien gedurende de luchtvaartvertoning luchtverkeersleiding wordt verzorgd door een van de in de artikelen 5.13 of 5.14 van de Wet luchtvaart genoemde bestuursorganen.

De organisator dient zich voor het houden van een luchtvaartvertoning te verzekeren voor aansprakelijkheid jegens derden.

De vertoningdirecteur houdt bij de vaststelling van publiekgebied, publieklijn, vertoninglijn, vertoningterrein en vertoninggebied ten minste rekening met:

De vertoningdirecteur draagt er zorg voor dat:

De vertoningdirecteur draagt er zorg voor dat:

De vertoningdirecteur draagt er zorg voor dat:

De vertoningdirecteur zorgt ervoor dat:

De vertoningdirecteur zorgt ervoor dat uitsluitend:

Indien met categorie A demonstratietoestellen langs- en kunstvluchten worden uitgevoerd, draagt de vertoningdirecteur er zorg voor dat:

De vertoningdirecteur draagt er zorg voor dat:

De vertoningdirecteur draagt er zorg voor dat de deelnemer paragraaf 5 van deze regeling in acht neemt.

Indien een veiligheidscommissie is ingesteld, houdt de vertoningdirecteur rekening met de adviezen van de commissie.

De vertoningdirecteur is tot één uur na de uitvoering van het laatste onderdeel bereikbaar en oproepbaar.

De vertoningdirecteur brengt binnen dertig dagen na het houden van een luchtvaartvertoning daarvan verslag uit aan de minister. In het verslag worden in het bijzonder afwijkingen tijdens de luchtvaartvertoning ten opzichte van de vergunning en deze regeling opgenomen.

Indien bij een luchtvaartvertoning een luchthaveninformatieverstrekker aanwezig is, is de deelnemer verplicht:

De deelnemer vliegt niet met het demonstratietoestel boven het publiekgebied, tenzij het betreft:

Een deelnemer met een demonstratietoestel aan de grond dat voorzien is van propellers, straalmotoren of rotors, zorgt ervoor dat deze worden stilgezet indien:

De luchthaveninformatieverstrekker heeft de vereiste ervaring behorend bij de categorie waarin de desbetreffende luchtvaartvertoning op grond van tabel 2 van de bijlage, behorend bij deze regeling, is ingedeeld.

De luchthaveninformatieverstrekker geeft in het kader van de luchtvaartvertoning aan de deelnemer informatie over:

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling luchtvaartvertoningen.

* Indien bemande ballonnen opstijgen tijdens een luchtvaartvertoning zal iedere bemande ballon worden beschouwd als een onderdeel van de luchtvaartvertoning.

** Bij deze onderdelen van de luchtvaartvertoning mogen geen snelheden voorkomen hoger dan 250 kt.

* Indien een gezagvoerder optreedt als leider van de formatie.

** Als gezagvoerder in luchtschepen of ballonnen.

*** Voor de bestuurder van een zeilvliegtuig of valschermzweeftoestel is geen bepaald minimum vereist; een bestuurder van een dergelijk toestel heeft de directeur er echter van overtuigd dat hij bekwaam is zijn voorgenomen vertoning uit te voeren.

**** Valschermspringers: een minimum van 200 sprongen voor de leider van een groep of een solospringer en een minimum van 100 sprongen voor alle overige leden van de groep.

* De minimum wolkenbasis kan worden teruggebracht tot 75 m boven de grond wanneer dit is vermeld in de vergunning en indien er geopereerd wordt vanaf het vertoningterrein. Vluchten op deze lagere hoogte worden alleen binnen het vertoninggebied toegestaan.

** Voor radiografisch bestuurde modellen geldt een maximum windsnelheid van 25 kt.

* De directeur kan een geringere afstand toestaan voor een vertoning van hefschroefvliegtuigen in standvlucht (hover), echter niet minder dan 30 meter.

** Alleen wanneer dit is vermeld in de vergunning kunnen demonstratietoestellen tijdens de luchtvaartvertoning, voor zover deze plaatsvindt in luchtruimte met de classificatie C tot en met G, beneden vliegniveau 100 de snelheid van 250 kt IAS overschrijden tot een maximum van Mach 0,9.

* De scheidingsafstand wordt gemeten tussen de publieklijn en de ballonmand of zijn verankeringpunten.