Ministeriële regeling · BWBR0016428

Organisatie- en mandaatregeling OCW 2004

Wijzigingen Officiële bron
Organisatie- en mandaatregeling OCW 2004Organisatie- en mandaatregeling OCW 2004De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Gelet op artikel 10:3 van de Algemene wet bestuursrecht;

Gehoord de departementale ondernemingsraad;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting en bijlage 1 in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en WetenschapM.J.A. van derHoeven

In deze regeling en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Voor de toepassing van deze regeling en de daarop berustende bepalingen wordt met de verlening van mandaat gelijkgesteld de verlening van:

Aan de directeuren-generaal en de plaatsvervangend secretaris-generaal is voorbehouden het afdoen en ondertekenen van stukken betreffende:

De mandaatverlening aan de directeur Financieel-Economische Zaken geschiedt met inachtneming van de Comptabiliteitswet 2001.

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Deze regeling wordt aangehaald als: Organisatie- en mandaatregeling OCW 2004.

De SG is ambtelijk eindverantwoordelijk voor het functioneren van het ministerie en voor de voorbereiding en uitvoering van het beleid waarvoor de politieke leiding de politieke verantwoordelijkheid draagt. De SG heeft als hoogste ambtenaar tot taak te zorgen voor een goede onderlinge afstemming van de verschillende beleidsterreinen en voor de uitvoering en uitvoerbaarheid van het ontwikkelde beleid. Zo draagt hij zorg voor:

De SG is verantwoordelijk voor de beleidsterreinen van:

Daarnaast heeft hij een aantal velden, aspecten, meerjarige beleidsprogramma’s en projecten in zijn pakket.

Een overzicht van de portefeuille is te vinden op het intranet en de internetsite van het ministerie.

De SG wordt in de ambtelijke leiding van het departement bijgestaan door een vrijgestelde PSG. Deze vervangt hem bij zijn afwezigheid in al zijn taken en behartigt, namens de SG, de SG-taken op het gebied van het beheer van het departement.

De PSG is verantwoordelijk voor de beleidsterreinen van de onder hem ressorterende directies en – met inachtneming van hun bijzondere status – diensten en voor de samenhang tussen die beleidsterreinen. Daarnaast heeft hij een aantal velden, aspecten, meerjarige beleidsprogramma’s en projecten in zijn pakket.

Een overzicht van de portefeuille is te vinden op het intranet en de internetsite van het ministerie.

De SG wordt verder in zijn taak bijgestaan door de DG’s. Deze zijn verantwoordelijk voor de beleidsterreinen van de onder hen ressorterende directies en – met inachtneming van hun bijzondere status – diensten en voor de samenhang tussen die beleidsterreinen. Zij zijn daarnaast ambtelijk eindverantwoordelijk voor één of meer specifieke beleidsonderwerpen of -projecten, die niet zonder meer tot de hierboven genoemde beleidsterreinen kunnen worden gerekend.

Een overzicht van de portefeuilleverdeling is te vinden op het intranet en de internetsite van het ministerie.

De SG, de PSG en de DG’s vormen samen de bestuursraad. De SG is de voorzitter, de PSG en de directeuren-generaal zijn de leden. De BR is een overlegvergadering waarin de SG, de PSG en de DG’s vanuit hun verantwoordelijkheden zoals in de Organisatie- en mandaatregeling OCW 2003 omschreven, overleg plegen over hun taken op het terrein van de integratie van beleid, algemene kaderstelling en strategiebepaling ten aanzien van beleid, beheer en uitvoering, werkverdeling, adequate inrichting van werkprocessen, onderlinge samenwerking en gemeenschappelijk BR-optreden.

Besluiten in de BR worden genomen door de SG. Bij zijn afwezigheid neemt de PSG deze rol over. De directie Bestuursondersteuning en Advies verzorgt het secretariaat van de BR.

De directie BOA stelt het bewindsliedenoverleg (BWL) en de BR optimaal in staat te sturen op samenhang. De directie BOA zorgt ervoor dat het zakelijk verkeer tussen de politieke top en de ambtenaren goed verloopt; vaak komen bij deze directie de inhoudelijke en bestuurlijke lijnen samen. De directie ondersteunt de bewindslieden en de ambtelijke top inhoudelijk, procesmatig, instrumenteel en logistiek. Het verkeer met de Ministerraad en de Eerste en Tweede Kamer wordt vanuit deze directie georganiseerd, evenals de werkbezoeken, de ontvangsten en de procedures betreffende brieven, nota’s en andere documenten.

Taken:

De directie ASEA houdt zich bezig met kennisontwikkeling en legt daarbij verbindingen met de departementale beleidsprocessen met betrekking tot:

Tot het primair onderwijs worden gerekend: basis onderwijs, speciaal onderwijs en voortgezet speciaal onderwijs en schoolbegeleidingsdiensten.

De directie PO is verantwoordelijk voor de beleidsontwikkeling voor het primair onderwijs. De beleidsontwikkeling bestrijkt het onderwijsinhoudelijk, financieel, bekostigingstechnisch, juridisch en personeel gebied. Daarnaast coördineert de directie PO thema’s die ook na het basisonderwijs belangrijk blijven: onderwijsachterstandenbeleid, allochtonenbeleid, jeugdbeleid en asielbeleid.

Taken:

De directie VO is verantwoordelijk voor de beleidsontwikkeling op het terrein van het voortgezet onderwijs. De beleidsontwikkeling bestrijkt het onderwijsinhoudelijk, financieel, bekostigingstechnisch, juridisch en personeel gebied.

Taken:

De directie BVE is verantwoordelijk voor de beleidsontwikkeling op het terrein van het middelbaar beroepsonderwijs en de volwasseneneducatie. De beleidsontwikkeling bestrijkt het onderwijsinhoudelijk, financieel, bekostigingstechnisch, juridisch en personeel gebied.

Taken:

De directie HO is verantwoordelijk voor de beleidsontwikkeling op het terrein van het Hoger Onderwijs en de Academische Ziekenhuizen. De beleidsontwikkeling bestrijkt het onderwijsinhoudelijk, financieel, bekostigingstechnisch en juridisch gebied.

Taken:

De directie OWB coördineert interdepartementaal het wetenschapsbeleid en is mede verantwoordelijk voor het internationale wetenschaps- en technologiebeleid. De beleidsontwikkeling bestrijkt het wetenschapsinhoudelijk, financieel, bekostigingstechnisch en juridisch gebied.

De directie OWB heeft een bijzondere beleidsmatige verantwoordelijkheid voor de Nederlandse Taal en Cultuur en werkt daarbij samen met de directie MLB en de Nederlandse Taalunie.

De directie heeft (bestuurlijke) relaties met NWO, TNO, universiteiten, GTI’s en de KNAW.

Taken:

De directie SFB is verantwoordelijk voor de ontwikkeling en het behoud van een samenhangend stelsel van studiefinanciering.

Taken:

De uitvoering van het studiefinancieringsbeleid geschiedt door de Informatie Beheer Groep (IB-Groep), een ZBO.

De directie AP is verantwoordelijk voor de ontwikkeling en instandhouding van een adequaat instrumentarium voor de strategische personeelsplanning in het onderwijsveld, in het bijzonder voor het funderend onderwijs. De beleidsontwikkeling bestrijkt het onderwijsinhoudelijk, personeel en juridisch gebied en waar van betekenis komen financiële en bekostigingstechnische aspecten aan de orde binnen de context van de integrale verantwoordelijkheid van de desbetreffende beleidsdirecties.

Taken:

De Aspectdirectie ICT zorgt ervoor dat alle onderwijsinstellingen – van basisscholen tot regionale onderwijscentra – gebruik kunnen maken van het snelle, goedkope en breedbandige Kennisnet. Het ICT-beleid zal uiteindelijk een integraal onderdeel moeten worden van de dagelijkse onderwijspraktijk en dus een verantwoordelijkheid van de diverse onderwijsdirecties maar nog meer van de schoolbesturen en directies van de onderwijsinstellingen zelf.

Taken:

De deelname van de Nederlandse bevolking aan het kunstleven is net zo belangrijk als het maken van kunst. Voor beide zet DK zich in. Kerndoel is de ontwikkeling en instandhouding van een bloeiend kunstleven. Realisatie van dat kerndoel geschiedt met name door subsidiëring. Elke vier jaar worden de subsidies aan de kunstinstellingen opnieuw vastgesteld mede op basis van het oordeel van de Raad voor Cultuur over de artistieke prestaties van de instellingen.

De beleidsontwikkeling bestrijkt het cultuurinhoudelijk, financieel, bekostigingstechnisch en juridisch gebied.

Taken:

DCE maakt zich sterk voor beheer, toegang en gebruik van het cultureel erfgoed: archiefdocumenten, museale voorwerpen, archeologische voorwerpen en monumenten. De beleidsontwikkeling bestrijkt het cultuurinhoudelijk, financieel, bekostigingstechnisch en juridisch gebied.

DCE heeft daartoe een directe relatie tot:

Taken:

De directie MLB is verantwoordelijk voor het beleid voor omroep, pers, nieuwe media, het boek en lezen. De beleidsontwikkeling bestrijkt het cultuurinhoudelijk, financieel, bekostigingstechnisch en juridisch gebied.

Taken:

N.B. De handhaving van het mediabeleid is opgedragen aan het Commissariaat voor de Media, een ZBO.

De directie ACB heeft nationaal en internationaal een coördinerende verantwoordelijkheid voor de beleidsterreinen van de cultuurdirecties, culminerend in de vierjaarlijkse Cultuurnota. De beleidsontwikkeling bestrijkt het cultuurinhoudelijk, financieel, bekostigingstechnisch en juridisch gebied.

Taken:

De directie RZO is het aanspreekpunt voor organisaties die uitvoeringstaken verzorgen. Ook begeleidt RZO verzelfstandigingsprocessen, adviseert over mogelijk verzelfstandiging en participeert namens OCW in de interdepartementale beleidsontwikkeling voor verzelfstandiging en toezicht.

De taken van RZO zijn:

De zelfstandige organisaties die tot het werkterrein van RZO behoren zijn:

De directie IB coördineert de inbreng van Nederland overal waar onderwerpen op het terrein van OCW in internationale verbanden aan de orde zijn. Omgekeerd brengt de directie relevante informatie uit het buitenland op de tafel van betrokken directies binnen het ministerie – en via hen – van relevante delen van het onderwijs-, onderzoek- en cultuurveld. De directie wil bijdragen aan een grotere internationale oriëntatie van de Nederlandse onderwijsinstellingen en van de individuele lerende.

Taken:

De directie WJZ is, met uitzondering van het terrein van media, letteren en bibliotheken, verantwoordelijk voor de totstandkoming van de wet- en regelgeving van OCW die een adequate vertaling vormt van het beleid binnen OCW en die voldoet aan de eisen van onze rechtsstaat. Voorts is de directie WJZ verantwoordelijk voor de advisering op het terrein van bestuurlijke en juridische aangelegenheden en heeft zij een toetsende taak ten aanzien van internationale- en EU-regelgeving en ten aanzien van beleid en regels waarvan de totstandkoming tot de rechtstreekse verantwoordelijkheid van de andere directies behoort.

Taken:

De directie VL is verantwoordelijk voor de communicatieve ondersteuning van het beleid en denkt daarbij vanuit de personen voor wie het beleid bestemd is, intern en extern.

Taken:

De AD is ‘partner in betrouwbare financiële informatie’. De functie van de AD is vastgelegd in artikel 22 Comptabiliteitswet. De AD beoordeelt of OCW doet wat het ministerie belooft. Dit is enerzijds een klassieke controletaak: zijn de verplichtingen, uitgaven en ontvangsten in overeenstemming met de begroting; anderzijds betreft het tegenwoordig ook een controle op de beloofde resultaten en op de bedrijfsvoering. Hier ligt een duidelijke relatie met bovendepartementale ontwikkelingen als VBTB en de instelling van een Audit Committee dat – onverlet de positie van de AD – een regierol vervult voor zowel de controlfunctie als de auditfunctie binnen het departement.

Taken:

De directie FEZ bewaakt de begrotingsvoorbereiding en -uitvoering. Vanuit de financiële expertise adviseert zij de ambtelijke leiding over alle aspecten van beleid.

Taken:

De directie HRM (voorheen PenO) adviseert en ondersteunt de overige OCW-directies en organisatieonderdelen bij het vervullen van de ‘werkgeversrol’ door het ontwikkelen en onderhouden van een adequaat HRM-instrumentarium en het verzamelen en verstrekken van personeelssturingsinformatie. HRM vervult ook een ondersteunende rol bij vraagstukken op het terrein van een optimale inrichting van de organisatie en het onderhoud van de organisatiestructuur. HRM is gesprekspartner voor de departementsleiding bij personele en organisatorische ontwikkelingen. HRM onderhoudt de interdepartementale contacten op het terrein van de personeelszorg in al zijn facetten en ten behoeve van de interdepartementale organisatie- en HRM-beleidsontwikkeling.

Taken:

Wie bij OCW werkt, krijgt de beschikking over de faciliteiten die hij of zij nodig heeft: een goede werkruimte, ergonomisch verantwoord meubilair, moderne media en toegang tot de kenniscentra. FacB verzorgt dit. Ook is FacB belast met algemene organisatie-ondersteunende taken: goed gebouwenbeheer, adequate aanbesteding van opdrachten volgens de EG-richtlijnen, archivering, verzorging van in- en uitgaande post, bibliotheekfunctie en diverse helpdesks.

Taken:

De PDR is verantwoordelijk voor:

De RDMZ voert, namens de minister, de Monumentenwet 1988 met uitzondering van de archeologische monumentenzorg, uit en fungeert als kennisinstituut voor instandhouding van de cultuurhistorisch waardevolle bebouwing van Nederland.

Taken:

De ROB voert, namens de minister, de Monumentenwet 1988 voorzover het betreft de archeologische monumentenzorg, uit en fungeert als kennisinstituut voor de bescherming van waardevolle sporen van menselijke bewoning.

Taken:

Het ICN beheert de rijksmuseale collectie voorzover niet ondergebracht bij rijksmusea, en fungeert als kenniscentrum voor het beheer en behoud van roerend cultureel erfgoed.

Taken:

De RAD voert, namens de minister, de Archiefwet en het Archiefbesluit uit en functioneert als kenniscentrum op het gebied van digitalisering, conservering en beheer van archieven, als gedocumenteerde verschijningsvorm van het cultureel erfgoed.

Taken:

Cƒi is de uitvoeringsorganisatie tussen het Ministerie van OCW en de (onderwijs)instellingen. Cƒi verzorgt de rechtmatige en doelmatige distributie van financiën en van beleidsinformatie naar de instellingen en verzamelt de gegevens die nodig zijn voor het bekostigingsproces.

Kerntaken:

De Inspectie van het onderwijs houdt toezicht op de kwaliteit van het onderwijs en rapporteert hierover aan bewindspersonen en het parlement.

Taken:

De ICB ziet toe op het goed beheer en behoud van de rijkscollectie en van beschermde cultuurgoederen.

Taken:

De Rijksarchiefinspectie ziet erop toe dat de overheid haar documenten bewaart conform de archiefwetgeving.

Taken:

De RIA ziet toe op de naleving van het bij of krachtens de Monumentenwet 1988 bepaalde ten aanzien van archeologische monumenten, opgravingen en vondsten.

Taken:

OCW kent drie adviesraden, die worden ondersteund door een bureau, onder leiding van een directeur, die tevens secretaris van de betrokken raad is.

De raden kunnen gevraagd en ongevraagd advies geven zowel tijdens de fase van de beleidsontwikkeling als in de besluitvormingsfase.

De OR is het (grond)wettelijk adviesorgaan voor de Minister van OCW en waar het (mede) het landbouwonderwijs betreft de Minister van LNV. De OR adviseert gevraagd en ongevraagd over de hoofdlijnen van het beleid en de wetgeving op het gebied van het onderwijs aan de bewindslieden en desgevraagd aan de Eerste en Tweede Kamer.

De RvC is het wettelijk adviesorgaan van de regering op het gebied van het cultuurbeleid. De RvC adviseert zowel over algemeen beleid en regelgeving als ten behoeve van concrete beslissingen zoals subsidiebeschikkingen. De RvC wil door het – gevraagd en ongevraagd – adviseren aan de regering en/of de Eerste en Tweede Kamer de ontwikkeling van cultuur stimuleren, het behoud van waardevol cultureel erfgoed bevorderen, de betrokkenheid bij cultuur vergroten en de vrijheid van expressie en communicatie waarborgen.

De AWT is het wettelijk adviesorgaan van de regering in Nederland voor het wetenschaps- en technologiebeleid. Binnen het Kabinet worden deze beleidsterreinen gecoördineerd door de Minister van OCW (wetenschapsbeleid) en de Minister van Economische Zaken (technologiebeleid) in nationaal en internationaal perspectief, daaronder begrepen de wetenschappelijke en technologische informatieverzorging.

De bijlage is niet opgenomen.