Ministeriële regeling · BWBR0017028

Goedkeuringsbesluit Verordening op het Examengeld

Wijzigingen Officiële bron
Goedkeuringsbesluit Verordening op het ExamengeldGoedkeuringsbesluit Verordening op het ExamengeldDe Minister van Financiën,

Gelet op het koninklijk besluit van 3 april 2003 houdende overdracht van de zorg voor de Wet op de Registeraccountants en de Wet op de Accountants-Administratieconsulenten (Stb. 175);

Gelet op artikel 83, eerste lid, van de Wet op de Accountants-Administratieconsulenten;

Gezien de Verordening op het Examengeld, zoals deze is vastgesteld door de ledenvergadering van de Nederlandse Orde van Accountants-Administratieconsulenten op 8 juni 2004;

Besluit:

De Minister van Financiën, namens deze:de Directeur Financiële Markten, B. ter Haar

Goed te keuren de Verordening op het Examengeld, zoals deze is vastgesteld door de ledenvergadering van de Nederlandse Orde van Accountants-Administratieconsulenten op 8 juni 2004 en in de hier bijgevoegde bijlage is opgenomen, voor zover deze goedkeuring vereist is ingevolge artikel 83, tweede lid, van de Wet op de Accountants-Administratieconsulenten.

(vastgesteld in de bijeenkomst van de ledenvergadering van 8 juni 2004, afgekondigd in de Staatscourant van 27 juli 2004, nr. 141)

De ledenvergadering van de NOvAA, gelet op artikel 83, eerste lid, van de Wet op de Accountants-Administratieconsulenten, stelt de volgende verordening vast:

Goedgekeurd bij beschikking van de Minister van Financiën van 13 juli 2004, nr. FM 2004-799 M.

In deze verordening wordt verstaan onder:

1. Voor het afleggen van een onderdeel van een gedeelte van het accountantsexamen, bedoeld in artikel 80 van de wet, of in één der vakken genoemd in het examenbesluit, is examengeld verschuldigd dat als volgt is samengesteld:

2. In afwijking van het vorige lid geldt voor de examens die worden afgenomen bij instituten waarmee de NOvAA in het kader van de NOvAA Beroepsopleiding een overeenkomst heeft afgesloten een examengeld van € 145,– per vak.

Kandidaten die aan de toetsing van het praktijkgedeelte van het examen, bedoeld in artikel 9 en artikel 10 van het examenbesluit, wensen deel te nemen, dienen te staan ingeschreven bij het examenbureau. Hiervoor is eenmalig een inschrijfgeld verschuldigd van € 120,–, alsmede een eenmalige bijdrage in de algemene kosten van € 270,–.

Kandidaten die voor 1 januari 2003 de praktijkopleiding gestart zijn, betalen naast het eenmalige inschrijfgeld van € 115,– , jaarlijks een bedrag van € 70,– als bijdrage in de algemene kosten. Zij betalen geen eenmalige bijdrage in de algemene kosten.

Voor de toetsing van het halfjaarlijks praktijkverslag, bedoeld in artikel 10 van het examenbesluit, is een examengeld verschuldigd van € 55,– behoudens het eindgesprek, hiervoor is een examengeld verschuldigd van € 240,–. Als de kandidaat het praktijkgedeelte van het examen bij een door het examenbureau erkend stagebureau volgt, is hij het examengeld van € 55,– niet verschuldigd.

Voor het afleggen van de proeve van bekwaamheid is examengeld verschuldigd dat als volgt is samengesteld:

Voor een verzoek tot vrijstelling voor een onderdeel van het accountantsexamen is een examengeld van € 55,– per vak verschuldigd.

De examengelden zijn verschuldigd per keer dat men examen doet.

1. Het examenbureau bepaalt, telkens als het de inschrijving voor een onderdeel van een examen openstelt, op welke wijze en vóór welke datum de aanmelding moet geschieden en het examengeld en eventueel het inschrijfgeld en de bijdrage in de algemene kosten, bedoeld in artikel 3, moet worden voldaan.

2. Een kandidaat, die niet de door het examenbureau ingevolge het eerste lid gegeven aanwijzingen opvolgt, wordt niet tot enig onderdeel van het examen toegelaten.

3. Een kandidaat die zich heeft aangemeld voor een onderdeel van het examen, maar daaraan uiteindelijk niet deelneemt, is € 125,– administratiekosten verschuldigd indien:

4. Een kandidaat die zich heeft aangemeld voor een onderdeel van het examen, maar daaraan uiteindelijk niet deelneemt, is

5. In bijzondere omstandigheden kan het examenbureau de berekening van administratiekosten als bedoeld in het derde en vierde lid, achterwege laten.

1. Geen restitutie van het eenmalige inschrijfgeld van € 120,– vindt plaats zodra de kandidaat van het examenbureau een startdatum toegekend heeft gekregen.

2. Een kandidaat die in het eerste jaar van de praktijkopleiding schriftelijk te kennen geeft de praktijkopleiding te beëindigen, heeft recht op een restitutie van € 165,–, zijnde een gedeelte van de eenmalige bijdrage in de algemene kosten. Een kandidaat die na het eerste jaar schriftelijk te kennen geeft de praktijkopleiding te beëindigen, heeft geen recht op restitutie van het bedrag dat hij betaald heeft als eenmalige bijdrage in de algemene kosten.

Een kandidaat ontvangt een getuigschrift indien hij, onverminderd de voldoening aan de overige daaraan verbonden verplichtingen, alle met het betreffende getuigschrift verband houdende betalingen heeft verricht.

1. Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2005.

2. Zij wordt aangehaald als: Verordening op het examengeld.