Wijzigingen Officiële bron
Mogelijkheden voor scholen om in het schooljaar 2005 - 2006 ervaring op te doen met vernieuwing van de onderbouw in het voortgezet onderwijs (vo)Mogelijkheden voor scholen om in het schooljaar 2005 - 2006 ervaring op te doen met vernieuwing van de onderbouw in het voortgezet onderwijs (vo) De minister van onderwijs, cultuur en wetenschap,mede namens de minister van landbouw, natuur en voedselkwaliteit, M.J.A. van derHoeven

In oktober 2004 heeft de Tweede Kamer ingestemd met de beleidsvoornemens van de minister met betrekking tot de onderbouw van het voortgezet onderwijs. Deze beleidsvoornemens, die steunen op de rapportages van de Taakgroep Vernieuwing Basisvorming (hierna: de Taakgroep), bevatten de volgende belangrijke elementen:

Voor effectuering van de beleidsvoornemens zijn wijzigingen in de bestaande wet- en regelgeving nodig. Inwerkingtreding van die wijzigingen wordt voorzien per 1 augustus 2006.

Uit het interactieve traject van de Taakgroep en via andere kanalen is gebleken dat een aantal scholen in de aanloop naar de wijzigingen in de regelgeving in 2006 al ervaring op wil doen met vernieuwing van de onderbouw. De mogelijkheid hiertoe wordt geboden.

Scholen kunnen aanvragen indienen om in het eerste en/of tweede leerjaar te mogen afwijken van de huidige inrichtings- en benoemingsvoorschriften in verband met een of meer van de volgende wensen:

Deze beleidsregel bevat de voorwaarden waaronder en de aanvraagprocedure waarlangs scholen op grond van artikel 25 en artikel 33, vierde en vijfde lid, van de W.V.O. toestemming kunnen krijgen om al in het schooljaar 2005/2006 ervaring op te doen met vernieuwing van de onderbouw V.O. op bovengenoemde terreinen.

Een aanvraag kan alleen worden gedaan door middel van het invullen en inzenden van het aanvraagformulier, dat gedownload kan worden via www.minocw.nl/onderbouwvo/index.html

Hanteren van de door de Taakgroep voorgestelde kerndoelen als richtsnoer voor het onderwijs in de onderbouw en vakoverstijgende ordening van (een deel van het) onderwijsprogramma.

Op basis van artikel 18 van het Inrichtingsbesluit W.V.O. is het nu al toegestaan bepaalde combinaties van vakken te vormen in de onderbouw:

Voor programmatische ordeningen overeenkomend met bovenstaande combinaties hoeft dus geen toestemming te worden gevraagd.

Voor andere vakoverstijgende ordeningen, zoals de door de Taakgroep omschreven leergebieden, is dat wel nodig.

Toestemming voor het hanteren van de door de Taakgroep voorgestelde kerndoelen als richtsnoer voor het onderwijs in de onderbouw en voor een vakoverstijgende ordening van het onderwijsprogramma (anders dan bedoeld in artikel 18 van het Inrichtingsbesluit W.V.O.) wordt verleend indien aan de volgende voorwaarde wordt voldaan:

Hanteren van een bandbreedte voor de onderwijstijd in de onderbouw

Het voornemen is om wettelijk een bandbreedte voor de onderwijstijd in de onderbouw vast te leggen, met een minimum van 1000 klokuren en een maximum van 1134 klokuren per schooljaar. Uitgangspunt blijft 1067 klokuren per schooljaar.

Daarnaast komt er meer ruimte voor eigen schoolkeuzes bij de manier waarop die uren worden ingevuld. De omschrijving van het begrip onderwijstijd (’ in schooltijd verzorgd onderwijsprogramma’ ) zal centraal stellen dat het gaat om begeleid onderwijs dat onder schooltijd en onder verantwoordelijkheid van het personeel plaats vindt. Dit betekent dat leerlingen ook elders dan op school aan opdrachten kunnen werken, en dat de leraar of onderwijsondersteuner daarbij niet altijd fysiek aanwezig hoeft te zijn.

Toestemming om met een bandbreedte voor de onderwijstijd te werken wordt gegeven indien aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:

Inzet van leraren in een team dat verantwoordelijk is voor (de uitvoering van) het onderwijsprogramma voor een vakoverstijgend programma-onderdeel in de onderbouw. Hierbij zijn de bevoegdheden van de leraren van belang. Deze gelden per vak.

Voor de vakkencombinaties die al mogelijk zijn in de onderbouw o.b.v. artikel 18 van het Inrichtingsbesluit W.V.O. (zie ad a en b) is bepaald dat een leraar die bevoegd is voor een van de betrokken vakken, ook bevoegd is voor de vakkencombinatie (art. 9b van de Regeling bewijzen van bekwaamheid O.W.V.O.).

Bij een vakoverstijgend programma-onderdeel (zoals een leergebied) worden leraren vaak ingezet in een team dat verantwoordelijk is voor (de uitvoering van) het daarbij behorende onderwijsprogramma. Hierbij geven die leraren soms ook les in onderwerpen behorend tot vakken waarvoor zij niet in het bezit zijn van een bewijs van bekwaamheid.

Op basis van artikel 33, vierde en vijfde lid, van de WVO kan de inspectie toestemming geven voor het geven van onderwijs door een leraar in het eerste of tweede leerjaar in andere vakken dan waarvoor hij een bewijs van bekwaamheid bezit.

Toestemming voor de inzet van leraren in een team dat verantwoordelijk is voor (de uitvoering van) het onderwijsprogramma voor een vakoverstijgend programma-onderdeel (anders dan bedoeld in artikel 18 van het Inrichtingsbesluit W.V.O. ), waarbij die leraren les kunnen geven in elementen van vakken waarvoor zij niet in het bezit zijn van een bewijs van bekwaamheid, wordt verleend indien aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:

Een school die toestemming vraagt kan dit doen voor alle leraren in een team en voor meerdere teams tegelijk. Het aanvraagformulier voorziet hierin.

Voorwaarde die geldt voor alle mogelijke elementen van de aanvraag

Voor alle elementen die deel uit kunnen maken van een aanvraag op basis van deze beleidsregel (hanteren van de voorgestelde kerndoelen, vakoverstijgende programmatische ordening, variatie in onderwijstijd en inzet van leraren in een team) geldt de voorwaarde dat de bepalingen in de Wet medezeggenschap onderwijs worden nageleefd.

Het bevoegd gezag moet beschikken over geordende gegevens met betrekking tot de uitvoering van onder 2 genoemde elementen waarvoor het op basis van deze beleidsregel toestemming heeft verkregen.

Dit in verband met het toezicht door de inspectie.

Het bevoegd gezag kan een aanvraag op basis van artikel 25 en/of artikel 33, vierde en vijfde lid, W.V.O. indienen voor een of meer van de onder 2 genoemde elementen, door het aanvraagformulier in te vullen en vervolgens vóór 1 maart 2005 te zenden naar:

Het aanvraagformulier kan gedownload worden via www.minocw.nl/onderbouwvo/index.html

Het ministerie vraagt advies over de aanvragen aan de Projectgroep Onderbouw VO ten aanzien van de elementen die betrekking hebben op kerndoelen, programmatische ordening en onderwijstijd.

De minister beslist vóór 1 mei 2005 op deze elementen van de aanvragen.

Indien de aanvraag (mede) betrekking heeft op het landbouwonderwijs beslist de minister in overeenstemming met haar ambtgenoot van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.

De aanvragen worden indien ze (mede) betrekking hebben op de inzet van leraren in een team ter behandeling doorgestuurd naar de Inspectie van het Onderwijs.

De Inspectie beslist vóór 1 mei 2005 op dit element van de aanvragen.