Ministeriële regeling · BWBR0017687
Aanwijzingsregeling boeteoplegger SZW-wetgeving 2004
Gelet op de artikelen 34, eerste lid, van de Arbeidsomstandighedenwet 1998, 10:5, eerste lid, van de Arbeidstijdenwet en 19a, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen;
Besluit:
Deze regeling wordt met toelichting geplaatst in de Nederlandse Staatscourant.
Den Haag13 december 2004De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, A.J. deGeusHet hoofd van de afdeling Bestuurlijke Boete van de directie Major Hazard Control van de Arbeidsinspectie wordt aangewezen als de ambtenaar bedoeld in:
Het Hoofd van de Afdeling Bestuurlijke Boete, genoemd in artikel 1:1, is ten behoeve van de door hem opgelegde boeten bevoegd tot het nemen van de besluiten, genoemd in de artikelen 4:94, 4:96, 4:99, 4:112, 4;113, en 5:10 van de Algemene wet bestuursrecht.
Vervallen
Vervallen
Vervallen
Vervallen
De regeling treedt, met uitzondering van artikel 1:1, aanhef en onderdeel 3, in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Artikel 1:1, aanhef en onderdeel 3, treedt in werking met ingang van 1 januari 2005.
Deze regeling wordt aangehaald als: Aanwijzingsregeling boeteoplegger SZW-wetgeving 2004.