Ministeriële regeling · BWBR0017815

Regeling bekostiging jeugdzorg

Wijzigingen Officiële bron
Besluit van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 22 december 2004, nr. DJB/JZ-2540278, houdende regels met betrekking tot de uitkeringen jeugdzorg aan de provincies en eisen ten aanzien van het provinciale subsidiebeleid (Regeling bekostiging jeugdzorg)Regeling bekostiging jeugdzorgDe Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en de Minister van Justitie,

Gelet op de artikelen 32, zevende lid, en 41, zesde lid, van de Wet op de jeugdzorg en de artikelen 6, tweede lid, en 7 tweede lid en derde lid, van het Tijdelijk besluit uitkeringen jeugdzorg;

Besluiten:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, C.I.J.M.Ross-van DorpDe Minister van Justitie, J.P.H.Donner

In deze regeling wordt verstaan onder:

De uitkeringen worden betaald volgens het schema opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 1.

Vervallen

Het uitvoeringsprogramma wordt, voor zover het betreft het overzicht, bedoeld in artikel 32, tweede lid, van de wet, ingericht overeenkomstig het model opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 3.

Provinciale staten verplichten de stichting en de zorgaanbieder er voor zorg te dragen dat de accountant, bedoeld in artikel 6, meewerkt aan door of namens de provincie in te stellen onderzoeken naar de door de accountant verrichte controlewerkzaamheden.

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2005. Indien de Staatscourant waarin deze regeling wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 30 december 2004, treedt zij in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van die Staatscourant en werkt terug tot en met 1 januari 2005.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling bekostiging jeugdzorg.

Vervallen

Waar in dit protocol wordt gesproken van instelling wordt daaronder verstaan een bureau jeugdzorg of een zorgaanbieder.

Het controleprotocol is opgesteld ten behoeve van de door de instellingen met de controle belaste accountant ter zake van de reikwijdte en diepgang van de controle op de naleving van de voorschriften, verbonden aan de besteding van de uit hoofde van de Wet op de jeugdzorg verleende subsidie, en de rapportering daarover.

Belangrijk uitgangspunt van dit protocol is dat de reikwijdte van de accountantscontrole en de accountantsverklaring zowel betrekking hebben op de rechtmatigheid als het getrouwe beeld van de jaarrekening. De inhoud van dit protocol sluit aan bij het zogeheten Handboek Controle DAD, dat geldt voor de accountantscontrole bij het Rijk. Tevens is aansluiting gezocht bij de bepalingen van het Besluit Accountantscontrole gemeenten (Stb. 2002, nr. 68).

De accountant dient een gekwantificeerd oordeel te geven over de mate van getrouwheid en rechtmatigheid van de jaarrekening. Een goedkeurende verklaring wordt afgegeven indien de totale omvang van de onjuistheden en onzekerheden binnen zekere grenzen blijven. Deze grenzen zijn gerelateerd aan het totaal van de aan de instelling uit hoofde van de Wet op de jeugdzorg in het boekjaar verleende subsidies. De grens voor onjuistheden en onzekerheden bedraagt 1% (maximale fout) respectievelijk 3% (maximale onzekerheid). Indien een of meer van bovengenoemde grenzen worden overschreden rapporteert de accountant over de financiële omvang van de aangetroffen onjuistheden en onzekerheden. De accountantsverklaring heeft een betrouwbaarheid van minimaal 95%, conform de gebruikelijke beroepsopvatting.

Het is aan de accountant zelf om in de controlemix keuzes te maken zodat een verantwoorde uitspraak kan worden gedaan ten aanzien van de fouten en onzekerheden. Tevens stelt de accountant zelfstandig vast of en in hoeverre bij de uitvoering van de controlewerkzaamheden gesteund kan worden op de interne controlemaatregelen. Beide punten beïnvloeden de omvang en de grootte van de mogelijk uit te voeren gegevensgerichte deelwaarneming (steekproef).

De uitwerking gegeven van de consequenties van het overschrijden van de diverse foutenmarges voor het accountantsoordeel is als volgt:

De accountant brengt zijn oordeel over de getrouwheid en rechtmatigheid van de verantwoording van de instelling tot uitdrukking volgens de in de annex opgenomen modelverklaring. De ‘oordeelsparagraaf’ van deze verklaring dient als volgt te worden geïnterpreteerd ‘Namelijk dat de accountant van oordeel is dat de jaarrekening van de instelling getrouw weergeeft van zowel de activa en passiva per ultimo boekjaar als de baten en lasten over het boekjaar, alsmede dat de in de jaarrekening opgenomen baten en lasten, alsmede dat balansmutaties tot stand zijn gekomen in overeenstemming met van toepassing zijnde wettelijke regelingen en dat het onderhavige controleprotocol is nageleefd’.

Indien de accountant geen goedkeurend (getrouwheids- en/of rechtmatigheids) oordeel over de jaarrekening geeft, vermeldt hij in een toelichting op de accountantsverklaring de hieraan ten grondslag liggende oorzaken. Tevens wordt per oorzaak de omvang van het financiële belang vermeld van de geconstateerde onjuistheden respectievelijk van de onzekerheden.

Indien naar het oordeel van de accountant risico's (blijven) bestaan op het niet kunnen verstrekken van een goedkeurende verklaring over toekomstige boekjaren, dan rapporteert hij hierover in de toelichting op de accountantsverklaring met vermelding van de redenen/oorzaken/risico's. De accountant gaat daarbij in op door de instelling inmiddels getroffen maatregelen ter voorkoming van de geconstateerde gebreken. De accountant rapporteert daarbij tevens over de toereikendheid in opzet en (voor zover de maatregelen zijn geïmplementeerd) werking van die maatregelen.

Voor wat betreft het rechtmatigheidaspect betrekt de accountant in zijn oordeel de wet- en regelgeving, die specifiek is voor de instelling. Het gaat om de volgende regelgeving:

De controle op de naleving van de aan de subsidieverstrekking verbonden voorschriften wordt gerekend tot de normale aandacht van de accountant. Daarvoor hanteert de accountant bij zijn oordeelsvorming de gebruikelijke toleranties. Voor een aantal bepalingen van de toepasselijke wet- en regelgeving wordt een ander soort aandacht gevraagd dan voor een gebruikelijke controle van een jaarrekening.

Ten aanzien van de controle worden de volgende soorten aandacht onderscheiden.

Voor de verklaring van getrouwheid en rechtmatigheid bij de jaarrekening zal de accountant normale aandacht dienen te schenken aan een aantal voorschriften uit de toepasselijke wet- en regelgeving.

Voor zover in het onderstaande niet is uitgegaan van procedurele of speciale aandacht heeft de hierboven genoemde wet- en regelgeving normale aandacht.

Gezien de grenzen van zijn deskundigheid wordt de accountant niet geacht alle bepalingen in wet- en regelgeving inhoudelijk te toetsen. In een aantal gevallen kan de accountant zich beperken tot de beoordeling van de opzet en het bestaan van de relevante administratieve organisatie en daaronder begrepen maatregelen van interne controle. Van de accountant wordt voor deze bepalingen geen oordeel verwacht over de inhoudelijke juistheid van de naleving.

Bepalingen met procedurele aandacht:

Het bureau jeugdzorg

– de opzet en de werking van de informatieverzameling en -verwerking van de gegevens die geleverd moeten worden uit hoofde van artikel 44, zesde lid, van de Wet op de jeugdzorg (beleidsinformatie).

Speciale aandacht

Bij speciale aandacht gaat het om bepalingen, die bij de controle van de getrouwheid en rechtmatigheid van de jaarrekening voor de Ministers van VWS en Justitie van bijzonder belang zijn. In dergelijke gevallen geldt voor de oordeelsvorming een kleinere tolerantie, dan gebruikelijk is voor bepalingen, die normale aandacht hebben. Van de accountant wordt verwacht dat hij over de gecontroleerde afwijkingen rapporteert, ook indien de afwijkingen voor zijn oordeelsvorming over de getrouwheid en rechtmatigheid van de jaarrekening niet van materiële betekenis zijn.

Bepalingen met speciale aandacht:

Het bureau jeugdzorg

Zorgaanbieders

Van de accountant wordt verwacht dat hij een toelichting op de accountantsverklaring geeft ten aanzien van de volgende aspecten:

Wij hebben de jaarrekening jaartal van naam organisatie te plaatsnaam gecontroleerd.

Bij onze controle hebben wij nagegaan of de jaarrekening voldoet aan de volgende eisen:

Onze controle is verricht overeenkomstig in Nederland algemeen aanvaarde richtlijnen met betrekking tot controleopdrachten en in overeenstemming met bijlage 4, behorend bij de Regeling bekostiging jeugdzorg. Onze controle is ingevolge de in Nederland algemeen aanvaarde richtlijnen zodanig gepland en uitgevoerd, dat een redelijke mate van zekerheid bestaat dat de jaarrekening geen onjuistheden van materieel belang bevat. De controle omvatte onder meer een onderzoek door middel van deelwaarnemingen van informatie ter onderbouwing van de bedragen en toelichtingen in de jaarrekening. Tevens omvatte de controle een beoordeling van de grondslagen voor financiële verslaggeving die bij het opmaken van de jaarrekening zijn toegepast en van belangrijke schattingen die het bevoegd gezag van de instelling heeft gemaakt, alsmede een algehele evaluatie van het beeld van de jaarrekening.

Wij zijn van mening dat onze controle een deugdelijke grondslag vormt voor ons oordeel.

Wij zijn van oordeel dat de jaarrekening van naam organisatie voldoet aan de hierboven omschreven eisen.

Tevens delen wij mede dat het bij of krachtens de Wet op de jeugdzorg bepaalde omtrent de subsidieverstrekking is nageleefd.

Wij hebben op grond van dit controleprotocol een toelichting op de accountantsverklaring opgesteld, waarin nader wordt ingegaan op die aspecten waarover aan de Ministers van VWS en Justitie gerapporteerd moet worden.