Wijzigingen Officiële bron
Mandaat- en volmachtbesluit directeuren BZK (MV-besluit directeuren BZK)Mandaat- en volmachtbesluit directeuren BZK (MV-besluit directeuren BZK)De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

In overeenstemming met de Minister voor Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties;

Gelet op het Mandaat- en volmachtbesluit secretaris-generaal BZK en het Mandaat- en volmachtbesluit diensthoofden BZK;

Gezien het advies van de Groepsondernemingsraad;

Besluit:

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,voor deze:de Secretaris-Generaal, J.W.Holtslag

In dit besluit wordt verstaan onder:

Het mandaat en de volmacht van de directeur worden uitgeoefend ten aanzien van aangelegenheden die behoren tot het werkterrein van de directeur overeenkomstig het Organisatiebesluit BZK 2004 en die, onverminderd het bepaalde in het MV-besluit secretaris-generaal BZK, het MV-besluit diensthoofden BZK onderscheidenlijk dit besluit, redelijkerwijs niet behoren te worden voorgelegd aan de minister, de secretaris-generaal of het diensthoofd die het aangaat.

Onverminderd het bepaalde in het MV-besluit secretaris-generaal BZK, het MV-besluit diensthoofden BZK onderscheidenlijk dit besluit, heeft het mandaat en de volmacht van de directeur in ieder geval betrekking op:

De directeur Informatie en Communicatietechnologie is met inachtneming van dit besluit bevoegd om stukken af te doen en te ondertekenen met betrekking tot het aangaan van raamovereenkomsten inzake departementale ICT-aangelegenheden.

De directeur Financieel-economische Zaken en Control is bevoegd

De directeur Personeel en Organisatie is met inachtneming van dit besluit bevoegd:

De directeur Auditdienst is bevoegd om stukken af te doen en te ondertekenen in verband met de uitvoering van artikel 66 van de Comptabiliteitswet 2001 en het Besluit taak DAD.

De directeur Communicatie en Informatie is met inachtneming van dit besluit bevoegd om stukken af te doen en te ondertekenen met betrekking tot het aangaan van raamovereenkomsten inzake de inzet van media ten behoeve van departementale voorlichting en communicatie.

De directeur Facilitaire Zaken is met inachtneming van dit besluit bevoegd om stukken af te doen en te ondertekenen met betrekking tot het aangaan van (raam)overeenkomsten inzake departementale inkoop, bewaking en beveiliging, bedrijfshulpverlening, schoonmaak, vervoer, groenvoorziening en catering, en met betrekking tot de in het Organisatiebesluit BZK 2004 genoemde taken van de Centrale Directeur Inkoop.

De directeur Financiële Bedrijfsvoering is met inachtneming van dit besluit bevoegd om namens de minister:

Het mandaat en de volmacht van de directeur is niet van toepassing:

Artikel 4:2, eerste en tweede lid, en artikel 4:3 van het MV-besluit secretaris-generaal BZK, inzake aan de ministers voorbehouden aangelegenheden, zijn van toepassing.

Het mandaat en de volmacht van de directeur is niet van toepassing voor zover het diensthoofd die het aangaat dit met toepassing van artikel 7:1, tweede lid, van het MV-besluit diensthoofden BZK heeft bepaald.

Het buiten invordering stellen of kwijtschelden van een privaatrechtelijke vordering geschiedt met medeparaaf van of namens de directeur Financieel-economische Zaken en Control bij een bedrag van ten minste € 5.000,– en met inachtneming van de door de Minister van Financiën gestelde voorschriften.

Het aanstellen en tewerkstellen van een leidinggevende die onder de rechtstreekse leiding van een directeur valt, geschiedt in overeenstemming met het diensthoofd.

De directeur is, voor zover niet anders is bepaald, bevoegd tot het verlenen van ondermandaat en het doorverlenen van zijn volmacht, respectievelijk tot het beperken of het intrekken daarvan, aan onder hem ressorterende functionarissen ten aanzien van aangelegenheden op hun werkterrein overeenkomstig het desbetreffende organisatiebesluit.

De rechtstreeks onder de directeur ressorterende leidinggevenden zijn, voor zover door de directeur met toepassing van artikel 7:1 niet anders is bepaald, ten aanzien van de onder hen ressorterende functionarissen bevoegd tot:

De directeur kan, voor zover niet anders is bepaald, bij toepassing van de bevoegdheid, bedoeld in artikel 7:1, tevens de bevoegdheid toekennen tot het verlenen van ondermandaat en het doorverlenen van de volmacht aan een rechtstreeks onder de gemandateerde of gevolmachtigde ressorterende functionaris ten aanzien van aangelegenheden op het werkterrein van de functionaris overeenkomstig het desbetreffende organisatiebesluit.

De directeur is bevoegd om in bijzondere gevallen, naast of in plaats van het bepaalde in artikel 7:1 en artikel 7:3, mondeling of schriftelijk ondermandaat te verlenen onderscheidenlijk zijn volmacht door te verlenen aan een onder hem ressorterende functionaris voor een bepaald geval, met inachtneming van artikel 1, derde lid, van het Besluit privaatrechtelijke rechtshandelingen 1996.

De uitoefening door de directeur onderscheidenlijk een op grond van of krachtens dit besluit gemandateerde en gevolmachtigde van diens mandaat en volmacht, geschiedt met inachtneming van de departementale procedures en richtlijnen.

In gevallen waarin dit besluit niet voorziet, beslist de minister, de secretaris-generaal of het diensthoofd over de verlening van mandaat en volmacht.

Verlening en doorverlening van (onder)mandaat en volmacht op grond van of krachtens dit besluit wordt geregistreerd overeenkomstig het MV-besluit secretaris-generaal BZK.

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na plaatsing van dit besluit in de Staatscourant en werkt terug tot en met 1 september 2004.

Dit besluit wordt aangehaald als: Mandaat- en volmachtbesluit directeuren BZK (MV-besluit directeuren BZK).